Nalatenschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Erfenis)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een nalatenschap of erfenis is het geheel van bezittingen én schulden die een overleden persoon achterlaat. Het erfrecht regelt dit.

Het onderstaande betreft Nederland tenzij anders aangegeven. Het erfrecht is geregeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Omvang[bewerken]

Art. 6 bepaalt dat er wordt uitgegaan van de waarde direct na overlijden.

De schulden van de nalatenschap zijn onder meer:

  • de schulden van de erflater
  • de kosten van lijkbezorging, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene; art. 3.288 BW bepaalt dat dit een bevoorrechte vordering is; een complicatie is dat een opdrachtgever van lijkbezorging zich persoonlijk verplicht het uitvaartbedrijf te betalen; hij krijgt zo een vordering op de nalatenschap, maar dat is dan mogelijk geen bevoorrechte vordering
  • de kosten van vereffening van de nalatenschap, met inbegrip van het loon van de vereffenaar
  • de schulden uit legaten die op een of meer erfgenamen rusten

Een fiscale boete die is opgelegd na iemands overlijden hoeft niet te worden betaald. Waren er al boetes opgelegd vóór het overlijden, dan worden die kwijtgescholden voor zover ze nog niet betaald waren.[1]

Gevolgen van de erfopvolging[bewerken]

Titel 6 regelt de gevolgen van de erfopvolging.

Artikel 182 bepaalt dat met het overlijden van de erflater zijn erfgenamen van rechtswege opvolgen in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. Zij worden van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan. Het betreft rechtsopvolging onder algemene titel, wat inhoudt dat erfgenamen de erflater opvolgen in de verkrijging van al zijn goederen, schulden en rechtsbetrekkingen, zonder dat voor de verkrijging van de afzonderlijke goederen, schulden en rechtsbetrekkingen levering, schuld- of contractovername is vereist. De erfgenamen volgen dus (ieder voor zijn eigen deel) in volle omvang de rechtspositie van de erflater op voor wat betreft de vermogensrechtelijke rechtsverhoudingen van de erflater met derden.[2]

Testament[bewerken]

Vaak regelt de erflater de verdeling van zijn/haar nalatenschap bij testament: een officiële, speciaal tot dat doel opgestelde akte. De vorm van deze akte is aan bepaalde regels gebonden, en het testament moet worden opgemaakt door een notaris.

De testateur geeft aan de notaris zijn wensen te kennen omtrent zijn nalatenschap. De notaris stelt een concepttestament op, dat door de testateur wordt gecontroleerd. Als de inhoud akkoord is bevonden, ondertekent de testateur de akte in aanwezigheid van de notaris, alsmede (in België) van twee getuigen of van een tweede notaris. In Nederland zijn getuigen sinds 2003 niet meer vereist, maar de notaris of een ander kan de aanwezigheid van getuigen verlangen. Het origineel van de akte wordt door de notaris bewaard; de testateur ontvangt een afschrift (officiële kopie).

Het testament kan bevatten:

  • Een erfstelling, bijvoorbeeld meerdere personen/instellingen, waarbij fracties vermeld worden die samen 1 zijn, of er wordt vermeld "voor gelijke delen". Er kan bijstaan "met inachtneming van plaatsvervulling, zoals geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf".

of:

  • Een onterving. Er geldt dan erfopvolging bij versterf, met dien verstande dat een bepaald iemand die erfgenaam zou zijn is uitgesloten. Er kunnen uiteraard ook meerdere personen onterfd worden. Eventuele kinderen van de onterfde erven door plaatsvervulling, tenzij die ook zijn onterfd.

Ook boedeltoedelingen en legaten kunnen in het testament staan.

Geen testament[bewerken]

Indien geen testament wordt opgesteld, zal de nalatenschap worden verdeeld volgens de regels van erfopvolging bij versterf: de erflater geeft daarmee een deel van zijn zeggenschap uit handen.

Testamenten mogen (in Nederland) niet worden gemaakt door personen jonger dan 16 jaar. Een testament kan ongeldig blijken als de testator bij de opstelling niet wilsbekwaam was, bijvoorbeeld door dementie.

Handgeschreven akte[bewerken]

Men kan ook een handgeschreven akte opstellen, waarbij de vorm onbelangrijk is en waarin een datum en handtekening volstaan om de wilsbeschikking authentiek te maken. Wel moet dit in Nederland bij een notaris in bewaring worden gegeven; in België is dat niet het geval.

Voor het vermaken van inboedelgoederen kan de erflater ook een codicil opstellen; deze goederen mogen dan geen schilderijen en/of kunstvoorwerpen zijn. In tegenstelling tot het erfrecht van voor 2003, kan een executeur (voorheen executeur–testamentair genaamd) niet meer bij codicil worden aangewezen.

Persoonlijk memorandum[bewerken]

Hoewel een testament de nalatenschap in hoofdlijnen regelt, worden allerlei praktische, alledaagse details er niet in genoemd. Om het de uitvoerders van de wilsbeschikking gemakkelijker te maken, stelt de erflater daarom wel een persoonlijk memorandum (ook wel regifest) op, waarin zulke kwesties worden besproken en uitgelegd. Het persoonlijk memorandum kan onder meer informatie bevatten over:

  • wensen voor de uitvaart
  • adressen van o.a. familieleden
  • de vindplaats van belangrijke stukken, akten en polissen
  • de identiteit van de executeur
  • gegevens over schulden, banktegoeden en andere vermogensbestanddelen
  • verzekeringsgegevens
  • ontstaan van eventuele rechten op een nabestaandenpensioen
  • lopende abonnementen, contributies en lidmaatschappen
  • identiteitsgegevens, zoals het burgerservicenummer en administratienummers bij bijvoorbeeld een pensioenfonds.

Bij het opstellen van een persoonlijk memorandum (regifest) kan de erflater zich laten adviseren door beroepsbeoefenaren (nalatenschapscoördinator) die gespecialiseerd zijn in het inventariseren van gegevens of zich laten leiden door modellen of aanwijzingen die worden gegeven door een uitvaartonderneming.

Aanvaarding[bewerken]

Een erfgenaam heeft ten aanzien van de nalatenschap de keuze uit:

Een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam kan voor deze niet zuiver aanvaarden en behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter.

Gedurende drie maanden na het overlijden van de erflater kan op goederen van een nalatenschap die niet door alle erfgenamen zuiver is aanvaard, geen verhaal worden genomen, tenzij de schuldeiser hiertoe ook in geval van faillissement van de erflater had kunnen overgaan.

Als erfgenamen niets doen, dus zich niet zo gedragen dat dit geldt als zuiver aanvaarden, zie hieronder, en ook geen keuze maken (bijvoorbeeld bij een kleine of negatieve nalatenschap, en/of als de erfgenamen verre familie zijn), of als sommige erfgenamen verwerpen en de overige erfgenamen of de erfgenamen die in de plaats van de verwerpers komen niets doen, ligt het initiatief bij schuldeisers. Zolang erfgenamen niet door de rechter wordt opgedragen een keuze te maken (zie onder) kunnen ze kosten, moeite en risico van een keuze vermijden. Als ze niet weten dat ze erfgenaam zijn (waaronder het geval dat ze niet van het overlijden op de hoogte zijn en eventueel de erflater zelfs niet gekend hebben) zullen ze uiteraard ook geen keuze maken.

Zuiver aanvaarden[bewerken]

De erfgenamen die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard zijn voor de schulden van de nalatenschap aansprakelijk, zelfs als die de bezittingen overtreffen.

Ook als de erfgenaam vóór zijn uitdrukkelijke keuze zich heeft gedragen als iemand die een nalatenschap ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft aanvaard wordt hij geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. Dit is het geval als hij ‘als heer en meester’ over goederen van de nalatenschap heeft beschikt, bijvoorbeeld een van de volgende handelingen verricht:[3]

  • Inboedel meenemen.
  • Gebruiken van zaken van de nalatenschap, bijvoorbeeld in de auto van de overledene rondrijden.
  • Betalingen verrichten.[4]
  • Ten aanzien van schulden van de nalatenschap aan de schuldeisers kenbaar maken dat hij deze voor zijn rekening neemt.
  • Bij de bank een verklaring ondertekenen om zich het rekeningtegoed van de erflater toe te eigenen om de nalatenschap af te wikkelen.[5]
  • Afgeven volmacht om nalatenschap af te wikkelen.

Niet tot zuivere aanvaarding leiden:

  • Voldoen uitvaartkosten, deels uit eigen middelen omdat saldo bankrekening onvoldoende is.
  • Laten verlopen van de hierboven genoemde drie maanden wachttijd voor schuldeisers (art. 185).
  • Nemen van maatregelen van conservatoire (bewarende) aard.
  • Wegnemen van enige waardeloze kledingstukken erflater.
  • Het ontruimen van een huis om de nieuwe bewoner toegang te kunnen verschaffen.
  • Het inventariseren en opzeggen van lidmaatschappen en abonnementen.
  • Het deblokkeren van een rekening om het beheer te voeren over het rekeningtegoed.
  • Gedurende de wettelijke termijn van beraad (3 maanden) mogen erfgenamen bepaalde beheershandelingen verrichten met betrekking tot de nalatenschap. Beheershandelingen zijn doorgaans handelingen die noodzakelijk zijn om bijvoorbeeld verdere schulden in de nalatenschap te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het opzeggen van de huur of abonnementen of het geven van de opdracht tot het begraven van de erflater. Ook het in oude staat herstellen van de huurwoning van de erflater wordt gezien als een beheershandeling. Deze handeling is immers bedoeld om verdere schulden van de nalatenschap te voorkomen. Hetzelfde geldt voor het opslaan van de inboedel die in de huurwoning aanwezig was.[6]

Achtergrond van de regels is dat het erfrechtstelsel is ingericht om recht te doen aan de situatie die het meest voorkomt, te weten de situatie dat de langstlevende of de kinderen alle goederen van de nalatenschap verkrijgen zonder dat zij hiervoor allerlei formaliteiten moeten afhandelen. Dit is dan wel inclusief de schulden. Hierdoor wordt een eenvoudige afwikkeling van de nalatenschap mogelijk. Een erfgenaam kan bijvoorbeeld de antieke inboedel van zijn langstlevende ouder erven en daarnaast een negatief bankrekeningsaldo. Hij kan er in dat geval voor kiezen om het banksaldo aan te vullen met zijn eigen geld in plaats van hiervoor eerst antiek uit de nalatenschap te verkopen. In de meeste gevallen zullen de schulden van de erflater eenvoudigweg uit de opbrengsten van de nalatenschap kunnen worden voldaan. Slechts in uitzonderingssituaties, als sprake is van een negatieve nalatenschap, zullen schuldeisers van de erflater verhaal kunnen nemen op het privévermogen van de erfgenaam. Een erfgenaam kan dit voorkomen door de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Soms zal een erfgenaam in geval van een negatieve nalatenschap echter zuiver willen aanvaarden, omdat hij uit principe de schulden van zijn langstlevende ouder wil voldoen of omdat hij zaken wil houden vanwege de emotionele waarde die zij bezitten.[5]

Als een erfgenaam zijn keuze nog niet heeft gedaan kan de kantonrechter hem daarvoor op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen. Laat de erfgenaam de termijn verlopen zonder een keuze te hebben gedaan dan wordt hij geacht de nalatenschap zuiver te aanvaarden.

Een verklaring van zuivere aanvaarding ter griffie van de rechtbank (art. 4:191 BW) komt in de praktijk nooit voor.[7]

Aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving of beneficiair aanvaarden[bewerken]

Als een erfgenaam een nalatenschap aanvaardt onder voorrecht van boedelbeschrijving heeft hij recht op zijn deel in het geval van een batig saldo, maar is hij niet aansprakelijk in het geval van een negatief saldo. De afwikkeling is vergelijkbaar met die van een faillissement.

Voor het afleggen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap moet door de griffie een akte worden opgemaakt. Deze akte wordt ingeschreven in het boedelregister, zodat deze voor schuldeisers van de erflater kenbaar is. Voor het opmaken van de akte door een rechter of griffier is ingevolge artikel 22 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken griffierecht verschuldigd, ter hoogte van € 120 (2014). Een erfgenaam die nog geen keuze heeft gedaan, wordt geacht beneficiair te aanvaarden wanneer een of meer zijner mede-erfgenamen door een verklaring beneficiair aanvaarden, tenzij hij alsnog de nalatenschap zuiver aanvaardt of verwerpt.

Een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter; in alle overige gevallen wordt de betreffende erfgenaam geacht beneficiair te aanvaarden.

Naast het griffierecht dienen de erfgenamen rekening te houden met aanzienlijk hogere kosten in verband met extra werkzaamheden van de notaris. De afwikkeling van de nalatenschap zal daarom vaak ook langer duren. Een dergelijke afwikkeling wordt vereffening genoemd. Als er meer baten zijn dan schulden is de lichte vereffening[8] van toepassing. Zijn er meer schulden dan baten dan is de zware vereffening van toepassing en dan moet de kantonrechter ingeschakeld worden.

Verwerping[bewerken]

Voor het afleggen van een verklaring van verwerping van een nalatenschap geldt hetzelfde als hierboven. Het kost ook € 120. Indien meerdere erfgenamen de nalatenschap willen verwerpen kunnen zij dit gezamenlijk doen in één akte, zodat zij slechts eenmaal dit griffierecht zijn verschuldigd.[5]

Indien een erfgenaam verwerpt, worden van rechtswege zijn of haar afstammelingen tot de nalatenschap geroepen. Indien deze de nalatenschap ook niet wensen, moeten ze dus ook verwerpen. Een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter. De verdeling wordt na verwerping bepaald alsof de verwerpers niet bestaan: de erfgenamen die niet verwerpen krijgen bijvoorbeeld een groter deel, of er komen andere erfgenamen voor de verwerpers in de plaats (zie verder erfrecht).

Bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden[bewerken]

Er is een internetconsultatie geweest over het concept van de Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te moeten voldoen (wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden), als volgt.[9]

Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding van de nalatenschap bekend wordt met een onverwachte schuld kan binnen drie maanden na ontdekking van deze schuld de kantonrechter verzoeken om hem, al dan niet deels, te ontheffen van zijn verplichting deze schuld uit zijn privévermogen te moeten voldoen.

De kantonrechter kan gedeeltelijke ontheffing verlenen en bepalen voor welk gedeelte de erfgenaam de onverwachte schuld nog wel uit zijn privévermogen moet voldoen. Hij zal daarbij rekening moeten houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en omvang van de schuld, de houding van de schuldeiser en de financiële positie van zowel de schuldeiser als de erfgenaam. Er is dus geen garantie dat de erfenis niet nadelig is, zoals bij beneficiair aanvaarden.

Het deel van de schuld dat overeenkomt met het geërfde vermogen of een deel daarvan moet in ieder geval worden betaald, ook als de erfgenaam het geërfde vermogen al heeft besteed.

Een onverwachte schuld is een schuld die de erfgenaam niet kende en evenmin behoorde te kennen op het moment dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. Met de woorden ‘kende en behoren te kennen’ wordt verwezen naar het begrip goede trouw in het Burgerlijk Wetboek (artikel 3:11 BW). In ieder geval wordt van een erfgenaam verwacht dat hij heeft onderzocht waaruit de nalatenschap bestaat. Hij zal ten minste de administratie van de erflater moeten hebben geraadpleegd. Van schulden die doorgaans uit de administratie van de erflater blijken, zoals hypotheekschulden, debetsaldi van rekeningen-courant, onbetaalde facturen en belastingschulden, wordt in beginsel aangenomen dat een erfgenaam deze kende dan wel behoorde te kennen. In de situatie dat een erflater niet of nauwelijks een administratie voerde, rust op een erfgenaam de verplichting om nader onderzoek te doen naar de schulden van de erflater.

Slechts in uitzonderingssituaties zal sprake zijn van een schuld waarvan gezegd kan worden dat een erfgenaam deze redelijkerwijs niet kon kennen. Dit zou bijvoorbeeld een eigen bijdrage AWBZ kunnen zijn die erg laat gevorderd wordt. Een ander voorbeeld zou kunnen zijn een eis tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad, tijdens zijn leven door de erflater tegenover derden gepleegd. Gelet op de verjaringstermijn van een vordering tot vergoeding van schade kan een erfgenaam hier tot 20 jaar na het overlijden van de erflater mee worden geconfronteerd.

Eerder is gesuggereerd dat in een dergelijke procedure het griffierecht beperkt wordt gehouden.[3][10]

Reacties[bewerken]

De Nederlandse Orde van Advocaten vindt de voorgestelde bescherming onvoldoende.[11]

Boedelregister[bewerken]

Informatie over de rechtstoestand van een opengevallen nalatenschap in Nederland wordt verzameld in het openbare boedelregister dat zich bevindt bij de rechtbank van de laatste woonplaats van de erflater. Hierin staat bijvoorbeeld wie de eventuele boedelnotaris is, en bevat verklaringen van erfgenamen over de aanvaarding. De griffier van de rechtbank is verplicht om een ieder die dat wenst inzage in het register te geven en een uittreksel daaruit te verstrekken.

Boedelnotaris[bewerken]

Als een notaris met de afwikkeling van een opengevallen erfenis wordt belast noemt men deze vaak de boedelnotaris. Dat is echter niet altijd de juiste term. De wet heeft het slechts in bepaalde gevallen over de boedelnotaris. Via het boedelregister kan worden achterhaald welke notaris is betrokken bij de afwikkeling van een bepaalde nalatenschap. Dat hoeft dus niet altijd een boedelnotaris te zijn.

Conflicten[bewerken]

Hoewel de notaris erop zal toezien dat een wilsbeschikking overeenkomstig het vigerende recht zal zijn, komen rond een nalatenschap toch vaak conflicten voor. De precieze verdeling van de nalatenschap bevredigt niet altijd alle erfgenamen, en ook als de erflater die verdeling exact heeft bepaald, legt men zich daarbij niet altijd neer. Zo kan het voorkomen dat mede-erfgenamen ervan worden beschuldigd de erflater te hebben beïnvloed, en daarbij zelfs misschien misbruik te hebben gemaakt van zijn ouderdom of zwakke gezondheid. Met het "uitvechten" van een erfeniskwestie kunnen vele jaren verloren gaan. Een aanzienlijk deel van het geld uit de nalatenschap kan op die manier aan advocaten worden gespendeerd. Bevredigend is de uitkomst dan ook vaak niet.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.consumentenbond.nl/test/geld-verzekering/belasting/belastingaangifte/extra/bezwaar-maken/
  2. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/02/05/memorie-van-toelichting-wet-bescherming-erfgenamen-tegen-onverwachte-schulden.html
  3. a b http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/11/09/rapport-erven-zonder-financiele-zorgen.html
  4. http://www.vbcnotarissen.nl/kennisbank/algemeen/beneficiair-aanvaarden
  5. a b c http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/09/28/antwoorden-kamervragen-over-problemen-bij-het-zuiver-aanvaarden-van-een-nalatenschap.html
  6. http://www.hbo-kennisbank.nl/nl/page/hborecord.view/?uploadId=jhs:oai:repository.jhs.nl:2311
  7. http://www.internetconsultatie.nl/bescherming_erfgenamen_tegen_onverwachte_schulden/reactie/29322/bestand
  8. Vereffening nalatenschap (lichte variant)
  9. http://www.internetconsultatie.nl/bescherming_erfgenamen_tegen_onverwachte_schulden
  10. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/03/11/reactie-op-het-rapport-erven-zonder-financiele-zorgen.html
  11. http://www.internetconsultatie.nl/bescherming_erfgenamen_tegen_onverwachte_schulden/reactie/32724bfa-50b6-4af4-a4e1-4929ee432d82