Border Gateway Protocol

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
BGP-FSM

Het Border Gateway Protocol (BGP) is het belangrijkste routeringsprotocol van het internet: het wordt gebruikt om verkeer tussen verschillende providers te kunnen routeren. Binnen het netwerk van een provider (een zogenaamd Autonoom Systeem of AS) kiest de provider voor een bepaald intra routerings protocol zoals OSPF of Routing Information Protocol, maar om routes uit te wisselen met andere providers wordt exclusief gebruikgemaakt van BGP. Het is dus niet zo dat BGP het meest gebruikte routerings protocol is, maar zonder BGP zou er geen Internet zijn, maar slechts een verzameling losse netwerken die niet met elkaar (kunnen) communiceren.

Het werkt door een tabel van IP netwerken of 'prefixes' bij te houden die de netwerk bereikbaarheid tussen autonome systemen (AS) aangeven. Het is beschreven als een path vector protocol. BGP gebruikt geen technische metrics, maar maakt routerings-beslissingen gebaseerd op network policies of regels. De huidige versie van BGP, versie 4, is gespecificeerd in request for comment RFC 4271.

BGP is fundamenteel een ander type routerings protocol dan de andere protocollen: het is meer een methode om andere BGP routers te vertellen dat bepaalde prefixes bereikbaar zijn via die router, het daadwerkelijke routeren binnen dat netwerk wordt via een van de interne routerings-protocollen gedaan: BGP zal niet automatisch de beste route naar een bepaalde bestemming kunnen bepalen.

Wanneer twee BGP-routers met elkaar een sessie opzetten, zijn ze elkaars "peer" (engels voor: gelijke). In jargon wordt het opzetten van een BGP-sessie tussen 2 verschillende netwerken zonder dat ervoor betaald wordt ook wel "peering" genoemd. BGP wordt ook wel gebruikt om een netwerk te voorzien van "internet". Wanneer een netwerk (bijvoorbeeld een kleine internetprovider) 2 of meer uplinks (grotere internetproviders) heeft, kan het interessant zijn om door middel van BGP zelfstandig een beslissing over de routering te nemen. In dat geval is er sprake van een transit-verbinding. Hoewel dit nog steeds peering is, wordt het transit genoemd omdat men immers van netwerk A naar netwerk C gaat via netwerk B. Netwerk B is in dat geval het transit-netwerk. Voor transit moet over het algemeen worden betaald.

BGP komt in twee hoofdvormen: externe BGP (eBGP) en interne BGP (iBGP). Bij eBGP is er sprake van twee verschillende autonome systemen die elkaar voorzien van routing-informatie. Bij iBGP is er sprake van een internet relatie in één autonoom systeem. Deze vorm wordt vaak gebruikt om grote hoeveelheden routing-informatie intern te verspreiden omdat BGP beter schaalt dan bijvoorbeeld OSPF of IS-IS. Ook wordt BGP gebruikt voor de signalering van andere diensten zoals layer-3 VPNS.

Op de AMS-IX kunnen internetproviders (nationaal en internationaal) met elkaar peeren via een zogenaamd "shared-LAN".

Zie ook[bewerken]