Orde van Verdienste van de Beierse Kroon
De Orde van Verdienste van de Beierse Kroon (Duits: Verdienstorden der Bayrischen Krone) werd op 19 mei 1808 door koning Maximiliaan I Jozef van Beieren ingesteld als vervanging van de Orde van de Leeuw van de Palts. De Orde is een van de historische orden van Beieren.
Het motto van de Orde was "VIRTUS ET HONOS" (Latijn: "dapperheid en eer"), de Orde had vier graden en de koning was grootmeester van de Orde. De leden verwierven met deze Orde ook, zij het niet erfelijk, de Beierse Adelsstand. Was een van de voorvaderen ook in de Orde opgenomen dan was de titel van "ridder" wèl erfelijk.
Als criteria voor de toekenning sprak het statuut van de Orde van Verdienste van de Beierse Kroon van "voortreffelijke aan de staat betoonde diensten,hogere burgerlijke deugden en beroemdheid die de faam van Beieren vergrootte".
Rangen en versierselen van de Orde [bewerken]
- 12 (na 8 oktober 1817 waren het 24) grootkruisen: Zij droegen het ordeteken aan een grootlint over de rechterschouder en een ster op de linkerborst.
- na 24 mei 1855 waren er ook grootofficieren, zij droegen het ordeteken aan een halslint en een iets kleinere ster.
- 24 ( na 8 oktober 1817 waren het 40) commandeurs: zij droegen het ordeteken aan een lint om de hals.
- 100 ( na 8 oktober 1817 waren het 160) ridders: zij droegen een iets kleiner ordeteken aan een lint op de linkerborst.
Het juweel van de Orde was een kruis met acht armen en zestien punten. Om de vier kleinere armen die op de diagonalen geplaatst waren was een krans van eikenbladeren aangebracht.In het medaillon was op een achtergrond van ruiten, afkomstig uit het Beierse wapen, een beugelkroon geplaatst. Daaromheen stond het motto van de Orde. Op de keerzijde was de beeldenaar van de stichter met de woorden "MAX:JOS:BOIARIAE:REX" (Latijn:" Maximiliaan Jozef Koning van Beieren")te zien. Boven het juweel was de Beierse koningskroon aangebracht.
Opvallend aan de Ordetekenen is dat zij alleen in grootte van elkaar verschillen. Het grootkruis en het commandeurskruis zijn even groot, het ridderkruis is veel kleiner. De sterren waren in de eerste jaren van het bestaan van de Orde geborduurd uit zilver- en gouddraad maar vanaf de jaren '50 van de 19e eeuw werden zij van verguld zilver gemaakt.
De sterren waren in het begin vrij klein, daarom kan men het verschil tussen een oude maar kleine ster van een grootkruis in de Orde en een latere ster van een grootofficier moeilijk te zien zijn. De sterren en versierselen zijn in Beieren maar ook door hofjuweliers in andere Europese hoofdsteden vervaardigd. Veel ridders stelden prijs op meerdere sets omdat het email op de kruisen en de ster erg kwetsbaar is en snel afschilfert.
Het lint van de Orde was hemelsblauw met twee witte strepen.
Aan de Orde was de " Maximiliaansmedaille voor Wetenschap en Kunst" verbonden.
De Orde van Verdienste en de heraldiek [bewerken]
In de 19e eeuw kon men het bezit van een ridderkruis en adeldom nog niet als twee verschillende zaken zien. Zo verleende de Beierse koning die ambtenaren die met deze exclusieve onderscheiding werden vereerd ook adeldom. In de 19e eeuw werd in eerste instantie geëist dat de voorgedragen personen ook "volgens hun stand" zouden kunnen leven, waarbij vooral naar grondbezit werd gekeken. Later werd men daarin minder streng. De Orde van Verdienste van de Beierse Kroon was de voornaamste methode van verheffing in de adelstand. Op de wapens van de ridders is het kruis van de orde onder het wapen gehangen. Het hiernaast afgebeelde voorbeeld is deel van de wapenbrief van de Secretaris-Generaal in het Koninklijk Beierse Ministerie voor Oorlogszaken, de op 5 April 1813 geridderde Peter von Maubach.
De ridders in de Orde van Verdienste van de Beierse Kroon noemden zich na hun nobilierung "Ritter von..." of ze plaatsten kortweg het woord "von" als predicaat voor hun achternaam..
De val van de Beierse monarchie in november 1918 heeft een einde aan het bestaan van deze Orde gemaakt. De ridders die een persoonlijk adeldom hadden verkregen kregen te maken met het nieuwe Duitse burgerlijk recht dat geen adeldom of titels kent. De Duitse wet schrijft sindsdien voor dat iedereen de achternaam van zijn of haar vader draagt en dat begrippen als "Freiherr von" of Ritter von" deel van de geslachtsnaam uitmaken. Een kind dat vóór 1918 geboren werd als zoon of dochter van een drager van persoonlijke adeldom draagt het predicaat niet in de naam, de na 1918 geboren kinderen dragen het predicaat wèl.