Geschiedenis van Kleef

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geschiedenis van Kleef, nu de Duitse stad Kleve, valt voor een groot deel samen met de geschiedenis van het graafschap en later het hertogdom met dezelfde naam.

Graafschap, later hertogdom Kleef[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Voor de periode ±1020 – 1417 zie Graafschap Kleef
Nuvola single chevron right.svg Voor de periode 1417 – 1795 zie Hertogdom Kleef

Brandenburgse periode[bewerken]

De keurvorst van Brandenburg benoemde in 1647 Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679) tot stadhouder van Kleef en deze gaf hier uitvoering aan een politiek van religieuze tolerantie. Hij was zelf calvinist, maar katholieken konden in Kleef blijven wonen en ook joden werden toegelaten. Daarnaast begon hij meteen met ingrijpende landschappelijke veranderingen. Daarvoor haalde hij zijn oude kennis, Jacob van Campen naar Kleef. Bij zijn paleis Huis Freudenberg en op andere plaatsen rond de stad Kleef liet Johan Maurtits schitterende classicistische parken met kanalen en fonteinen en stervormige stelsels van lanen in de reeds bestaande bossen aanleggen, de Kleefse tuinen.

De stadhouder hield van wetenschap en kunst en cultuur. De meeste van de bouwwerken, bestuursgebouwen en ook weer eigen residenties, zijn in de laatste wereldoorlog te gronde gegaan, maar het schitterende park aan de voet van de Sternberg ligt er nog in zijn volle glorie. Ook de beroemde Nassauerallee, een lindelaan, is er nog. Johan Maurits bestelde kort na zijn aantreden 600 lindebomen in Holland. Die kwamen te staan langs een kaarsrechte laan. Dit maakte zo’n indruk op de keurvorst, dat deze hetzelfde wilde in Berlijn. Unter den Linden en de Tiergarten werden aangelegd naar voorbeeld van de parken in Kleef.

Moderne geschiedenis[bewerken]

De stad werd in de Tweede Wereldoorlog zeer zwaar gebombardeerd (vaak in combinatie met Nijmegen, dat soms voor Kleef werd aangezien). De streek achter Nijmegen, met steden als Kleef en Xanten, was niet nazi-gezind maar kreeg het zwaar te verduren tijdens de Krieg am Niederrhein, de door de geallieerden geplande opmars naar Duitsland die begon met zware bombardementen in de grensstreek. Op 7 oktober 1944[1] vond het grootste bombardement plaats, waarbij de plaats voor 80% vernietigd werd. De herbouw geschiedde vrij traag.

Bronnen, noten en/of referenties