Sint-Elisabethsvloed (1421)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Elisabethsvloed
Sint Elisabethsvloed 1421.jpg
Datum 18 op 19 november 1421
Regio Zeeland en Holland
Doden circa 2.000[1]

De Sint-Elisabethsvloed van 1421 was een watersnood die plaatsvond op of rond 19 november 1421, de naamdag van Sint-Elisabeth.

Vermoedelijk werd de ramp veroorzaakt door een bijzonder zware noordwesterstorm, gevolgd door een zeer hoge stormvloed. Van springvloed zoals bij de Watersnood van 1953 was toen geen sprake, maar het natte weer was er de oorzaak van dat het opperwater afkomstig van de rivieren nog zeer hoog stond.

De dijkdoorbraken en overstromingen richtten in Zeeland en Holland grote verwoestingen aan. Het aantal slachtoffers is in de loop van de tijd door mythevorming opgelopen tot 100.000.[1][2] Schattingen geven aan dat mogelijk ongeveer tweeduizend mensen de dood vonden.[1]

Een hardnekkig misverstand wil dat de Biesbosch door deze stormvloed in één nacht is ontstaan. Bij deze vloed in de nacht van 19 op 20 november braken weliswaar de dijken van de toenmalige Groote of Hollandsche Waard, maar het duurde nog enige tientallen jaren voor het gehele gebied onder water stond en de Biesbosch met zijn kreken en riet gevormd werd. Hierbij had ook het rivierwater een belangrijke invloed.

"Daags na Sint-Elisabeth 1421 woedde er 's nachts zo'n hevige storm, dat de wind met orkaankracht in Tiel en elders verschillende huizen omver blies en in Holland door dijkdoorbraken veel schade aanrichtte. Tweeduizend mensen zijn, naar men zegt, verdronken. Bij mensenheugenis was het niet voorgekomen, dat een overstroming zó erg en het peil van het zeewater zó hoog was. Bijna heel Holland is, evenals Vlaanderen en Zeeland ondergelopen. Hierdoor kwam ook de grote Zuidhollandse Waard onder water te staan en ging verloren. Er zijn kerken verplaatst, omdat het overstroomde gebied er nog steeds zo bij ligt en tot nu toe [hij is weliswaar tijdgenoot, maar schrijft dertig jaar later] helemaal niet kon worden herdijkt (uit: de Tielse Kroniek).[3]"

Door deze vloed werden de elkaar bestrijdende steden Geertruidenberg en Dordrecht gescheiden (Hoekse en Kabeljauwse twisten). (zie ook: Het Beleg van Dordrecht (1418) en Beleg van Geertruidenberg (1420))

Waarschijnlijk was de vloed niet eens zo hoog. Maar door de Hoekse en Kabeljauwse twisten was het dijkonderhoud verwaarloosd. Hierdoor konden de dijken doorbreken, waardoor zowel zeewater uit het westen als rivierwater uit het oosten langzamerhand het land overstroomde. Er ontstond een nat gebied met opgeslibde zandplaten met daartussen kreken en bredere wateren.

Een naar gevolg van deze vloed voor Dordrecht was dat er uiteindelijk vaarwegen rondom Dordrecht ontstonden, waardoor het zogenaamde stapelrecht van Dordrecht, dat bepaalde dat handelswaar eerst moest worden uitgeladen eer men het mocht doorvoeren, omzeild kon worden. Ook werd Dordrecht afgesneden van het zuiden, wat ongunstig was voor de handel.

Zie ook het ontstaan van de Binnenbedijkte Maas (Binnenmaas) en de dam in de Maas (Maasdam).

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. a b c Gast, C. de De macht van het water: leven met water tussen Maas en Merwede, Vèrse Hoeven uitgeverij, 2006, blz. 27/32, ISBN 97890 75703 08 5
  2. Rijkswaterstaat-rapportage Methode voor de bepaling van het aantal slachtoffers ten gevolge van een grootschalige overstroming
  3. Buisman, J. Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 2 1300-1450, Franeker (1996), blz. 450/451, ISBN 90 5194 141 2

Bronnen

  • De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van het KNMI
  • Hendriks, J.P.C.A., Cleveringa, P., Beurden, L. van, Weerts, H.J.T., Meijer, T., Smeerdijk, D.G. van & Paalman, D.B.S., 2004. 'Dar vordrunken 16 schone kerspele...' Introductie op het moderne interdisciplinaire onderzoek naar de St. Elisabethsvloeden, 1421-1424. Westerheem, 53: 94-111.