Mahathir Mohammed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mahathir Mohammed spreekt de Verenigde Naties toe in 2003

Datuk Seri Mahathir bin Mohammad (10 juli 1925) is een Maleisisch politicus die van 1981 tot 2003 eerste minister van de federale regering van Maleisië was.

Mahathir werd geboren in het noordwestelijke sultanaat Kedah. Hij studeerde medicijnen, hoofdzakelijk in eigen land, en is niet zoals eerdere regeringsleiders verwant aan een van de vorstenhuizen.

Zijn politieke loopbaan begon na de onafhankelijkheid. Hij werd actief in de nationalistische vleugel van de regeringspartij UNMO (United Malays National Organisation) en werd gekozen in de Dewan Rakyat, het federale huis van afgevaardigden. De partijleiding verweet hem chauvinisme en extremisme, en na de pogrom tegen Chinezen in mei 1969 werd hij onder de noodtoestand geschorst als partijlid. Een boek dat hij in 1970 voltooide over de rassentegenstellingen, mocht in eigen land niet verschijnen. In het boek stelde Mahathir de Chinese gemeenschapszin en ondernemingslust ten voorbeeld aan zijn eigen islamitische bevolkingsgroep, die hij bekritiseerde vanwege de neef-nichthuwelijken en de apathie.

In 1972 mocht hij weer politiek actief worden. Bij de verkiezingen van 1974 won hij een zetel in het parlement, en direct volgde zijn benoeming tot minister van Onderwijs. Vanaf 1977 was hij vicepremier en minister van Financiën, en in 1981 volgde hij premier Hussein bin Onn op.

Zijn "Nieuwe economische politiek" had tot doel de achterstand van de etnische Maleiers weg te nemen door hen allerlei wettelijke voorrechten te verschaffen. Zo kon een islamitische middenstand ontstaan, maar de economische macht van vooral de etnische Chinezen bleef groot. Mahathir verweet zijn geloofsgenoten regelmatig dat ze "lui en zelfgenoegzaam" waren.

Het nationalisme van Mahathir kwam ook tot uitdrukking in megalomane bouwprojecten als de technologiestad Cyberjaya, de nieuwe administratieve hoofdstad PuTrajaya en de Petronastorens, die de plaats van de Twin Towers overnamen als hoogste gebouw ter wereld. Mahathirs autoritaire regering vestigde een stabiel investeringsklimaat, wat zijn vruchten afwierp in een snelle economische groei en die ook ten goede van het volk kwam. En dat bevorderde weer de rust.

Toch groeide de behoefte aan meer vrijheid, vooral bij de minderheden van Chinezen en christenen. De populariteit van de meer liberale vicepremier Anwar Ibrahim nam toe, en Mahathir ging hem als een rivaal beschouwen. In 1998 liet hij hem arresteren en veroordelen wegens corruptie en sodomie. Tot opvolger benoemde hij Abdullah Ahmad Badari, die later ook hemzelf zou opvolgen.

Mahathir nam na de Amerikaanse inval in Irak een anti-Amerikaanse houding aan. Hij stelde vast dat het westen de gebeurtenissen van 11 september 2001 aangreep om de moslimlanden aan te vallen en hun rijkdommen te plunderen. Na de arrestatie van Saddam Hussein bood hij aan om de verdediging van de ex-president in het proces bij te staan.

Mahathir deed als gastheer van de Islamitische Conferentie in zijn openingsrede op 17 oktober 2003 een harde aanval op de joden, in de trant van zijn eerdere anti-Chinese uitlatingen. De joden hadden zich door hun slimheid grote invloed verworven in machtige landen en hun invloed stond in geen verhouding tot hun aantal. De Joden beheersen de wereld, ze laten anderen voor hen vechten en sterven. sprak hij. Tegelijk veroordeelde hij Arabisch terrorisme tegen joden, zoals zelfmoordaanslagen. De toespraak werd in het westen als "anti-semitisch" bekritiseerd. Twee weken na de conferentie trad hij terug als premier, zoals hij al lange tijd daarvoor had aangekondigd.

Referenties[bewerken]

  • Financial Times 26-6-1981
  • Frankfurter Algemeine Zeitung 17-7-1981
  • Keesings Historisch Archief jrg. 2003 en 2004