Damen Schelde Naval Shipbuilding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Koninklijke Schelde Groep)
Ga naar: navigatie, zoeken
Damen Schelde Naval Shipbuilding
Hoofdkantoor aan de Glacisstraat
Hoofdkantoor aan de Glacisstraat
Oprichting 1875
Eigenaar Damen Shipyards Group
Hoofdkantoor Vlissingen
Producten Patrouilleboten en marineschepen
Sector Scheepsbouw en reparatie
Website damennaval.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
Werf Vlissingen-Oost
Droogdokken L [m] B [m] D [m]
1 175 25,3 4,5 + NAP
2 215 29,8 4,5 + NAP
Drijvende dokken L [m] B [m] D [m]
3 204,4 36,4 7,5
Zr.Ms. Rotterdam

Damen Schelde Naval Shipbuilding is de grootste scheepswerf van Zuid-Nederland. Zij is gelegen in Vlissingen.

Algemeen[bewerken]

Het bedrijf is op 8 oktober 1875 opgericht als NV Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) nadat scheepsbouwer Arie Smit het voormalige Marine Etablissement, de marinewerf, had overgenomen. De Schelde hield zich in de loop der jaren naast scheepsbouw en scheepsreparatie ook bezig met de bouw van machines, ketels, motoren, stoomturbines, vliegtuigen en lichtmetalen producten. Sinds 1991 is de naam Koninklijke Schelde Groep BV (KSG).

In 1965 besloot men tot een fusie met de NV Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) en de NV Motorenfabriek Thomassen in De Steeg. Op 4 maart 1966 resulteerde dit in het nieuwe bedrijf Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven NV (RSMS). Op 1 januari 1971 sloot, onder druk van de Nederlandse overheid, de Verolme Verenigde Scheepswerven NV zich hierbij aan en ontstond Rijn-Schelde-Verolme Machinefabrieken en Scheepswerven NV (RSV).

Na de ondergang en de ontvlechting van dit concern in 1983 namen het Rijk en de Provincie Zeeland de aandelen over. In 2000 verkochten zij hun aandelen aan de Damen Shipyards Group te Gorinchem en werd de Koninklijke Schelde Groep BV één van de vele werkmaatschappijen van dit scheepbouwconglomeraat, met als specialisatie de bouw van grotere vaartuigen voor marine- en patrouilledoeleinden voor (semi-)overheden in de gehele wereld.

Scheepsbouw[bewerken]

De bouw van het schip de "Prinses Beatrix" op scheepswerf "De Schelde" te Vlissingen in 1939.
Tewaterlating van de Willem Ruys, juni 1946.

De scheepsbouw concentreerde zich op een terrein in de binnenstad van Vlissingen. Ruim 400 schepen zijn hier gebouwd, aanvankelijk op traditionele langshellingen, later steeds vaker vanuit moderne, overdekte scheepsbouwhallen. Het bedrijf was huisleverancier van de (Koninklijke) Rotterdamsche Lloyd, waaronder als laatste het passagiersschip Willem Ruys, dat als bouwnummer 214 de gehele Tweede Wereldoorlog op de helling stond.

Sinds 1975 worden veel schepen voor de Koninklijke Marine gebouwd waaronder enkele series zoals fregatten en recentelijk de patrouilleschepen van de Hollandklasse (OPV). Men probeerde zich gedurende deze periode ook weer op de civiele markt te richten. Op 25 april 1994 tekende de Koninklijke Marine een contract met de werf voor een amfibisch transportschip Zr.Ms. Rotterdam met een waterverplaatsing van 12.750 ton. Op 25 januari 1996 werd de kiel gelegd en op 18 april 1998 werd het in dienst gesteld. In 2007 leverde de werf een tweede transportschip Zr.Ms. Johan de Witt op. Om de kosten te drukken liet Damen het casco bij het dochterbedrijf, de Galați-werf, in Roemenië bouwen. Het casco werd naar Vlissingen gesleept om daar afgebouwd te worden. De Johan de Witt is 176 m lang en 29,2 m breed.

Scheepsreparatie[bewerken]

Ook de reparatie van schepen vond plaats op het terrein in de binnenstad. In 1960 kocht De Schelde echter een terrein van 115 hectare aan in het Zuid-Sloe ten oosten van Vlissingen, het latere haven- en industrieterrein Vlissingen-Oost, voor de bouw van een nieuwe reparatiewerf met twee grote, gegraven dokken. Op 4 mei 1964 nam De Schelde hier Scheepsreparatiewerf Scheldepoort in gebruik. In de loop der jaren werden meerdere drijvende dokken in gebruik genomen.

Machine-, ketel- en motorenbouw[bewerken]

De Schelde beschikte vanaf het begin over een eigen machinefabriek waar stoommachines en een ketelmakerij waar stoomketels werden gebouwd, zowel ten behoeve van de schepen die men zelf bouwde als voor andere opdrachtgevers. In 1878 kwam daar ook nog een ijzergieterij bij. In 1902 startte men met de vervaardiging van Parsons stoomturbines in licentie, vanaf circa 1915 bouwde men in eigen beheer Sulzer dieselmotoren. In 1957 kwam een samenwerking tot stand met NV Machinefabriek Breda v.h. Backer & Rueb op het gebied van stoomketelbouw.

Vliegtuigbouw[bewerken]

Door de economische crisis in de jaren 30 zag De Schelde zich genoodzaakt zich ook op andere markten te richten. Men besloot de failliete boedel van Pander over te nemen, inclusief ingenieur Theo Slot (deze vertrok weer in 1940), en men richtte een afdeling vliegtuigbouw op in Dordrecht. Men begon men een sportvliegtuig, de S.12. Deze werd door een constructiefout dermate zwaar dat er van de drie bedoelde passagiers er maar één overbleef. Er werd ook maar één exemplaar gebouwd.

Naar aanleiding van het succes van Henry Mignets "Pou-du-Ciel", liet de Schelde de "Scheldemusch" ontwerpen. Dit werd een bescheiden succes en was het eerste Nederlandse vliegtuig met een neuswiel. Naar aanleiding daarvan ontwierp Theo Slot de "Scheldemeeuw" een vliegbootje gebaseerd op de Scheldemusch. Dit werd voor De Schelde een testvliegtuig voor de latere licentiebouw van de Dornier Do.24K. Uiteindelijk werden bij De Schelde alleen de vleugels, motorgondels en tanks gebouwd. Het geheel werd in elkaar gezet bij Aviolanda. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest men onderdelen blijven leveren voor de Do.24K voor de Duitse reddingsdienst (Seenotdienst).

In 1946 moesten Fokker, Aviolanda en De Schelde samenwerken om overheidssteun te kunnen ontvangen. In 1949 werd deze samenwerking alweer ontbonden. In 1954 gaat de vliegtuigbouw van De Schelde alsnog op in Fokker, waarbij de vliegtuigafdeling in Vlissingen wordt gesloten. Onder deze leiding bouwde men nog de Saab 91 Safir in licentie.

Vliegtuigtypen[bewerken]

  • S.12 (eenpersoons sportvliegtuig, laagdekker, eenmotorig propeller)
    Bedoeld als driepersoons sportvliegtuig. Maar door een constructiefout werd het te zwaar. Eén exemplaar gebouwd.
  • Scheldemusch (eenpersoons sportvliegtuigje, dubbeldekker, eenmotorig duwpropeller)
    Een heel licht vliegtuigje waarvan er zes gebouwd zijn. De Engelse luchtmacht had interesse in het vliegtuig om in licentie te bouwen, maar de promotie liep uit op een crash. Er zou er nog één ergens in het Verenigd Koninkrijk staan.
  • Scheldemeeuw (eenpersoons vliegbootje, dubbeldekker, eenmotorig duwpropeller)
    Diende als testmodel voor de in licentie te bouwen Dornier Do.24K.
  • S.20 (vierpersoons lesvliegtuig/luchttaxi, laagdekker, dubbele staartboom, eenmotorig duwpropeller)
    Eén prototype gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers getest totdat het volledig vernietigd werd.
  • S.21 (jachtvliegtuig, laagdekker, dubbele staartboom, eenmotorig duwpropeller)
    Gebaseerd op de S.20. Het prototype was nooit afgebouwd en ook door de Duitsers meegenomen tijdens de bezetting.

Licht metalen producten[bewerken]

In 1958 richtte De Schelde de NV Scheldebouw te Rotterdam op voor het fabriceren van lichtmetalen producten zoals aluminium. De afdeling aluminiumproducten verhuist in 1978 naar een industrieterrein te Middelburg, waar de gebouwen van een failliet bedrijf waren overgenomen. Scheldebouw maakt aluminium gevels, binnenwanden en daken. Thans is Scheldebouw onderdeel van de Permasteelisa Group.

Bussenbouw[bewerken]

De Schelde heeft in de jaren na de bevrijding ook aluminium carrosserieën gebouwd voor Crossley-bussen, ontworpen door Verheul en bestemd voor de NS en diens dochterondernemingen. Ook voor een aantal particuliere openbaar vervoerbedrijven heeft De Schelde in die periode bussen vervaardigd. Twee exemplaren zijn als museumbus bewaard gebleven, nl. de gerestaureerde en rijvaardige NBM 1108 (Crossley / De Schelde 1947) bij de Stichting Veteraan Autobussen in Pijnacker en de nog niet gerestaureerde Marnedienst 53 (Dodge / De Schelde 1946) bij het Nationaal Bus Museum in Hoogezand.

Autoassemblage[bewerken]

In de jaren 60 heeft De Schelde enige tijd Hino Contessa personenauto's geassembleerd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • G.A. de Kok, De Koninklijke Weg. Honderd jaar geschiedenis Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen 1875-1975, Vlissingen, 1975, ISBN 907002750X
  • Piet Quite, Koninklijke Mij. 'De Schelde'. 125 jaar scheepsbouw in Vlissingen, Alkmaar, 1999, ISBN 906010952
  • Jeroen Verhoog, Jessica van der Hulst, Luctor et Emergo. 125 Jaar Koninklijke Schelde 1875-2000, Vlissingen, 2001.
  • Harm J. Hazewinkel, Vliegtuigbouw in Fokkers schaduw, Sassenheim, 1988, ISBN 903660348X
  • B. van der Klaauw, Armand van Ishoven, Peter van der Gaag, De geschiedenis van de Nederlandse en Belgische Luchtvaart (reeks: De geschiedenis van de luchtvaart), uitg. Lekturama, 1982
  • Theo Wesselink, Thijs Postma, De Nederlandse vliegtuigen, Haarlem, 1982, ISBN 9022837920
  • Hugo Hooftman, Nederlandse Vliegtuig Encyclopedie Scheldemusch en Scheldemeeuw, Cockpit Uitgeverij - Bennekom, 1978