Ademautomaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ademautomaat (in Vlaanderen bekend als ontspanner) is een instrument dat ervoor zorgt dat een duiker de lucht uit de duikfles kan ademen. Deze lucht zit onder hoge druk (200-300 bar) in de fles en kan op deze druk niet geademd worden. De druk in de duikfles dient dus teruggebracht te worden naar een voor mensen adembare druk en dit is wat de automaat doet. Een ademautomaat kan het beste vergeleken worden met een reduceerventiel.

Tweedelige ademautomaat

Moderne ademautomaten bestaan uit 2 delen, waarbij de druk stapsgewijs teruggebracht wordt naar de omgevingsdruk. De "eerste trap" bevestigt men op de kraan van de fles en zorgt ervoor dat de hoge druk gereduceerd wordt tot een zogenaamde "middendruk". Deze middendruk ligt tussen de 8 en 11 bar boven de omgevingsdruk afhankelijk van merk en type. De "tweede trap" hebben duikers altijd in hun mond en zorgt ervoor dat zij de lucht binnenkrijgen op de omgevingsdruk.

De omgevingsdruk waaraan een duiker is blootgesteld is afhankelijk van de diepte. De druk van de ingeademde lucht moet gelijk aan de omgevingsdruk zijn, anders functioneert het ademhalingsstelsel niet. Op 20 meter is de omgevingsdruk bijvoorbeeld 3 bar, de ademautomaat moet dan ook een druk leveren van 3 bar.

Er zijn verschillende typen ademautomaten. Tijdens het sportduiken worden over het algemeen 2 traps automaten gebruikt. Deze automaten (met name de eerste trap, alhoewel er ook gebalanceerde tweede trappen verkrijgbaar zijn)zijn weer onder te verdelen in gebalanceerde en ongebalanceerde typen. De gebalanceerde automaten zorgen ervoor dat ongeacht de resterende luchtdruk in de fles en ongeacht de diepte de ademweerstand gelijk blijft. Bij ongebalanceerde typen kan de ademweerstand variëren al naar gelang de druk in de fles en de diepte waarop de duiker zich bevindt. Over het algemeen zijn gebalanceerde automaten iets duurder in aanschaf, maar het comfort en de veiligheid zijn beter. Van beide typen automaten zijn weer twee typen te onderscheiden. Automaten die werken met een membraan en automaten die werken met een piston. Bij de automaten met een piston komt het mechaniek over het algemeen (enkele types uitgezonderd) in aanraking met het water. Hierdoor ontstaat een grotere kans op vervuiling van de automaat en ook kan de automaat eerder bevriezen. Daarentegen is het binnenwerk van de membraanautomaat afgeschermd van het water. Hiermee worden de nadelen van de pistonautomaat ondervangen. Over het algemeen (maar niet altijd!) zijn membraanautomaten minder gevoelig voor bevriezing en daarom beter geschikt voor duiken in koud water (<10 graden).