Berúthiel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Berúthiel is een personage uit In de Ban van de Ring van J.R.R. Tolkien. Zij was de vrouw van de twaalfde koning van Gondor, Tarannon Falastur.

Zij leefde in de negende eeuw van de Derde Era en was een Zwarte Númenóreaan uit Umbar. De betrekkingen tussen de Zwarte Númenoreanen waren gespannen sinds de stichting van Gondor en Arnor aan het eind van de Tweede Era, omdat de Zwarte Númenoreanen afstamden van de Aanhangers van de Koning en Sauron dienden in de Oorlog van het Laatste Bondgenootschap. Tarannon wilde zijn zuidelijke kusten beschermen voor aanvallen uit Umbar.

Daarom ging Tarannon een verstandshuwelijk aan met Berúthiel. Als Zwarte Númenoreaan hield Berúthiel niet van Gondor en wantrouwde ze de lokale bevolking. Daarom gebruikte ze haar tien katten om iedereen in het koninkrijk in de gaten te houden. De mensen van Gondor waren bang voor deze katten en vloekten wanneer ze voorbij kwamen.

Uiteindelijk werd Tarannon Falastur de intriges van zijn vrouw zo zat, dat hij haar, met haar katten, op een vlot zette en op de oceaan weg liet drijven. Het vlot werd voor het laatst gezien in de omgeving van Umbar en aangenomen wordt dat ze weer is teruggekeerd naar deze stad.

Haar verbanning zorgde ervoor dat koning Tarannon in het jaar 913 van de Derde Era kinderloos overleed.