Afkoop
Afkoop is het ineens betalen van een langdurige geldelijke verplichting, waarna deze ophoudt te bestaan.
Voor de afkoop worden bepaalde formules gehanteerd, afhankelijk van het soort verplichting. De formule is er meestal op gericht de ontvanger van de gelden schadeloos te stellen voor hetgeen hij mis zou lopen. Het bedrag dan wordt betaald wordt afkoopsom genoemd.
Moet iemand bijvoorbeeld jaarlijks € 100 betalen, tot in de lengte van dagen dan zou hij dat kunnen afkopen tegen het 20-voudige, dus € 2000. De ontvanger kan dit dan wegzetten voor een rente van 5%. Hij ontvangt dan ieder jaar € 100, gelijk aan de oude ontvangsten.
Vaak wordt echter een andere, lager uitvallende formule gebruikt en is het rentepercentage beperkter. En als het bedrag groot is kan de fiscus besluiten het als extra inkomsten zien en het gaan belasten. Afkoop is dus financieel gezien niet altijd gunstig voor de ontvanger van de afkoopsom. Dat het toch wordt gedaan, is omdat men van de periodieke rompslomp af wil zijn, of omdat men snel geld nodig heeft.
In de jaren '80 gingen steeds meer AIDS-patiënten over tot afkoop van hun lijfrentepolissen om de peperdure medicijnen te kunnen betalen, dan wel om in de paar jaar die ze nog hadden het geld aan iets bijzonders als een wereldreis o.i.d. te besteden. Dit leidde ertoe dat professionele investeerders de premieverplichtingen en het recht op de overlijdensuitkering overnamen. Hoewel door velen als onethisch betiteld (men krijgt er immers belang bij dat de verzekerde snel overlijdt), zijn hier de life settlements uit voortgekomen, inmiddels een snelgroeiende tak binnen de financiële wereld.