Jachtrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
November 1643

Het jachtrecht is het recht dat van toepassing is op de uitoefening van de jacht in een bepaald gebied met uitsluiting van anderen.

In het begin van onze jaartelling had de eigenaar van de grond het jachtrecht. In het feodale tijdperk was het jachtrecht een heerlijk recht. Als het recht verbonden was aan een heerlijkheid of een havezate had alleen de eigenaar recht van jagen. Dat gold slechts voor klein wild. Onder Karel V alleen voor veldhoenderen.[1] In de tijd van Philips II mocht er ook op hazen gejaagd worden. Het jagen op grof wild was voorbehouden aan de landheer. Deze stelde daarvoor een jagermeester, meestal een riddermatige, als toezichthouder aan.

Na de afzwering van Philips II in 1581 werd in het Kwartier van de Veluwe het jachtrecht uitsluitend aan de ridderschap toegewezen.[2] De adel beschouwde de jacht als een exlusief privilege voorbehouden aan de adel. De jacht werd gebruikt om de onderlinge band binnen de adel te versterken.

Einde zeventiende eeuw blijkt dat het jachtrecht zich niet meer beperkte tot de adel. In 1680 kwamen de ridderschap en de steden van het Kwartier Zutphen overeen dat ook personen die fatsoenlijke ampten beleedden mochten deelnemen. Dat kostte hen een minimumbedrag van f. 14,-- aan verponding. In 1750 bepaalde stadhouder Willem IV in een plakkaat dat ingezetenen van het platteland tegen verponding van f.75,-- ook mochten jagen.[3]

Afschaffing heerlijke jachtrechten in Nederland[bewerken]

In 1798 werden de heerlijke jachtrechten afgeschaft. In 1814 werden deze rechten weer hersteld om tenslotte in 1923 met de invoering van de jachtwet als laatste van de heerlijke rechten definitief te worden afgeschaft. De nieuwe jachtwet is van 1954, laatstelijk gewijzigd 1978, en behartigt drie belangen: de landbouw, bescherming van wildsoorten en de jacht als actieve recreatie. Sinds 1852 is het jachtrecht in Nederland gekoppeld aan het eigendomsrecht. Jachtrechten kunnen verpacht worden. In Nederland mag men niet jagen zonder geldige akte. De Nederlandse wetgeving omtrent de jacht is vastgelegd in de Flora- en faunawet van 1 april 2002.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

  • Grote Winkler Prins, 9de druk (Elsevier 1990-1993)
  • Léon van der Hoeven, 'Naar en overheersende stand', in: Adel en ridderschap in Gelderland. Tien eeuwen geschiedenis. (Wbooks2013)

Referenties

  1. Plakkaat van Karel V uit mei 1546
  2. Ablaing van Giesenburg, W.J.'d, De ridderschap van Veluwe of Geschiedenis der Veluwsche Jonkers. (Den Haag 1859)
  3. Gietman, C., Republiek van Adel. Eer in de Oost-Nederlandse adelscultuur (1555-1702) (Utrecht 2002), 248 e.v.