Monodische lyriek
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Monodische lyriek is een onderdeel van de Oud-Griekse lyriek en moet gezien worden als een hoogtepunt dat uit de archaïsche periode overblijft. Het meest opvallend kenmerk is de ingewikkelde verstechniek: de grote verscheidenheid aan metrische vormen veronderstelt een lange vormingsgeschiedenis.
Alcaeus -- Sappho --- Anacreon / de Anacreontea
Tot de monodische lyriek moet men ook een aantal anonieme liederen rekenen, die doorheen de eeuwen mondeling werden overgeleverd tot iemand ze uiteindelijk op schrift vastlegde. We onderscheiden twee genres:
- de Skolia = «schuine» liederen, gezongen bij feesten en drinkgelagen
- de Demotika = «volksliederen» (vb. Zwaluwenlied uit Rhodos)