Autoniem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de botanische nomenclatuur is een autoniem een naam die automatisch tot stand komt, zoals geregeld door de International Code of Botanical Nomenclature (Vienna Code, 2006). Autoniemen worden altijd zonder auteursnaam geciteerd. De relevante bepalingen van de ICBN zijn te vinden in de artikelen 6.8, 22.1-3 en 26.1-3.

Definitie[bewerken]

De officiële tekst van de ICBN is in het Engels, en in geval van twijfel is de Engelse tekst normatief. Daarom is hier in de referenties die bij de vertalingen van de artikelen staan, ook de Engelse tekst gegeven.

De definitie van een autoniem is te vinden in Art. 6.8: Autoniemen zijn die namen die automatisch tot stand komen volgens de regels van Art. 22.3 en 26.3.[1]

Art. 22.3 geeft dan de echte definitie voor subdivisies[2] van genera: De eerste keer dat van een geslacht met een rechtmatige naam[3] een naam van een subdivisie geldig wordt gepubliceerd,[4] wordt automatisch de naam van het overeenkomende autoniem tot stand gebracht.[5] Om de definitie voor subdivisies van genera compleet te maken, staat dan nog in Art. 22.1: De naam van elke subdivisie van een geslacht die het type bevat van de naam van dat geslacht, moet bestaan uit de naam van het geslacht met daarachter de onveranderde geslachtsnaam herhaald als toenaam,[6] niet gevolgd door de naam van een auteur. Zulke namen worden autoniemen genoemd.[7]
Art. 26.3 geeft de echte definitie voor infraspecifieke[8] taxa: De eerste keer dat van een soort met een rechtmatige soortsnaam een naam van een infraspecifiek taxon geldig wordt gepubliceerd, wordt automatisch het overeenkomende autoniem tot stand gebracht.[9] En net als hierboven, maar nu voor infraspecifieke taxa, staat dan nog in Art 26.1: De naam van elk infraspecifiek taxon dat het type bevat van de soortsnaam waaronder het is geplaatst, moet bestaan uit de soortsnaam met daarachter de toenaam van de soort onveranderd herhaald als laatste toenaam, niet gevolgd door de naam van een auteur. Zulke namen worden autoniemen genoemd.[10]

Interpretatie[bewerken]

De toepassing van namen van taxonomische groepen wordt bepaald door het gebruik van nomenclatorische typen.[11] In het geval van taxa op het niveau van soorten of daaronder, zijn nomenclatorische typen specimens (geconserveerde (delen van) planten).[12] Als een botanicus, in het geval van een infraspecifiek taxon, een bepaald specimen voldoende vindt verschillen van het type van een soortsnaam om het een eigen naam toe te kennen op infraspecifiek niveau (als ondersoort of variëteit bijvoorbeeld), dan wordt daarmee een nieuw element toegevoegd aan de omschrijving van de soort. Alle elementen die tot dan toe de oude soort vormden, vormen van dan af een nieuw infraspecifiek taxon. Maar aangezien alleen de rang veranderd is maar niet het type of de beschrijving, is er geen noodzaak om dat taxon aan een andere auteur toe te kennen. Alle informatie die van toepassing is op het nieuwe infraspecifieke taxon, kan immers gevonden worden in de protoloog[13] van de soortsnaam (of het basioniem daarvan). Bedenk hierbij dat het citeren van een auteur dient om de protoloog van een naam te kunnen vinden. Bij een autoniem zou dan altijd twee keer achter elkaar dezelfde auteur geciteerd worden (en bij een volledige bibliografische referentie ook twee keer dezelfde publicatie).

Ongeveer hetzelfde geldt voor een subdivisie van een genus. Wanneer een botanicus aan een geslacht soorten toevoegt waarvoor de oude beschrijving van het geslacht niet volledig toereikend is, en daarom een nieuwe subdivisie toevoegt aan het geslacht, met één of meer afwijkende kenmerken, of wanneer een botanicus een groot geslacht splitst in twee of meer kleinere delen, dan zal in beide gevallen één deel, dat nu een subdivisie van het geslacht vormt, volledig worden beschreven door de oude beschrijving en getypificeerd door het oude type. Dit deel hoeft niet aan een nieuwe auteur te worden toegeschreven.

Voorbeelden[bewerken]

Zoals uit de definitie duidelijk wordt, kan een autoniem in de twee volgende gevallen ontstaan:

  • bij een taxon met een rang onder die van geslacht (genus) maar boven die van soort (formeel een "subdivisie van een genus", maar in de wandelgangen een "infrageneriek taxon"), waarbij de toenaam een herhaling is van de geslachtsnaam (Art. 22), bijvoorbeeld:
Magnolia L. sect. Magnolia, automatisch tot stand gekomen toen A.P. de Candolle Magnolia L. sect. Gwillimia DC. publiceerde, in Regni Vegetabilis Systema Naturale 1 (1817): 455.
Magnolia L. subgen. Magnolia, automatisch tot stand gekomen toen Seringe Magnolia L. subgen. Gwillimia Ser. publiceerde, in Flore des Jardins et des Grandes Cultures 3 (1849): 222.
  • bij een taxon met een rang onder die van soort (species) (een infraspecifiek taxon), waarbij de infraspecifieke toenaam een herhaling is van de toenaam van de soort (Art. 26), bijvoorbeeld:
Elmerrillia papuana (Schltr.) Dandy var. papuana, automatisch tot stand gekomen toen Dandy onder de soort Elmerrillia papuana (Schltr.) Dandy de variëteiten var. glaberrima Dandy, en var. adpressa Dandy publiceerde, in Bulletin of Miscellaneous Information, Royal Gardens, Kew 1928(5) (1928): 185.

Aanvullende bepalingen met betrekking tot autoniemen[bewerken]

De naam van een subdivisie van een geslacht die het type van dat geslacht bevat, is niet geldig gepubliceerd wanneer de toenaam niet de onveranderde naam van het geslacht is (Art. 22.2).[14] met andere woorden: zo'n naam mag niet iets anders zijn dan een autoniem, bijvoorbeeld:

Toen Seringe Magnolia L. subgen. Gwillimia Ser. publiceerde, in Flore des Jardins et des Grandes Cultures 3 (1849): 222, kwam automatisch het autoniem Magnolia L. subgen. Magnolia tot stand. Toen Seringe zelf dat taxon in dezelfde publicatie, op p. 224, echter Magnolia L. subgen. Eumagnolia Ser. noemde, was die naam niet geldig gepubliceerd omdat die naam het type van Magnolia virginiana L. bevatte, tevens het type van het genus.

Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor infraspecifieke taxa (Art. 26.2).[15]

Toen Dandy Michelia macclurei Dandy var. sublanea Dandy publiceerde, in Journal of Botany 68 (1930): 212, kwam automatisch het autonym Michelia macclurei Dandy var. macclurei tot stand. Dandy noemde de typische variëteit in dezelfde publicatie echter var. genuina Dandy. Die naam was niet geldig gepubliceerd omdat ze op het type van Michelia macclurei was gebaseerd.

Een autoniem wordt beschouwd als te zijn gepubliceerd op exact hetzelfde moment als de eerste naam (namen) in die specifieke rang onder het geslacht of de soort, ongeacht of die naam in de publicatie ook letterlijk wordt genoemd (Art. 32.8).[16]

In de twee hierboven genoemde voorbeelden waren de autoniemen Magnolia L. subgen. Magnolia en Michelia macclurei Dandy var. macclurei wèl geldig gepubliceerd, ook al werden ze in die publicaties nergens letterlijk genoemd.
Toen Rehder & Wilson Magnolia officinalis Rehder & E.H. Wilson var. biloba publiceerden, in C.S. Sargent (ed.), Plantae Wilsonianae 1 (1913): 392, kwam op datzelfde moment ook het autoniem Magnolia officinalis Rehder & E.H. Wilson var. officinalis tot stand, ook al komt die naam in Plantae Wilsonianae nergens voor.

Een autoniem heeft nomenclatorisch prioriteit boven de naam (of de namen) waarmee het tot stand werd gebracht (Art. 11.6).[17] Deze regel is vooral van belang in combinatie met Art. 11.2: In geen enkel geval heeft een naam prioriteit buiten de rang waarin die is gepubliceerd.[18] Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit:

Wanneer Heracleum sibiricum L., met subsp. lecokii (Godr. & Gren.) Nyman en subsp. sibiricum (autoniem) als subspecies wordt geplaatst onder Heracleum sphondylium L. (gewone bereklauw),[19] dan is de correcte naam van de subspecies Heracleum sphondylium L. subsp. sibiricum (L.) Simonk.[20] De naam Heracleum sibiricum heeft alleen prioriteit in de rang van soort. Voor de correcte naam als subspecies onder Heracleum sphondylium is het dus van belang welke in de rang van subspecies gepubliceerde naam prioriteit heeft. Art. 11.6 regelt dat.
Maar: Zolang Magnolia grandiflora L. als soort wordt beschouwd, is de correcte naam voor de typische variëteit van de soort Magnolia garandiflora L. var. grandiflora (autoniem). Zou de soort echter worden gereduceerd tot een variëteit van een andere soort, dan wordt de correcte naam van die variëteit "var. foetida" omdat var. grandiflora pas tot stand kwam toen Aiton var. elliptica, var. lanceolata en var. obovata publiceerde, in Hortus Kewensis (1789): 251, en het taxon door Linnaeus al veel eerder als Magnolia virginiana var. foetida was gepubliceerd, in Species Plantarum (1753): 536.

Het type van een autoniem is hetzelfde als dat van de naam van het geslacht of de soort waarvan het is afgeleid (Art. 7.6).[21]

Het type van zowel Magnolia virginiana L. als van Magnolia virginiana L. subsp. virginiana[22] is Clayton 34, Clifford Herbarium 222 (BM).[23]

Noten en referenties[bewerken]

  1. ICBN (Vienna Code) Art. 6.8: [Autonyms are such names as can be established automatically under Art. 22.3 and 26.3.]
  2. Een "subdivisie van een geslacht (genus)" is bijvoorbeeld een ondergeslacht (subgenus), een sectie (sectio), een ondersectie (subsectio) of een serie (series). Subdivisies van genera worden vooral gebruikt om in grote geslachten de nauwer verwante soorten overzichtelijk te groeperen.
  3. de term rechtmatige naam handelt over zaken als prioriteit, homoniemie, etc. (zie verder ICBN (Vienna Code) Art. 6.5)
  4. de term geldige publicatie handelt over zaken als beschikbaarheid van de gedrukte uitgave voor het publiek, het aanwijzen van een type, aanwezigheid van een beschrijving of een diagnose in Latijn, het geven van een naam conform de regels voor het Latijn, aanduiding van de rang van het taxon, etc. (zie verder ICBN (Vienna Code) Art. 6.2)
  5. ICBN (Vienna Code) Art. 22.3: [The first instance of valid publication of a name of a subdivision of a genus under a legitimate generic name automatically establishes the corresponding autonym.]
  6. toenaam is de Nederlandse vertaling van wat in het Engels epithet wordt genoemd, dus het tweede deel van de naam van een soort (specific epithet) of een subdivisie van een genus. In Primula sect. Dionysiopsis Pax (zie ICBN (Vienna Code) Art. 11 Ex. 6) is Primula de geslachtsnaam en Dionysiopsis de toenaam. In Euphorbia helioscopia L. (kroontjeskruid) is Euphorbia de geslachtsnaam en helioscopia de toenaam.
  7. ICBN (Vienna Code) Art. 22.1: [The name of any subdivision of a genus that includes the type of the [...] name of the genus to which it is assigned is to repeat the generic name unaltered as its epithet, not followed by an author citation [...] Such names are termed autonyms.]
  8. Infraspecifieke taxa zijn taxa onder de rang van soort (species), zoals ondersoort (subspecies), variëteit (varietas) of vorm (forma).
  9. ICBN (Vienna Code) Art. 26.3: [The first instance of valid publication of a name of an infraspecific taxon under a legitimate species name automatically establishes the corresponding autonym.]
  10. ICBN (Vienna Code) Art. 26.1: [The name of any infraspecific taxon that includes the type of the [...] name of the species to which it is assigned is to repeat the specific epithet unaltered as its final epithet, not followed by an author citation [...] Such names are termed autonyms.]
  11. ICBN (Vienna Code) Principle II. Dat betekent dat een botanische naam is verbonden aan een type-exemplaar (meestal een specimen) en niet zozeer aan een taxon. Dat type staat uiteindelijk wel model voor een taxon maar hoe groot dat taxon is hangt ervanaf of botanici de verschillen tussen het bewuste type en andere specimens belangrijk genoeg vinden om aan andere specimens een eigen naam toe te kennen of niet. Minstens zo belangrijk: het staat botanici volgens deze regels vrij om met elkaar van mening te verschillen over de interpretatie van een taxon, zonder daarbij de regels geweld aan te doen. De regels laten verschillende interpretaties van taxa toe en regelen alleen het correct gebruik van namen, gegeven een bepaalde interpretatie.
  12. Voorafgaande aan 1 januari 2007 mocht een type ook een illustratie zijn. Zie ICBN (Vienna Code) Art. 37.4.
  13. Zolang er geen artikel "Protoloog" bestaat: de protoloog van een naam is de eerste publicatie van die naam, met alle gegevens die voor de correcte toepassing van die naam van belang zijn, zoals het aangewezen type-exemplaar, de volledige beschrijving, een diagnose van verschillen met verwante taxa, het verspreidingsgebied, etcetera. Voor het geldig publiceren van een taxon moet de protoloog aan een aantal minimum vereisten voldoen, die in de International Code of Botanical Nomenclature zijn vastgelegd. Bij een volledige verwijzing naar de naam van een taxon wordt altijd de plaats (boek of tijdschrift, in geval van een tijdschrift ook de titel van het artikel, met gegevens over jaartal, zo nodig welk deel, en paginanummer) van de protoloog genoemd. Wanneer een nieuwe naam is gebaseerd op een andere naam of op een eerder gepubliceerde beschrijving, dan kan de protoloog heel kort zijn en uit alleen de nieuwe naam en een bibliografische referentie naar de eerdere publicatie bestaan.
  14. ICBN (Vienna Code) Art. 22.2: [A name of a subdivision of a genus that includes the type [...] of the [...] name of the genus is not validly published unless its epithet repeats the generic name unaltered. [...] ]
  15. ICBN (Vienna Code) Art. 26.2: Een naam van een infraspecifiek taxon dat het type van de soort bevat is niet geldig gepubliceerd tenzij de laatste toenaam een onveranderde herhaling is van de toenaam van de soort. [A name of an infraspecific taxon that includes the type [...] of the [...] name of the species is not validly published unless its final epithet repeats the specific epithet unaltered. [...] ]
  16. ICBN (Vienna Code) Art. 32.8: Autoniemen worden geaccepteerd als geldig gepubliceerde namen, geldend vanaf de publicatie waarin ze tot stand kwamen, ongeacht of ze in die publicatie letterlijk voorkomen of niet. [Autonyms [...] are accepted as validly published names, dating from the publication in which they were established, whether or not they appear in print in that publication.]
  17. ICBN (Vienna Code) Art. 11.6: [An Autonym is treated as having priority over the name or names of the same date and rank that established it.]
  18. ICBN (Vienna Code) Art. 11.2: [In no case does a name have priority outside the rank in which it is published.] Deze regel zegt bijvoorbeeld dat van een taxon waarvan de rang wordt veranderd, de naam in de nieuwe rang niet noodzakelijk dezelfde toenaam hoeft te hebben als in de oude rang, zoals bijvoorbeeld in het geval van Magnolia virginiana L. var. foetida L., waarvan de correcte naam in de rang van soort Magnolia grandiflora L. (1762) is, en niet Magnolia foetida (L.) Sarg. (1889).
  19. Zoals gedaan door L. Simonkai, in Enumeratio Florae Transsilvanicae (1887): 266.
  20. ICBN (Vienna Code): Art. 11 Ex. 25.
  21. ICBN (Vienna Code) Art. 7.6: [The type of an autonym is the same as that of the name from which it is derived.]
  22. automatisch tot stand gekomen toen Murray Magnolia virginiana L. subsp. australis (Sarg.) A.E. Murray publiceerde, in Kalmia 11 (1981): 2.
  23. Clayton 34 is een specimen dat door John Clayton (1694-1773) vanuit Virginia naar Gronovius, in Leiden, werd gezonden. en uiteindelijk in het herbarium van George Clifford terechtkwam. Linnaeus beschreef dit specimen in de Hortus Cliffortianus (1738) op pagina 222. Het wordt nu bewaard in het Natural History Museum, London, als onderdeel van het Clifford Herbarium. Hoewel sinds 1963 een zelfstandig museum, wordt de herbariumcollectie van het museum nog altijd aangeduid met het acroniem BM, van British Museum, waar de natuurhistorische collectie met het herbarium tot 1963 deel van uitmaakte. foto van Clayton 34 (website is vaak traag).

Externe link[bewerken]