Kegeloefeningen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kegeloefeningen is de naam voor een reeks oefeningen die de bekkenbodemspier trainen, genoemd naar Arnold Kegel, de gynaecoloog die ze heeft uitgevonden.

De bekkenbodemspier is de spier die men voelt als men tijdens het urineren de plas ophoudt. Bij de man kan deze de penis tijdens een erectie op en neer bewegen. De Kegeloefeningen werden oorspronkelijk gebruikt om incontinentie tegen te gaan, maar tegenwoordig worden ze ook aangeleerd als herstel-oefening na een geboorte (waarbij de bekkenbodemspieren sterk opgerekt worden) en om het seksueel plezier te stimuleren zoals dit gaat bij pompoir.

Oefeningen[bewerken]

Er zijn drie soorten oefeningen. De eerste bestaat erin de bekkenbodemspier gedurende twee tot tien seconden op te spannen en daarna weer los te laten. Bij de tweede oefening drukt men de spier naar beneden, op dezelfde manier als men zich ontlast. Op deze manier gaat de bekkenbodemspier zich ontspannen. Tijdens de laatste oefening moet men de spier zo snel mogelijk spannen en daarna onmiddellijk weer ontspannen.

Een set bestaat uit tien herhalingen van elk van de drie oefeningen. Er moeten vijf sets per dag worden uitgevoerd. Na een paar weken wordt de hoeveelheid opgedreven tot 30 herhalingen per set.

Bij de man kunnen de Kegeloefeningen de kracht van de ejaculatie versterken en het aantal samentrekkingen verhogen. De getrainde bekkenbodemspier kan ook gebruikt worden om een zaadlozing in kracht te verminderen, zodat 10 tot 20 minuten later een nieuw orgasme kan volgen. Ook bij de vrouw kan men met de Kegeloefeningen het orgasme beïnvloeden. Onderzoekers aan de Universiteit van New York onderzochten met een speciaal apparaat de sterkte van de spierpulsen in de vagina's van 30 vrouwen. De metingen wezen uit dat de vrouwen uit de studiegroep die de Kegeloefeningen deden, sterkere spierpulsen hadden en sneller seksueel opgewonden raakten dan andere vrouwen.