Krielkip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Krielkip of kortweg kriel is een verkleind gefokt exemplaar van een hoenderachtige. Men spreekt ook wel van dwerghoenders. Veel hoenderrassen zijn van oorsprong grote vogels. Meestal is de krielvorm ongeveer een derde van de normale grootte. Het meest bekend is de term bij kippenrassen. Aangezien kippen in diverse formaten voorkomen varieert ook de grootte van de krielrassen. Krielen zijn vaak ontstaan door klein gebleven hoenders met elkaar te kruisen. Er zijn ook hoenderrassen die alleen in krielvorm bestaan.

In de Middeleeuwen, de tijd van de grote landheren en de pachtende boeren moesten de eieren van de hoenders aan de landheer worden afgedragen. Alleen eieren van krielen mochten de boeren houden.

Krielkippen hebben het voordeel dat ze kunnen gehouden worden op een kleinere oppervlakte; bovendien zijn de meeste mini-kippetjes bijzonder kindervriendelijk. Bovendien zijn ze door hun anatomische bouw ook geschikt om vrij in de tuin te laten rondlopen; met hun korte pootjes gaat scharrelen ze niet zo goed af. Daarnaast is het ook mogelijk om deze beestjes te houden voor de eitjes, deze zijn uiteraard wat kleiner. De krielkip is door de kleinere gestalte kwetsbaarder voor natuurlijke vijanden dan zijn grotere verwanten.

Er zijn ook enkele originele krielrassen, hiervan komt geen grote uitvoering voor. Voorbeelden hiervan zijn de Eikenburger kriel, de Hollandse kriel, de Sebright, de Nederlandse sabelpootkriel, de Chabo en de Javakriel.

Zie ook[bewerken]