Lijfrente

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een lijfrente is een bedrag dat periodiek aan een bepaalde begunstigde wordt uitbetaald. Dit bedrag wordt doorgaans uitbetaald uit een lijfrenteverzekering. Deze lijfrenteverzekering wordt voor de uitkering aangekocht door een eenmalige storting of periodieke premiebetaling.

De uitkering vindt plaats tijdens een vooraf overeengekomen termijn of levenslang, maar eindigt in ieder geval bij overlijden van de verzekerde. De hoogte van de uitkering is vaak steeds gelijk. Het is ook mogelijk de premie(s) te laten beleggen, waarmee de hoogte van de uitkering afhankelijk is van de beleggingsresultaten.

De hoogte van de termijn hangt af van de marktrente op het moment van aankoop, de periode van uitkering, de leeftijd van de verzekerde en begunstigde en de sterftekansen.

Een levenslange lijfrenteverzekering verzekert net als een pensioenverzekering het zogenaamde "langlevenrisico". Deze term doelt erop dat het (ook als men graag lang leeft) een financieel risico kan inhouden: indien men inteert op vermogen kan dit opraken; bij een levenslange lijfrenteverzekering draagt de verzekeraar het financiële risico van lang leven.

Wel is het zo dat de uitkeringen vaak niet geïndexeerd zijn, dus inflatie blijft voor de verzekerde/begunstigde een risico.

De contante waarde van een lijfrente wordt berekend door de contante waarde van alle potentiële uitkeringen op te tellen. De contante waarde van een potentiële uitkering op een bepaald moment in de toekomst op voorwaarde dat men dan nog leeft wordt berekend door het bedrag van de uitkering te vermenigvuldigen met de kans op de uitkering (dus de kans dat men dan nog leeft) en dit te verdisconteren op basis van een rentevoet.

Omdat bij een lijfrenteverzekering een medische keuring niet aan de orde is (laat staan een tussentijdse) zal de verzekeraar uitgaan van algemene statistieken. Gezien vanuit een individuele verzekerde kan de waarde afwijken, deze is bijvoorbeeld lager als hij een mogelijk dodelijke ziekte heeft.

Tussen twee uitkeringsmomenten neemt bij constante rentevoet de contante waarde toe doordat elke toekomstige uitkering nabijer in de toekomst komt, dus er is meer kans dat men dan nog leeft, en de verdiscontering is ook minder. Een hogere rentevoet verlaagt de waarde en omgekeerd. Voor de individuele verzekerde heeft verbetering van de gezondheid een positief effect, en omgekeerd.

De betaling van een uitkering vermindert de waarde met het bedrag van de uitkering.

In de tijd tussen twee uitkeringsmomenten inclusief een uitkering is bij een levenslange lijfrente en een gelijke resterende levensverwachting het effect op de contante waarde van de mindere verdiscontering en de uitbetaling samen nul, dus dan is nog over het effect van de rentevoet, en de lagere resterende levensverwachting (voor de individuele verzekerde eventueel hoger door verbetering van de gezondheid).

Verkoop van een woning voor een lijfrente en een woonrecht[bewerken]

Met name in Frankrijk komt het voor dat een ouder iemand zijn huis verkoopt met als tegenprestatie een levenslange lijfrente en het levenslange recht om in het huis te blijven wonen (viager).[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties