Jim Jones
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De dominee Jim Jones (Crete, Indiana 13 mei 1931 – Jonestown 18 november 1978) stichtte in 1953 de kerk de People's Temple (Volkstempel) in Indianapolis, Verenigde Staten. Daarna verhuisde de kerk naar San Francisco.
De oorspronkelijk christelijke kerk begon zich in te zetten voor sociale rechtvaardigheid en verwerd tot een sekte, gekenmerkt door autoritair machtsmisbruik door Jones en bizarre geloofsovertuigingen. De sekte vestigde in de jaren zeventig een landbouwcommune genaamd Jonestown in het oerwoud van Guyana. Naar aanleiding van een artikel wat Jim Jones in een negatief daglicht zou zetten verplaatste Jim Jones en bijna alle leden van de sekte naar de commune in 1978. De sekte raakte totaal afgesloten van de buitenwereld.
Nadat familieleden van sekteleden hem op de hoogte stelden van de praktijken van Jones ging de Amerikaanse Democratische senator Leo Ryan in 1978 met een groep journalisten poolshoogte nemen. Op de avond voor vertrek ontving hij daar briefjes van mensen die via hem wilden ontsnappen. Jones ontdekte dit 'verraad' en besloot Ryan te vermoorden. Na een mislukte aanslag op senator Ryan in het kamp werd besloten te vertrekken. Senator Ryan en zijn gevolg (journalisten, staf en sekteleden die wilden vertrekken) werden op het asfalt van de luchthaven beschoten door sekteleden, waarbij de senator, en een aantal mensen uit zijn gevolg om het leven kwamen. Op 18 november voerde Jones 912 van zijn volgelingen mee de dood in bij een massale zelfdoding. Hij hield hen voor dat de Guyaanse strijdkrachten onderweg waren om hen te martelen en te doden, vanwege de moord op Leo Ryan. Jones stelde dat het tijd was om 'waardig te sterven' en leidde een naar eigen zeggen 'massale zelfmoord voor de glorie van het socialisme'. Iedereen kreeg limonade met cyaankali te drinken; wie niet wilde, werd gedwongen om te drinken, kreeg een inspuiting met cyaankali of werd doodgeschoten door de tempelwachters. Jim Jones zelf eindigde met een kogel in zijn hoofd.

