Kafnaald (gras)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
kafnaalden bij rogge

Aan de top van het lemma treedt bij veel grassen een lange naald uit, de kafnaald.

Een kafnaald is een voortzetting van de middennerf van het onderste kroonkafje (lemma) en kan voorkomen bij de grassenfamilie. Het bovenste kroonkafje (palea) kan soms een kort naaldje hebben.

Bij de grassen worden aartjes gevormd. De onderste twee blaadjes van een aartje heten de kelkkafjes. De volgende schubjes aan de as van het aartje zijn de kroonkafjes, het lemma en palea. Het lemma en palea bezitten enige stevigheid, ondanks dat ze heel dun zijn. Aan de top van het onderste kroonkafje treedt bij veel grassen een lange naald uit.

kafnaalden bij gewone gerst

Vorm[bewerken]

De kafnaald kan zeer kort tot zeer lang en recht of krom zijn. Bij gevorkte gerst is de kafnaald vervangen door een kort, drietandig vorkje. Ook zijn er hakerige kafnaalden, zoals bij Hordeum murinum.

Verspreiding[bewerken]

Kafnaalden hebben een functie bij de verspreiding van de zaden en zorgen ervoor dat deze zich beter verspreiden. Corynephorus canescens heeft een kafnaald met een knotsvormige deel, dat fungeert als mierenbroodje. Hierdoor verslepen mieren de vrucht.

kafnaald bij Glanshaver
kafnaald bij zachte dravik
kafnaalden bij zachte dravik