Bolesław II van Schweidnitz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bolesław II van Schweidnitz
1308 -1368
Kleurreconstructie van het praalgraf van Bolesław II van Schweidnitz, naar Theodor Blätterbauer
Kleurreconstructie van het praalgraf van Bolesław II van Schweidnitz, naar Theodor Blätterbauer
Hertog van Schweidnitz-Jauer
Periode 1326-1368
Voorganger Bernard II van Schweidnitz
Opvolger Agnes van Bohemen
Vader Bernard II van Schweidnitz
Moeder Cunegonde van Polen

Bolesław II van Schweidnitz-Jauer, ook Bolko II, bijgenaamd de Kleine (mei 1308 - Schweidnitz, 28 juli 1368) was de oudste zoon van Bernard II van Schweidnitz en Cunegonde van Polen. Na het overlijden van zijn vader in 1326 werd hij hertog van Schweidnitz, maar regeerde de eerste jaren onder de voogdij van zijn moeder en zijn ooms.

Kort na zijn aantreden probeerde hij de onafhankelijkheid van zijn hertogdom te verzekeren tegenover zijn machtige buren, zoals Jan de Blinde, koning van Bohemen. In 1329 vond een eerste krachtmeting plaats. Bolko zocht steun bij de koningen van Hongarije en Polen. Jan de Blinde sloeg terug en nam Niemcza in. Daarna lijfde hij Glogau (dat hertog Przemko had nagelaten aan zijn weduwe, Constance, de zuster van Bolko) in bij Bohemen.

Vanaf 1336 verzwakte de positie van Bolko II. Zijn oom Bolko II van Ziębice legde de eed van trouw af jegens Bohemen en kreeg het vruchtgebruik over de streek van Kłodzko. Tenslotte deed ook Casimir III van Polen afstand van zijn rechten op Silezië ten voordele van Jan de Blinde. Om zijn positie te versterken trouwde Bolko in 1338 met Agnes van Habsburg (1315-1392), een dochter van Leopold I van Oostenrijk en slaagde hij er in een bondgenootschap af te sluiten met Polen, Hongarije en het Heilige Roomse Rijk. Daarop ontbrandde de eerste Silezische Oorlog (1341-1345) uit, die werd beëindigd met de vrede van Namysłów van 1348.

Na de vrede van Namysłów had Bolko geen belang meer bij een politiek tegen de Luxemburgers. De hertog van Schweidnitz zocht langzamerhand toenadering met keizer Karel IV, zonder de goede relaties met Polen en Hongarije in het gedrang te brengen. Omdat hij zelf geen zoon had, huwelijkte hij zijn nicht Anna (dochter van Hendrik II van Schweidnitz-Jauer) uit aan de zoon van Karel IV. Hij besliste dat na zijn dood het jonge koppel al zijn bezittingen zou erven. De zoon van de keizer overleed echter kort na zijn huwelijk. De keizer wilde echter het hertogdom Schweidnitz niet verliezen en trouwde, na goedkeuring van Bolko II, met de jonge weduwe, die keizerin en koningin van Bohemen werd.

Bolko II haalde zijn voordeel uit de toenadering tot Karel IV en uit de economische ontwikkeling van zijn hertogdom (o.a. de exploitatie van een goudmijn). Hij erfde in 1346 het hertogdom Jauer na de dood van zijn broer Hendrik. In 1358 kocht hij de helft van het hertogdom Wacław van Brzeg. Dankzij de tussenkomst van Karel IV verwierf hij in 1359 een aantal vestingen op de grens tussen Bohemen en Silezië. In datzelfde jaar kocht hij nog het hertogdom Siewierz ven de hertog van Cieszyn. In 1360 erkende Karel IV dat de weduwe van Przemko, de zuster van Bolko, rechten had op het hertogdom Głogów. Toen zij in 1361 overleed, schonk de keizer het vruchtgebruik van de helft van Głogów en Ścinawa aan Bolko II. In 1364 kocht Bolko het bestuursrecht op Lusace.

Door zijn rijkdom en zijn verwervingen werd Bolko II een invloedrijk en geacht vorst in het toenmalige politieke landschap. Samen met Casimir III van Polen zou hij in 1363 een conflict oplossen tussen de koningen van Hongarije en van Bohemen. In 1364 nam hij met acht andere hertogen en vijf koningen deel aan het congres van Krakau.