Allerheiligenvloed (1170)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Allerheiligenvloed
Datum 1 op 2 november 1170
Regio Noordwest-Nederland
De ligging van het Creiler Woud omstreeks het jaar 1000. De exacte grenzen van het bos zijn onbekend.

De Allerheiligenvloed van 1170 was een grote overstroming die ontstond toen de Noordzee tussen het huidige Huisduinen en Texel door de duinenrij brak. De beek Marsdiep kreeg een verbinding met de Noordzee en werd een zeegat. Het Creiler Woud, dat tussen Texel en Medemblik lag, werd verzwolgen door de zee. Texel en Wieringen werden eilanden. Volgens de Annales Egmundenses trad er zelfs eb en vloed op in de stad Utrecht.

Deze overstroming markeerde een begin van het vergroten van het Almere en het openen naar de Noordzee, zodat de Zuiderzee en de Waddenzee uiteindelijk konden ontstaan.

Twee factoren waren bij deze zeevergroting van belang: de eerste was de zeespiegelstijging, de tweede was de aanwezigheid van grote veengebieden. Door de grote aanvallen van de zee werd het veen afgeslagen en verdween het in de golven.

Vermoed wordt dat door de Allerheiligenvloed de waterstand in het Almere (meer)/de Zuiderzee lager werd door de ontstane opening naar de Noordzee. Dit zou onder meer tot gevolg hebben dat de waterafvoer voor de stad Utrecht verbeterde omdat de rivier de Utrechtse Vecht die op het Almere uitmondde, beter zijn water kwijt kon.[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • J. Buisman en A.F.V. van Engelen, Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 1 tot 1300, 2000, Uitgeverij Van Wijnen, ISBN 90-5194-075-0

Noten[bewerken]

  1. A.J. van den Hoven van Genderen, in: R.E. de Bruin et al. (red.) (2000) 'Een paradijs vol weelde'. Geschiedenis van de stad Utrecht, Matrijs, Utrecht, blz. 102-105, ISBN 9053451757