Slib

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Uitgedroogd slib laat een barstenpatroon zien

Slib is afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes. Waar de stroomsnelheid afneemt slaan de deeltjes als een soort klei neer op de bodem. Slib van natuurlijke oorsprong geeft meestal een vruchtbare bodem. Afzetting van slib werd veel gebruikt bij de Egyptenaren om uitgeputte akkers te bemesten als de vloedperiode van de Nijl over was. Deze liet namelijk zeer veel slib achter.

Heden ten dage wordt slib niet veel meer gebruikt omdat mest beter zou zijn en veel slib tegenwoordig verontreinigd is, veelal met zware metalen. Er zijn wel wijnstreken waar nog slib ligt maar dat is dan ondergronds en dateert van lang geleden (Brouilly; Beaujolais). Doordat Nederlandse rivieren meestal zijn bedijkt, waardoor de stroomsnelheid van het water relatief hoog ligt, zal er weinig slib bezinken.

Slib is vaak als afzetting op waterbodem aanwezig. Waterbodem is die bodem die zich onder het wateroppervlak ter plaatse van sloten, vennen, kanalen, grachten en dergelijke bevindt. De waterbodem is opgebouwd uit een geconsolideerd gedeelte; de "bodem" waarop zich een ongeconsolideerde laag; het "sediment", bevindt. De bodem wordt, om verwarring met de landbodem te voorkomen, ook wel de onderliggende (vaste) bodem genoemd (1e graafprofiel). Het sediment bestaat vaak uit een donkere bruine/zwarte gekleurde sliblaag afkomstig van amorf organisch materiaal, samengesteld uit sterk gedegenereerde plant-, tak-, depositie- en bladresten (hieraan kleeft vaak de meeste verontreiniging). Deze sliblaag onderscheidt zich meestal duidelijk van de ondergelegen laag vanwege het kleurverschil. Onder de sliblaag bevindt zich vaak een zachte laag (hierna leise genoemd) van matig fijn tot grof zand vermengd met zeer fijne fracties en organische restjes (lichtbruin/grijsachtige kleur). Onder de leise is dan weer de onderliggende "vaste" bodem aanwezig (1e graafprofiel).

Vaarwegen[bewerken]

Teneinde vaarwegen en havens begaanbaar te houden moeten deze voortdurend worden uitgebaggerd. Het vrijgekomen slib wordt afhankelijk van de mate van vervuiling, de verontreinigingsklasse, afgevoerd naar een opslagplaats zoals de Slufter op de Maasvlakte, het IJsseloog in het Ketelmeer, de Kaliwaal bij Druten.

Toepassingen[bewerken]

Biomassa[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Actiefslibmodel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Slib speelt in een rol in de afvalwaterzuivering waar het afgezette rioolslib als biomassa vergist wordt waarbij biogas vrijkomt dat weer gebruikt wordt als brandstof voor opwekken van energie voor de RWZI.

Wegfundering[bewerken]

Door toevoeging van kalk, de zogenaamde koude immobilisatie ontstaat een grondachtig materiaal dat geschikt is als toepassing in wegfunderingen.

Slibvangput[bewerken]

Slib in afvalwater zal door het afnemen van de stroomsnelheid in een afscheider of separator bezinken op de bodem.

Economie[bewerken]

In de economie hanteert men de term aanslibbing om de trek aan te geven van bedrijven vanuit perifere landsdelen naar een plek halverwege een kerngebied of aan de rand daarvan.

Zie ook[bewerken]