Kredietbeoordelaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kredietbeoordelaar is een bedrijf dat de kredietwaardigheid beoordeelt van uitgevende instellingen van bepaalde vormen van schuldbewijzen (obligatieleningen), alsmede de schuldbewijzen zelf. In de meeste gevallen zijn het bedrijven, banken, nationale en lokale overheden, en non-profitorganisaties die effecten uitgeven die kunnen worden verhandeld op een secundaire markt.

De kredietbeoordelaars schatten aan de hand van scenario's en risicomodellen in hoe groot de kans is dat een land, bank of een bedrijf failliet gaat en zijn schulden niet meer terug kan betalen. De uitkomst van die analyse bepaalt welke kredietstatus een land of bedrijf krijgt. Kredietbeoordelaars geven aan belenende organisatie een "rapportcijfer" die een obligatierating oftewel kredietcode wordt genoemd.

De invloed van de obligatieratings is zeer groot. Beleggers zoals pensioenfondsen, verzekeraars, banken en particulieren lenen hun geld makkelijker en tegen een lagere rente uit aan overheden en bedrijven met een goede rating, om zeker te zijn van rente en terugbetaling. De oordelen van de kredietbeoordelaars zijn daarmee van groot belang voor overheden met hoge schulden. De kredietcodes van de kredietbeoordelingsbureaus zijn voor beleggers het voornaamste houvast om risico’s te kunnen inschatten. Wanneer kredietbeoordelingsbureaus hun ratings bijstellen en grote groepen beleggers daar op reageren door beleggingen te verkopen kan dit een zelfversterkend effect hebben. Dat is zeker het geval wanneer beleggers bijvoorbeeld contractueel gebonden zijn aan het aanhouden van beleggingen met een bepaalde veilige minimumrating. Dit laatste is bij pensioenfondsen bijvoorbeeld soms het geval.

De bekendste kredietbeoordelaars zijn: Fitch Ratings, Moody's en Standard & Poor's. Zij zijn eind 19e eeuw ontstaan om grote beleggers meer duidelijkheid te geven over investeringen in de spoorwegen. Tegenwoordig hebben zij ongeveer 90 procent van de westerse markt in handen. In het verleden werden de kredietbureaus door de investeerders betaald, sinds de tweede wereldoorlog worden zij gefinancierd door de overheden en bedrijven die financiers willen aantrekken. In 2003 kwam er voor het eerst kritiek omdat de energiereus Enron tot het faillissement een hoge rating behield. Bij het uitbreken van de kredietcrisis gebeurde dit opnieuw toen de pakketten met hypotheken ondanks een hoge beoordeling toch zwaar giftig bleken. Andersom gebeurde recenter: december 2009 besloot Fitch de rating van Griekenland onverwacht te verlagen. Prompt liepen de tarieven voor Griekenland om zijn schulden te financieren op. Al gauw werden de beoordelaars als boeman afgeschilderd in de eurocrisis terwijl deze toch door jarenlang wanbeleid en gesjoemel met cijfers was ontstaan.

De Chinese tegenhanger van deze Amerikaanse beoordelaars is Dagong Global Credit Rating. Zij verlaagden al twee keer de rating van Amerikaanse obligaties voordat S&P dat op 5 augustus 2011 voor het eerst deed.