Gestalttherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De gestalttherapie is een psychotherapeutische stroming die ontstaan is in de jaren 40 van de twintigste eeuw. Zij wil een alternatief of aanvulling vormen voor stromingen zoals de gedragstherapie, cliëntgerichte psychotherapie, psychoanalyse en systeemtherapie.

Geschiedenis[bewerken]

Gestalttherapie werd ontwikkeld door Fritz Perls, zijn vrouw Laura Posner Perls, Hefferline en Paul Goodman. Het eerste boek dat in die richting trok, was 'Ego, Hunger und Agression' van Fritz Perls. Hij maakte als eerste vanuit de psychoanalyse (Perls was zelf psychiater) kritische kanttekeningen bij zijn leermeester Freud die leidden tot het ontwikkelen van gestalttherapie. Een voorbeeld hiervan is het loslaten van Freud's gebruik van een sofa met een zo onzichtbaar mogelijke therapeut. In plaats hiervan koos Perls voor een zo zichtbaar mogelijke therapeut die zijn/haar ervaringen tijdens de therapie inbrengt in het kontakt met de client.

Kenmerken van gestalttherapie[bewerken]

  • intensieve aandacht voor het gewaarzijn van lichaam en geest, wat 'awareness' wordt genoemd (en in modern jargon wordt aangeduid als "mindfulness")
  • focus gericht op de onmiddellijke ervaring 'hier en nu'; aandacht voor verleden of toekomst eigenlijk alleen als die zich hier en nu op de voorgrond dringen
  • de wijze van contact maken (of juist contact vermijden) staat centraal, zowel contact tussen de cliënt en zijn omgeving als in the therapie
  • experimenteren met nieuwe methoden om contact te maken in plaats van blijven 'praten over'

Onderscheidende uitgangspunten van gestalttherapie zijn:

  • de mens wordt gezien als eenheid van lichaam en geest [aangeduid als "holistisch perspectief"]
  • de werkelijkheid is geen objectief en voor iedereen gelijk gegeven maar subjectief, persoonlijk en afhankelijk van hoe ze bekeken wordt ("fenomenologisch perspectief")
  • de werkelijkheid kan alleen binnen een specifieke context (of situatie) worden begrepen ("veldtheoretisch perspectief")

Gestalttherapie is gericht op het gewaar worden van het proces: het proces van contact maken, contact vermijden of contact verbreken. Het gewaarzijn van eigen gedrag opent de mogelijkheid om andere keuzes te gaan maken. Daarbij staat het 'hoe' meer voorop dan het 'wat' of 'waarom', de inhoud. Hoe iemand spreekt, kijkt, beweegt, zich terugtrekt in het contact met mij (c.q. de therapeut) geeft informatie over hoe hij contact maakt (of juist niet maakt) met anderen. Een gestalttherapeut is geen alleswetende specialist op het gebied van levensvragen maar brengt zichzelf in in het contact met de client, met zijn gedachten en gevoelens en, als dat behulpzaam is voor de client, ook met eigen vragen en twijfel. Zo gezien is de gestalttherapeut --als het goed is-- ook rolmodel voor de client.

Methodiek[bewerken]

De inbreng van de persoon en levenservaring van de therapeut in het contact met de client is essentieel, wat gestalttherapie tot een werkelijk persoonlijke therapie maakt. Er is geen vaste en uniforme methodiek van gestalttherapie en er zijn ook geen "behandelprotocollen" of een vaststaand aantal behandelsessies.Binnen het hierboven geschetste theoretisch kader is de persoon van de therapeut samen met de persoon van de client de belangrijkste bepalende factor voor het therapeutisch proces, zonder vooraf vaststaande structuur. Daarmee liep Perls vooruit op het moderne inzicht dat de belangrijkste succesfactor voor therapie de persoon van de therapeut is. Dat geldt in feite voor alle psychotherapeutische richtingen, en gestalttherapie heeft zich sinds haar ontstaan onderscheiden door dit in haar werkwijze centraal te stellen.

In het algemeen kan over de methodiek van Gestalttherapie worden gezegd dat er een grote bereidheid is om in de therapie te experimenteren met nieuwe vormen van contact maken. De concrete contactvormen waarmee in een concrete situatie geexperimenteerd wordt zijn weer afhankelijk van zowel de persoon van de client als de persoon van de therapeut. Een bekend voorbeeld is het gebruik van een stoel waarop de client een belangrijke persoon visualiseert en daarmee een 'virtuele' dialoog aangaat. Of het wisselen tussen stoelen waarop de client verschillende posities heeft, bijvoorbeeld de positie van kind en de positie van volwassene. De ervaring heeft geleerd dat dergelijke experimenten nuttig kunnen zijn, bijvoorbeeld om te oefenen met contactvormen die in het echte leven (nog) niet ter beschikking staan. Ook kan bijvoorbeeld inzicht ontstaan hoe eigen gedrag door eerdere ervaringen, inzichten en oordelen wordt beperkt.

Externe link[bewerken]