Huis Béthune-Dampierre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Huis Béthune-Dampierre, meestal kortweg Huis van Béthune genoemd (niet te verwarren met Huis de Bethune), is één van de oudste en meest vermaarde hertogelijke en prinselijke families in Europa.

Ze behoort tot de vroegmiddeleeuwse ridderschap en ontstond in Artesië, waar ze in de Xde eeuw de naam Béthune aannam. De eerst bekende is Robert I, genaamd "Faisseux", Heer van Béthune, Richebourg en Carency, procureur van de abdij van Sint-Vaast in Arras, geboren rond 970. Hij zou de jongste zoon zijn geweest van Adaleme, laatste soevereine graaf van Artois en van Adeline, dochter van de graaf van Laon en nicht van koning Eudes van Frankrijk en van die zijn broer Robert, hertog van Frankrijk, die leefde in 900. Robert I van Béthune zou dus Heer van Béthune zijn geweest als erfdeel in zijn hoedanigheid van jongste zoon van de graaf van Artois.

Eén van de familietakken werd soeverein, namelijk die van Cono van Béthune, heer van Sint-Winoksbergen, die één van de krijgsheren was die in 1203 het keizerrijk in het Oosten veroverden. De heerlijkheid Béthune werd door het huwelijk in 1248 van Mahaut, erfdochter van Robert VII van Béthune, met Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, een deel van het familiebezit van de Dampierres, een 'familie waar ongeveer alle Europese prinsen en meer bepaald de Franse koningen van afstammen'.