Benjamin Graham

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Benjamin Graham (Londen, 8 mei 1894 - 21 september 1976) was een belangrijke Amerikaanse econoom en investeerder. Hij wordt de vader van het waarde beleggen genoemd. Hij onderwees multimiljardair Warren Buffett, die hem beschrijft als de belangrijkste man in zijn leven na zijn vader.

Graham was van Joodse afkomst, en kreeg bij zijn geboorte de naam Grossbaum. Zijn familie verhuisde van Londen naar New York toen hij een jaar oud was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog veranderde de familie de achternaam in Graham, omdat een Duitse achternaam argwaan wekte. Graham groeide op in grote armoede, en voelde zich verplicht om goed te presteren in zijn opleiding. Hij studeerde aan de Columbia-universiteit, waarna hij carrière maakte in de financiële wereld.

In 1934 publiceerde hij samen met David Dodd het boek Security Analysis, dat wordt beschouwd als het belangrijkste boek voor investeerders. Hij maakte in dit werk onderscheid tussen investeren en speculeren. In 1949 volgde zijn andere standaardwerk: The Intelligent Investor. In dit boek bepleit hij het belangrijke concept van de marge van veiligheid, die een waarschuwingsbenadering van het investeren vraagt. In termen van plukkende aandelen adviseert hij verdedigingsbelegging in aandelen dicht bij hun tastbare boekwaarde als bescherming aan ongunstige toekomstige ontwikkelingen die vaak in de effectenbeurs worden ontmoet.

Graham maakte onderscheid tussen de passieve investeerder en de actieve investeerder. De passieve investeerder investeert defensief, en koopt gericht op de lange termijn. De actieve investeerder heeft gespecialiseerde kennis van een bepaald terrein en koopt gericht op dat terrein. Voorzichtigheid en kennis van zaken waren de handelsmerken van Benjamin Graham.

Benjamin Graham was voorstander van investeren op basis van onderzoek en analyse. Hij definieerde een belegging als een op een diepgaande analyse gebaseerde operatie die streeft naar het terugverdienen van het ingelegde kapitaal plus een bevredigend rendement. Elke beursoperatie die niet aan deze criteria voldoet schaarde Graham onder het begrip speculatie, waar Graham een grondige hekel aan had. Speculatie was volgens Graham een vorm van gokken, terwijl investeren volgens hem een vorm van wetenschap was.

In zijn onderwijs maakte Graham gebruik van een fictieve belegger: Mister Market. Mister Market stond symbool voor de inefficiënte beleggingsmarkt. Soms was Mister Market euforisch, hij hield dan alleen rekening met positief nieuws over zijn aandelen, die hij eigenlijk niet wilde verkopen maar die hij uit loyaliteit met de beleggers toch maar aanbood. Uit angst dat iemand ze daadwerkelijk zal kopen vraagt hij een veel te hoge prijs. Maar soms is Mister Market depressief en dan wil hij helemaal geen aandelen hebben. Als hij in die gemoedstoestand verkeert dan biedt hij absurd laag, opdat hij vooral niets zal kopen. Graham doceerde zijn studenten hoe zij Mister Market te slim af konden zijn. Dat kon volgens Graham door observatie en analyse van zijn gedrag.

Benjamin Graham verdiende goed aan zijn investeringen. Hij gaf zijn geld graag uit aan auto's, en hij hield er een onrustig huwelijksleven op na. Hij trouwde drie keer. In 1929 raakte Graham echter volledig geruïneerd. Hij raakte die periode ruimschoots te boven, en zag de ervaring vervolgens als een leerzame episode in zijn leven.