Mohs' chirurgie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mohs micrografische chirurgie (kortweg Mohs-chirurgie) is een chirurgische techniek voor het verwijderen van huidkanker, waarbij direct alle sneevlakken gecontroleerd worden. Zodoende kan gegarandeerd worden dat de laesie volledig verwijderd is. Als de afwijking niet geheel verwijderd is, kan de excisie gericht worden op dat deel van de wondrand waar afwijkingen zijn achtergebleven. De techniek is weefselsparend, en omdat de afwijking zeker verwijderd is kunnen ook grote defecten gesloten worden zonder risico op heroperatie. De techniek is genoemd naar dokter Fredrick E. Mohs die de techniek ontwikkelde.

Techniek[bewerken]

De afwijking wordt schotelvormig uitgesneden. Direct na excisie wordt het gehele snijvlak van het verwijderde weefsel minutieus onder de microscoop onderzocht om doelgericht een aanvullende resectie te kunnen doen. Dit voorkomt het onnodig verwijderen van gezond weefsel. Mohs' chirurgie wordt uitgevoerd volgens een duidelijk omschreven protocol waarbij de preparaatranden worden gekleurd. De behandeling vereist intensieve samenwerking tussen een dermatoloog en een patholoog-anatoom, en de gehele ingreep kan als gevolg daarvan soms uren duren. In voorkomende gevallen wordt ook een plastisch chirurg ingeschakeld voor de reconstructie. Daarom wordt deze behandeling slechts in enkele gespecialiseerde klinieken uitgevoerd, tot nog toe alleen door specifiek hiervoor opgeleide dermatologen. Behandelcentra in Nederland zijn onder andere in Venray, Zwolle, Apeldoorn, Rotterdam, Maastricht, Heerlen, Groningen, Nijmegen, Eindhoven, Dordrecht, Amsterdam en Hoorn.

Overig[bewerken]

  • Bij gewone excisies wordt een ellips uitgesneden die overal even dik is (de volledige dikte van de huid). Bij histologisch onderzoek worden enkele plakjes weefsel gecontroleerd. Als een tumor met uitlopers groeit kan dat dus gemist worden.
  • Bij de microscopische beoordeling worden vriescoupes gebruikt. Op deze manier zijn niet alle huidtumoren goed te herkennen onder een microscoop. Daarom is de techniek vooral geschikt voor basaalcelcarcinoom, maar niet geschikt voor melanoom. Bij plaveiselcelcarcinoom en atypisch fibroxanthoom kan de beoordeling moeilijk zijn.
Bronnen, noten en/of referenties