Jizya
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
In staten waar Islamitisch recht geldt is jizya (djizia,jaliya, jizyah (Arabisch: جزْية) een hoofdelijke belasting die wordt opgelegd aan volwassen niet-islamitische mannen die in een leger zouden kunnen dienen. In principe wordt de jizya niet opgelegd aan slaven, vrouwen, kinderen, monniken, ouden, zieken[1], kluizenaars en armen, maar in de zogenaamde Geniza-periode (11de tot halverwege 13de eeuw) van de moslimgeschiedenis was deze lijst uitzonderingen niet van toepassing in Egypte door de interpretatie van de daar geldende sjafitische rechtsschool.[2] Niet-moslimse burgers die de belasting betalen mogen hun eigen godsdienst houden en krijgen een zekere mate van gemeentelijke autonomie. Bovendien hebben ze recht op bescherming van moslims tegen bedreiging van buitenaf, en hoeven ze niet te dienen in het leger. Tegenover het betalen van de jizya staat vrijstelling van allerlei vormen van belasting voor moslimburgers.[3][4][5]
De aparte belasting voor niet-moslims is gebaseerd op de Koranpassage Soera 9:29: Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de jizya met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn.
| Referenties: |
|
[bewerken] Bronnen
- Lewis, Bernard. The Jews of Islam, Princeton University Press, Jun 1, 1987. ISBN 0-691-00807-8

