Oogdominantie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Oogdominantie is het verschijnsel dat het beeld dat door een oog in de hersenen ontstaat het beeld van het andere oog kan onderdrukken.

Dit kan hinderlijk zijn als beide ogen niet hetzelfde beeld vormen (bijvoorbeeld bij kijken door een monoculaire microscoop of telescoop) of als met slechts een oog gemikt moet worden bijvoorbeeld in de schietsport of bij boogschieten. Als het hiervoor gebruikte oog niet het dominante is, kan het soms nodig zijn het dominante oog dicht te knijpen of af te dekken. Op een microscoop kan een grijs of zwart kartonnetje voor het andere oog soms uitkomst brengen. Dit lukt natuurlijk alleen als het niet-dominante oog wel in staat is een scherp beeld te leveren; vaak is de reden van de dominantie van het andere oog dat dit niet het geval is. Voor de wedstrijdschietsport zijn speciale brillen waarbij het niet-richtende oog wordt afgedekt, maar als het niet-dominante oog geen voldoende scherp beeld oplevert, zit er niets anders op dan met het dominante oog te leren richten.

Bij de verschillende biljart sporten is het dominante oog van belang om te bepalen welk oog in een loodrechte lijn boven de keu gehouden dient te worden. Spelers zonder dominant oog houden vaak de neus in een loodrechte lijn boven de keu.

Bij ongeveer twee derde van de bevolking is het rechteroog het dominante oog. Een klein deel van de bevolking heeft zelfs helemaal geen dominant oog.

Er zijn twee eenvoudige tests om te ontdekken welk oog dominant is:

- Maak met uw wijsvinger en duim een kijkgaatje ter grootte van een 2 euro munt. Kijk met beide ogen door het gat en kies iets in de achtergrond om op te focussen. Sluit nu om beurten het linker- en het rechteroog en bepaal of u met het linkeroog, rechteroog of met beide ogen hebt "gericht".

- Wijs met uw vinger naar een object in de achtergrond met beide ogen open. Sluit nu om beurten het linker- en het rechteroog. Als u, wanneer u het linkeroog gesloten hebt, nog steeds naar hetzelfde object wijst, maar u ziet dat u, wanneer u het rechteroog sluit, de vinger en het object een heel eind uit elkaar staan, dan is uw rechteroog (het oog dat "goed" wijst), dus dominant.