Beschikbare-premiesysteem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het beschikbare-premiesysteem is een vorm van sparen voor een pensioen waarbij de begunstigde het beleggingsrisico en het transformatierisico voor zijn rekening neemt. Dit in tegenstelling tot het beschikbare-uitkeringssysteem.

Het beleggingsrisico is het risico dat het belegde pensioenvermogen op het moment van pensionering minder waard is dan verwacht door een ongunstige ontwikkeling op de financiële markten. Het transformatierisico hangt samen met het feit dat onder het beschikbare-premiesysteem wordt gespaard tot het moment van pensionering. Bij pensionering wordt het gespaarde bedrag plus de beleggingsopbrengsten beschikbaar gesteld om er een lijfrente van te kopen. De hoogte van de lijfrente (en dus het pensioen) is niet alleen afhankelijk van inleg en beleggingsresultaat, maar ook van de rentestand op het moment van pensionering. Hoe lager de rente, hoe lager de lijfrente die met dezelfde som gekocht kan worden. Het transformatierisico is des te groter omdat de rente flink kan fluctueren, terwijl de periode waarin de koopsom moet worden gebruikt voor een lijfrente vrij kort is.

Vooral in Angelsaksische landen is het beschikbare-premiesysteem (Defined Contribution, DC) erg populair. Dit hangt samen met het feit dat in deze landen de tweede pijler door institutionele problemen erg zwak is. Onderzoek uit deze landen toont aan dat onder een beschikbare-premiesysteem het aantal niet-verzekerden (witte vlekken) stijgt en de begunstigden de neiging hebben te weinig te sparen voor het pensioen dat ze zouden willen hebben. Bovendien wordt vaak van de deelnemers verwacht dat ze beleggingskeuzes maken. Dit heeft gewoonlijk tot gevolg dat er geld wordt verloren aan professionele beleggers. Als gevolg hier van is het gebruikelijk in deze landen dat gepensioneerden bijverdiensten nodig hebben.

In Nederland is het Collectief Beschikbare Premiesysteem (Collective Defined Contribution, CDC) in opkomst. Dit werkt in feite als het beschikbare-uitkeringssysteem, maar begrenst het risico van een pensioentekort voor de werkgever, waardoor dit risico op de schouders van de werknemer terecht komt. Omdat dit systeem betrekkelijk nieuw is wordt het nog gehinderd door een geringe mate van erkenning in nationale en internationale regels voor accountancy en boekhouding.

Er wordt al vele jaren en geregeld de verwachting uitgesproken - met name door buitenlandse consultants - dat in Nederland een verschuiving zal plaatsvinden van het beschikbare-uitkering systeem naar het beschikbare premie systeem. In de praktijk is hier geen sprake van. Het ligt ook niet voor de hand, vanwege het Nederlandse overlegsysteem tussen sociale partners (poldermodel). Het grootste gevaar voor het beschikbare-uitkering systeem is verstikkende wet- en regelgeving, die alleen van toepassing is op het beschikbare-uitkeringssysteem. De OESO heeft dit probleem onderkend, maar richt zich vooral op het ontoereikende toezicht op het beschikbare-premiesysteem.

Beroepspensioenfondsen[bewerken]

In Nederland wordt ongeveer 1% van de pensioenpremies afgedragen aan beroepspensioenfondsen. Deze 11 fondsen werken met het beschikbare premiestelsel, maar kennen niet de nadelen van het hierboven beschreven systeem. Elk jaar wordt een premie betaald en daarmee wordt direct een pensioen aangekocht. Voorkomen wordt zo dat bij pensionering de actuele rentestand alles bepalend is voor de hoogte van het in te kopen pensioen.[1]

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur[bewerken]

  • Alicia H. Munnell & Annika Sunden: Coming Up Short, The Challenge of 401(k) Plans ISBN 081575888X.
  • Olivia S. Mitchell & Stephen P. Utkus: Pension design and structure ISBN 0199273391.