Chryselefantijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overblijfselen van een chryselefantijn standbeeld. Archaeologisch Museum van Delphi

Chryselefantijn (van de Griekse woorden χρυσός (goud) en ελεφάντινον (ivoor)) is de technische term voor een beeldhouwtechniek in de Griekse Oudheid waarbij de kostbare materialen goud en ivoor aangewend werden voor de vervaardiging van monumentale cultusbeelden. De houten kern met ivoor stelt de lichaamsdelen voor en goud (metaal) de kleren en versierselen.

Uit deze beelden komt het best de Griekse voorkeur voor technische virtuositeit tot uiting. Deze nu verdwenen kunstvorm, die reeds in de loop van de Archaïsche periode tot ontwikkeling was gekomen, bereikte zijn hoogtepunt met Phidias' kolossale, meer dan 10 m hoge beelden van Zeus te Olympia en van Athena Parthenos op de Akropolis van Athene.

Het karkas ervan was hol en werd bijeengehouden door een houten timmerwerk. In de tegelvloer van de Parthenon is nog de holte zichtbaar van de centrale balk, die het geraamte van de Athena Parthenos droeg. Het lichaam van het beeld zelf was van hout, het rustte op deze betimmering en was tot in de details gebeeldhouwd. Vervolgens werden het ivoor en het goud erop aangebracht: het ivoor (in dunne warmgelijmde platen) voor de onbeklede lichaamsdelen, het goud (in bladen, waarop gedreven versieringen waren aangebracht en die vervolgens op het hout gespijkerd werden) voor de kledingstukken, het haar en de bijkomstige onderdelen. Ingelegde edelstenen en halfedelstenen dienden om de glans van de ogen te verhogen of bepaalde onderdelen van de opschik (wapens, juwelen, ...) te verrijken.

Men kan zich voorstellen met welke moeilijkheden de kunstenaar soms te kampen had in de loop van deze ingewikkelde arbeid, die de deskundigheid van een goudsmid en een juwelier evengoed als die van een timmerman en beeldhouwer vereiste. Bovendien moest het beeld na voltooiing nog met de uiterste zorg onderhouden worden om te voorkomen dat er speling kwam in de verbindingen, dat de verschillende materialen loslieten, dof werden en dat ratten en ander ongedierte (insecten) de betimmering aantastten. Zodra het beeld op zijn plaats stond, werden er voorzorgsmaatregelen getroffen om het uitdrogen van het hout tegen te gaan. Te Olympia was een familie, die beweerde af te stammen van Phidias, uitsluitend belast met het onderhoud van de Zeus, en niettemin moesten er soms reparaties verricht worden zoals die door de beeldhouwer Damophon van Messene in de 2e eeuw v.Chr.

Zie ook[bewerken]