Lijst van tennistermen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een lijst van termen uit het tennis.

  ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWX Y Z  

A[bewerken]

  • Ace - een correcte opslag, waarbij de bal niet wordt aangeraakt door de opponent. Meestal is deze opslag krachtig en landt de bal in een hoek van het service-vlak.
  • Advantage ("voordeel") - een moment wanneer de speler een punt heeft gewonnen uit een deuce en nog één punt nodig heeft om de game te winnen.
  • All - het woord dat de umpire gebruikt als de stand van beide spelers gelijk is (dus bijvoorbeeld 15-15 of 30-30); muv. 40-40, dan is het Deuce.
  • ATP - de vaak gebruikte afkorting van Association of Tennis Professionals, de tennisbond voor het professionele herentennis.
  • Alley - Het gebied tussen de enkele en dubbele zijden.

B[bewerken]

Justin Henin gaat slaan met haar backhand
  • Backhand - een soort slag waarbij de rug van de speelhand naar voren wordt gehouden.
  • Bagel - het winnen of verliezen van een set met 6-0.
  • Ballenjongen of -meisje - de persoon die de tennisballen vangen en aangeven. Meestal zijn dit adolescenten.
  • Baseline of Basislijn - de achterste lijn van het tennisveld.
  • Best of five – een partij bestaat maximaal uit vijf sets, waarbij de winnaar drie sets wint.
  • Best of three – een partij bestaat maximaal uit drie sets, waarbij de winnaar twee sets wint.
  • Break - het winnen van de opslag (de game) van de opponent.
  • Breekpunt of Break point het punt dat de servering van de tegenstander verbreekt.
  • Bye - een speler wordt vrijgesteld van een ronde (meestal de eerste ronde), waardoor geen wedstrijd gespeeld hoeft te worden om door te gaan naar de volgende ronde.

C[bewerken]

  • Cyclops - een computersysteem dat aangeeft of de bal in of uit is. Vaak is het al vervangen door Hawk-Eye.

D[bewerken]

  • Deuce ("gelijk") - een moment in een game waarin de score 40-40 bedraagt. Zodra één van beide spelers een punt wint krijgt hij of zij een advantage (voordeel). Mocht hierna nog een punt gemaakt worden is de game in zijn of haar voordeel beslist.
  • Dropshot - een soort slag waarbij waarbij de speler de bal zodanig speelt dat die zo snel en steil mogelijk vlak achter het net de grond raakt en zo min mogelijk opstuit.
  • Dropvolley - een volley waarbij de speler de bal zodanig speelt dat die zo snel en steil mogelijk vlak achter het net de grond raakt en zo min mogelijk opstuit
  • Dubbele bagel - tweemaal een bagel achter elkaar.
  • Dubbele fout - de serveerder of serveerster slaat de eerste en tweede service achter elkaar fout waardoor het punt naar de opponent gaat.
  • Dubbelspel - Een tennisspel met twee teams van elk twee spelers (in totaal dus vier spelers).
  • Dubbelspelveld - Het veld tussen de basislijnen en de buitenste zijlijnen.

E[bewerken]

  • Exhibition - een wedstrijd of toernooi waarbij geen punten worden verdiend voor de ATP- of WTA-ranglijst. Meestal is het doel om het publiek te vermaken, of het heeft een speciale reden.
  • Enkelspel - Een tennisspel met twee spelers.
  • Enkelspelveld - Het veld tussen de basislijnen en de binnenste zijlijnen.

F[bewerken]

  • Forehand - een soort slag waarbij de palm van de speelhand naar voren wordt gehouden.
  • Fout of Fault - het serveren missen, als de bal 2 keer achter elkaar niet wordt geraakt, krijgt de tegenstander het punt.

G[bewerken]

Het Centre Court van Wimbledon, met een veld van gras
  • Game - een deel van de wedstrijd dat bestaat uit 4 punten; 15, 30, 40 en 'game'. 6 games zijn één set.
  • Game point. Een punt waarmee een speler de game kan winnen
  • Gemengd dubbelspel. Een dubbelspel tussen twee teams, met in elk team zowel een man als vrouw
  • Golden set – als een set wordt gewonnen zonder ook maar één punt te verliezen (dus 24 punten gewonnen en geen verloren).
  • Grand slam - zie Grandslamtoernooi.
  • Grandslamtoernooi - de belangrijkste categorie tennistoernooien, waarvan er maar vier zijn; de Australian Open, Roland Garros, Wimbledon en de US Open.
  • Gras - een type ondergrond dat gemaakt is van gras.
  • Gravel - een type ondergrond dat gemaakt is van gemalen baksteen, het kleurt meestal rood en soms groen.

H[bewerken]

Een hardcourt veld (in het Arthur Ashe Stadium)
  • Halfvolley - een bal die vlak na de stuiter wordt teruggeslagen, te vergelijken met een dropkick bij voetbal.
  • Hawk-Eye - een computersysteem dat de baan van de bal volgt. Het kan beoordelen of de bal in of uit is, het wordt voornamelijk op gras- en hardcourttoernooien gebruikt.
  • Hardcourt - een harde ondergrond, dat meestal op basis van beton of asfalt is gemaakt, waarop een rubberachtige coating wordt aangebracht.

K[bewerken]

  • Kwalificatietoernooi - een speciaal toernooi voor spelers die niet direct zijn toegelaten aan een toernooi.

L[bewerken]

  • Let - De term gebruikt wanneer het spel gestopt wordt of opnieuw moet worden gedaan, dit komt vaak voor als de bal het net raakt bij het serveren.
  • Lob - Een hoog schot over de tegenstander.
  • Love - Nul punten.
  • Lucky loser - een speler die uitgeschakeld was in het kwalificatietoernooi, maar toch mag meedoen door een uitval van een andere speler.

M[bewerken]

  • Match Point - Een punt waarmee een speler de wedstrijd kan winnen.
  • Middenmerk - Het merkstreepje dat het midden van de basislijn aangeeft.
Het tennisveld

N[bewerken]

  • Net - een stuk geweven weefsel dat in het midden van het tennisveld hangt, het wordt omhooggehouden door twee palen aan de zijkant van het veld.
  • Netband - De band langs de bovenrand van het net.
  • Netfout - Bij het serveren raakt de bal het net.
  • Netpaal - De paal die het net aan het uiteinde omhoog houdt.
  • Net punt of Net point - een punt dat gewonnen of verloren is doordat de speler het net naderde. Het tegenovergestelde is een punt gewonnen aan de baseline.

O[bewerken]

  • Opslag of Opslaan - hetzelfde als Serveren (of Service)

P[bewerken]

  • Passing Shot of Passerend Schot - een schot waarvan de tegenstander die vlakbij het net staat de bal niet kan raken.

Q[bewerken]

  • Qualifier - een speler die zich via het kwalificatietoernooi heeft geplaatst voor het hoofdtoernooi.

R[bewerken]

Een racket (met een bal)
  • Rally - het is een reeks van slagen zonder een punt.
  • Racket - het voorwerp waarmee de tennisbal geslagen wordt.
  • Regulierband - De band om het midden van het net op de juiste hoogte te houden.
  • Return - de teruggeslagen bal na de opslag.

S[bewerken]

  • Serveren - het in het spel brengen van de bal aan het begin van een game.
  • Servicelijn - De grenslijn van het servicevak, die ongeveer halverwege tussen het net en basislijn ligt.
  • Servicevak - Het vak waarin de bal bij het serveren moet vallen.
  • Set - een deel van de wedstrijd en bestaat uit zes games.Bij 6-6 wordt er een tiebreak gespeeld.
  • Set point - Een punt waarmee een speler de set kan winnen.
  • Smash - een bal die bovenhands wordt geslagen.
  • Slice - een bal geraakt met een omgekeerde draai, de bal komt laag binnen en blijft laag nadat die stuitert.
  • Stroke - De bal slaan, ook wel groundstroke genoemd.

T[bewerken]

Een tennisbal
  • Tennis Hall of Fame - het grootste tennismuseum in Newport, het stelt ook de hall of fame-lijst op voor tennisspelers die een grote bijdrage hebben geleverd aan de sport.
  • Tennisbal - de bal die voor tennis gebruikt wordt.
  • Tennisracket - zie racket.
  • Tennishandschoen - een soort handschoen die wordt gebruikt, voornamelijk tijdens de wintermaanden.
  • Tiebreak - de puntentelling bij een 6-6 score in de set.
  • Topspin - het is een slag waarbij de bal een roterende beweging krijgt waardoor de bal na het neerkomen harder doorschiet.
  • Tramrails - De twee zijlijnen van het enkel- en het dubbelspelveld.

U[bewerken]

  • Umpire - de hoofdscheidsrechter, hij of zij zit op een verhoogde stoel aan de zijkant van het midden van het tennisveld.
  • Unforced error - een fout die zelf gemaakt wordt en niet door toedoen van de tegenstander, bijvoorbeeld een dubbele fout.

V[bewerken]

  • Volley - de bal van dichtbij het net terugslaan voordat de bal stuitert

W[bewerken]

  • Walkover - winnen zonder te spelen, wanneer de tegenstander zich voor de wedstrijd (bijvoorbeeld vanwege een blessure) terugtrekt.
  • Wildcard - een speciaal toegangsbewijs voor een speler om mee te doen aan een toernooi. Hierdoor hoeft de speler niet aan de criteria te voldoen of mee te doen aan het kwalificatietoernooi.
  • Winner - een punt dat word gemaakt door een speler waarbij de tegenstander niet meer bij de bal kan komen, zoals bijvoorbeeld een ace
  • Winning serve / Winnende opslag - een opslag die door de tegenspeler niet kan teruggespeeld worden.
Bewerk Deze lijst is incompleet. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om de lijst uit te breiden.