Chibcha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Chibcha is een cultuur en een taalgroep in de Latijns-Amerikaanse Andes. De nazaten van de oorspronkelijke Chibcha zijn de muisca, de guane, de lache, de tairona en de chitarero. Vroeger kwamen de chibcha ook ten westen van Colombia voor, tot in het huidige Costa Rica. In die gebieden zijn deze taal en cultuur tegenwoordig uitgestorven. Vermoedelijk ligt de oorsprong van de chibcha juist in deze Midden-Amerikaanse gebieden waar de oorspronkelijke chibcha nu niet meer te vinden zijn.

Geschiedenis[bewerken]

Verondersteld wordt dat de chibcha 300 tot 400 jaar voor Christus vanuit Midden-Amerika naar Colombia, Venezuela en Ecuador trokken. Doordat rond 1000 n.Chr. de oorlogszuchtige Carib-indianen van de Braziliaanse kuststreek naar het gebied van de chibcha trokken, werden zij gedwongen zich te vestigen in de hoger gelegen Andesgebieden.

De chibcha waren verwant aan de inca's. Net als de inca’s bedreven ze landbouw met behulp van irrigatiesystemen, hielden ze zich bezig met goudsmederij en droegen ze kleding die ze weefden van katoen. Als ruilmiddel speelde smaragd een belangrijke rol in de economie van de chibcha. Hoewel de chibcha-religie weinig gesystematiseerd was, staat hun politiek-sociale organisatie bekend als de beste van Zuid-Amerika, na die van de inca's. Overigens zijn veel gouden voorwerpen van de chibcha bewaard gebleven.

In 1536 werden de chibcha ontdekt door de conquistadores, waarmee de precolumbiaanse periode ten einde kwam. Dit leidde tot een ineenstorting van de chibchacultuur. In de loop van de 16e eeuw veroverden de Spanjaarden, o.a. geleid door Gonzalo Jiménez de Quesada het gebied. De Quesada was onder andere op zoek naar het goudland, dat in het Guatavitameer zou moeten liggen.

Tegenwoordig wordt de term "chibcha" ook gebruikt voor een aantal indianen-groepen in Midden-Amerika. Dit betreft culturen die verwant zijn aan de oorspronkelijke chibcha, en die tegenwoordig onder die naam bekendstaan.