Experimenteel ontwerpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Experimenteel ontwerpen ( en: DOE (Design Of Experiments)) is een statistische ontwerpmethode die met behulp van experimenten (proeven) ontwerpen en/of productieprocessen verbetert. Bij de experimenteel ontwerpmethode worden gericht een of een aantal parameters in een experiment gewijzigd. Hierdoor wordt inzicht verkregen in een bepaald (on)gewenst effect.

Proces[bewerken]

Experimenteel ontwerpen (Design Of Experiments) (1) Parameter toewijzing (2) De uit te voeren experimenten (3) Parameters (4) Interacties tussen de parameters

Het experimenteel ontwerpproces bestaat uit de volgend stappen;

  • Voorbereiding. In de voorbereidingsfase van het experimenteel ontwerpproces wordt onder meer nagedacht over het doel van het experiment, wat de verschillende parameters zijn en hoe deze te meten.
  • Opzetten experiment. In deze fase wordt, in een matrix, het aantal experimenten bepaald. In de matrix worden de parameters ( factors) tegen de uit te voeren tests uitgezet.
  • Uitvoeren experiment. Op basis van de vorige bepaalde fase volgorde worden de experimenten uitgevoerd. Hierbij worden nauwgezet de resultaten vestgesteld.
  • Analyse resultaten. De verkregen resultaten worden statistisch geanalyseerd. Vaak worden, vanwege de inzichtelijkheid, de resultaten in een grafiek gepresenteerd.
  • Conclusies. De uit de experimenten verkregen resultaten worden, indien mogelijk gevalideerd.

Geschiedenis[bewerken]

De experimentele ontwerpmethode is voor het eerst beschreven door Ronald A. Fisher. Hij beschreef hoe een bepaalde mevrouw aan het uiterlijk alleen al kon zien of de melk vooraf in het theekopje was geschonken. Dit triviaal gegeven illustreert het belang van het experimenteel ontwerpen.

Kaders[bewerken]

Belangrijk in het experimenteel ontwerpproces zijn de volgende kaders:

  • Lukraak (en:random). Het experiment moet een weerspiegeling van de “werkelijkheid” zijn.
  • Reproduceerbaar. De uitkomst van het experiment moet toepasbaar zijn.
  • Opdeelbaar. De “werkelijkheid” moet opdeelbaar zijn in meetbare grootheden. ( % mannen en vrouwen).
  • Statistisch normaal. De resultaten van het experiment dienen binnen de “normale” statistische verdeling te liggen.
  • Meerdere variabel. Het experiment dient twee of meer variabel te hebben.

Zie ook[bewerken]