Hondenras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Chihuahua (linksonder) en Duitse dog (rechts) tonen de enorme verschillen tussen hondenrassen

Een hondenras is een groep honden met in uiterlijk en gedrag overeenkomstige eigenschappen. Een hondenras ontstaat doordat mensen selectief op deze kenmerken fokken (zie ook: domesticatie).

Oorspronkelijk werden honden vooral geselecteerd op het vermogen om bepaalde taken uit te voeren, het hoeden van vee, het assisteren bij de jacht, de bewaking van huis en erf. Daarbij werd gelet op zowel mentale als fysieke eigenschappen, maar vooral op de eerste. Zo is een sterke jachtdrift belangrijk voor een jachthond, maar hetzelfde gedrag is voor een waakhond juist ongewenst.

Alleen in bijzondere gevallen, zoals bij trekhonden of poolhonden, werden ook hoge eisen aan de bouw en de vacht gesteld. Verder is één bepaalde groep honden, traditioneel aangeduid als schoothondjes, altijd al als gezelschapsdier gefokt.

Door de nadruk op het werkvermogen laten de traditionele rassen een grote mate van variabiliteit in het uiterlijk zien. Oude rassen worden daarom ook wel aangeduid als een slag of een type (zie: landras en hondentype). Vanaf de 19e eeuw ontstaat er steeds meer belangstelling voor het uiterlijk van de honden. Eerst werden enkele, later steeds meer, rassen erkend.

Dat betekende dat de eigenschappen werden beschreven in een rasstandaard en de afkomst van de rashonden werd geregistreerd in een stamboek. Men begon gericht te fokken op eenheid in exterieur en vaste vererving. Dat wil zeggen dat twee honden van hetzelfde ras uitsluitend jongen krijgen met hetzelfde uiterlijk als de ouders.

Van veel rassen wordt verondersteld dat ze zeer oud zijn, maar men moet zich wel realiseren dat ze doorgaans niet al te lang geleden bij de aanleg van het stamboek uit slechts enkele individuen gefokt zijn. Daarnaast zijn er echt nieuwe creaties, raszuiver uitgefokte kruisingen zoals de Dobermann.

Tegenwoordig zijn er meer dan 300 hondenrassen door een kennelclub erkend. In Nederland en België geldt de indeling die door de internationale federatie van kennelclubs, de FCI (Fédération Cynologique Internationale), is gemaakt, maar met name in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten worden andere rasindelingen gebruikt. Het aantal erkende rassen groeit nog steeds, waarbij opvalt dat naast de West-Europese rassen steeds meer rassen uit andere delen van de wereld een officiële status krijgen.

Rassen worden soms weer onderverdeeld in variëteiten. Bij de FCI is in feite de variëteitsgroep minstens zo belangrijk als het ras zelf, want er wordt alleen met honden uit dezelfde variëteitsgroep gefokt. Zo valt het ras Hollandse herder uiteen in de variëteitsgroepen Korthaar, Langhaar en Ruwhaar die niet onderling gekruist mogen worden.

Fokkers zijn vaak voorstander van een steeds verdere opsplitsing van rassen. Dat heeft een technische reden, het zuiver fokken van de per ras vastgestelde eigenschappen. Maar het heeft ook te maken met het feit dat kampioenschapsprijzen per variëteitsgroep beschikbaar gesteld worden: meer groepen, meer prijzen. De steeds verdergaande opsplitsing van soms toch al kleine populaties verergert echter het probleem van inteelt.

Zie ook[bewerken]