Cyberpesten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cyberpesten, digitaal pesten of digipesten is het pesten op het internet. Dit gedrag komt zowel tussen kinderen en tieners thuis en op school als tussen volwassenen als collega's op het werk voor.

Definitie[bewerken]

Iemand kan op verschillende manieren cyberpesten. Het gaat om kwetsende of bedreigende teksten bijvoorbeeld via chatprogramma's als WhatsApp of Facebook. Ook kunnen beledigende foto's, video's of persoonlijke gegevens van het slachtoffer op het internet worden gebruikt om deze op sociaalnetwerksites te plaatsen (cyberbaiting) zoals Facebook en Twitter. Dan is er sprake van cyberstalking, waarbij één of meerdere daders doelbewust een slachtoffer lastig blijft vallen en er kan op fora en vrij bewerkbare pagina’s, bijvoorbeeld Wikipedia, beledigende of bedreigende informatie geplaatst worden.

Kenmerken[bewerken]

  • Cyberpesten gebeurt vaak anoniem.[bron?] De daders voelen zich veilig, onbereikbaar en onherkenbaar, waardoor ze weinig terughoudend zijn.
  • Cyberpesten is ernstiger dan "gewoon" pesten, omdat dader en slachtoffer niet in direct contact met elkaar staan, maar enkel virtueel via de computer verbonden zijn. Ook worden hierdoor grenzen verlegd en gaat de dader verder. De dader voelt zich minder geremd, waardoor meerdere mensen het te weten komen.
  • Niet enkel fysiek of sociaal dominante personen doen aan cyberpesten. Door zijn kennis over het internet voelt de dader zich vaak machtiger dan het slachtoffer en denkt dan 'veilig achter de computer' zijn slag te mogen slaan.
  • Het slachtoffer voelt zich onveiliger dan bij gewoon pesten want hij is nergens vrij; niet op het werk, school of thuis.
  • De impact van cyberpesten is groter dan bij gewoon pesten, want er zijn veel meer toeschouwers door het medium internet.
  • Cyberpesten is niet terug te draaien – vaak blijven de gegevens op internet bestaan, zodat het slachtoffer er jaren nadien nog mee geconfronteerd kan worden.

Incidentie[bewerken]

Uit Belgisch onderzoek is gebleken dat één op de tien jongeren gepest wordt via het internet.[bron?] Volgens een onderzoek in Nederland waarin vijfhonderd tieners ondervraagd werden, komt het voor op vier van de tien scholen. Ook via bedrijfsservers worden werknemers slachtoffer van pestgedrag door collega's. Het venijnige hiervan is dat cyberpesten anoniem gebeurt, waardoor het harder is dan gewoon pesten en bedreigender is voor het slachtoffer, terwijl de dader geheim en buiten schot blijft. Ook weten ouders, leerkrachten en werkgevers niet wat er aan de hand is.

Preventie op school[bewerken]

Ouders en leerkrachten spelen bij het tegengaan van cyberpesten een belangrijke rol. De kinderen kunnen beter op de hoogte worden gebracht, Door het kind te begeleiden bij het surfen op internet en er voor te zorgen dat zij/hij het meldt als er zaken gebeuren die niet integer zijn. Ook voorlichtingen over hoe om te gaan met wachtwoorden, persoonlijke gegevens en het plaatsen van informatie is belangrijk. Leerkrachten hebben in hun lessen een voorlichtende functie over wat internet is en wat de gevaren hierop kunnen zijn. Bij geconstateerd wangedrag kan via de schoolservers de vandaal opgespoord worden en via een internetprotocol kunnen regels gegeven worden. Er zijn pestprogramma's die ook over onder meer cyberpesten gaan.

Preventie op de werkplek[bewerken]

Een bedrijf kan via pestprotocollen en met behulp van de bedrijfsvertrouwenspersoon handelen volgens richtlijnen. Hierbij is voorlichting essentieel. Er is een verschil tussen practical jokes en het stelselmatig blijven belagen via internet van een medewerker. Bedrijven kunnen leren van de manier waarop scholen omgaan met het probleem. Een pestende werknemer is te vergelijken met een pestende scholier. Een bedrijf dient zich er van bewust te zijn dat een pester een negatieve invloed heeft op de bedrijfscultuur en -resultaten en dat cyberpesten extra bedreigend is voor mensen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Bronnen

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Onderwijstechnologie/ICT en jongeren.