Pulskorvisserij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Pulsvisserij)
Ga naar: navigatie, zoeken
De pulskor: elektrodes hangen in de sleeprichting van het tuig en veroorzaken een elektrisch veld op de bodem, waardoor de platvis opschrikt van de bodem en in het net terechtkomt

Pulskorvisserij (ook wel kortweg pulsvisserij genaamd) is beroepsvisserij met behulp van sleepnetten over de zeebodem. Net als bij de al langer bestaande elektrovisserij ten behoeve van visonderzoek in het zoete water, wordt gebruik gemaakt van elektriciteit. In plaats van wekkerkettingen die over de bodem slepen zoals bij de gangbare boomkorvisserij, wordt de vis opgeschrikt door stroomstootjes (pulsen) die worden afgegeven via strengen van elektroden. De pulskorvisserij is met name gericht op de platvis tong, met als bijvangst schol. Daarnaast wordt het ook op beperkte schaal toegepast in de visserij op garnalen. Het is een in de Europese wateren in principe verboden vistechniek waarvoor de Europese Unie voor de zuidelijke Noordzee sinds 2007 ontheffing kan verlenen.

Achtergrond[bewerken]

De pulskorvisserij wordt toegepast bij de visserij op platvis. In die visserijtak worden technieken gebruikt die de platvis van de bodem opschrikken, zodat de vis vervolgens met het net kan worden opschept. Bij de conventionele boomkorvisserij vindt het opschrikken plaats door beroeren van de zeebodem met zogenoemde wekkerkettingen. Dit zijn stalen kettingen die in de breedte van de netopening zijn gemonteerd (wekkers) of meer achter in het net aan de grondpees (kietelaars) en die over de zeebodem worden gesleept. Het vistuig dat bij de pulskorvisserij wordt gebruikt (de puls) heeft geen wekkers en kietelaars, maar kabels met elektroden voorzien van geïsoleerde en geleidende elementen, die in de sleeprichting zijn opgehangen. Met de pulskor wordt korte tijd een elektrisch veld op de zeebodem opwekt. Vissen reageren op de prikkeling die door de pulskor wordt veroorzaakt en komen los van de bodem. De vis wordt door de puls niet gedood of verdoofd, slechts opgeschrikt.

Voordelen[bewerken]

Deze manier van vissen vraagt minder energie omdat het tuig lichter is, een lagere vissnelheid vereist en minder in contact staat met de zeebodem en dus minder weerstand oplevert. Daardoor is minder brandstof nodig om het tuig te gebruiken en is het dus goedkoper in gebruik. Omdat de pulskor minder in contact staat met de zeebodem, biedt dit tuig ook ecologische voordelen ten opzichte van de traditionele boomkor.

Beleid en ontheffingen[bewerken]

In de Europese Unie is vissen met elektriciteit verboden.[1] In de zuidelijke Noordzee is sinds het jaar 2007 een (tijdelijke) ontheffing voor het gebruik van de puls verleend voor 5 procent van de boomkorvloot aan alle lidstaten. Sinds 2009 vist een aantal Nederlandse vissers met de pulstechniek. Een deel van de Nederlandse platvisvisserij beschikt momenteel over een ontheffing; in 2013 ging het om 42 kotters. In 2014 zijn er extra ontheffingen verleend. Sectorvertegenwoordigers verwachten dat niet al deze ontheffingen gebruikt zullen worden, omdat de benodigde aanpassingen aan het schip grote investeringen vergen. Bovendien moet er voor de schepen voldoende tongquotum beschikbaar zijn, omdat met pulstechniek in het algemeen meer tong gevangen wordt. Het Nederlandse tongquotum is niet van voldoende omvang om alle platvisschepen met pulstechniek op tong te laten vissen.

Vergelijking puls met traditionele boomkor[bewerken]

Het nettoresultaat in de pulskorvisserij was in 2012 gunstiger dan in de traditionele boomkorvisserij: voor elke honderd euro opbrengst in de boomkorvisserij werd een verlies geleden van 7 euro, terwijl in de pulskorvisserij voor elke 100 euro juist een winst werd gemaakt van 11 euro. Dat komt omdat de totale kosten in de pulskorvisserij lager uitkwamen: investeringskosten (afschrijvingen), vistuigkosten en vooral deellonen voor bemanning namen toe, maar de kosten voor brandstof kwamen aanzienlijk lager uit, waardoor per saldo een gunstiger resultaat werd bereikt.

Indexcijfers boomkor en pulskor voor opbrengst, kosten en netto overschot, jaar 2012.[2]
Boomkor Pulskor
Opbrengst 100 100
Kosten 107 89
Netto resultaat -7 11

Het brandstofverbruik in de pulskorvisserij kwam in 2012 gemiddeld 45% lager uit in vergelijking met de traditionele boomkorvisserij. Dit komt waarschijnlijk doordat bij pulskorvisserij de vissnelheid gemiddeld minimaal 1 zeemijl per uur lager ligt, het vistuig lichter van materiaal is en het tuig minder bodemberoering veroorzaakt. Het netto overschot (de winst) in de pulskorvisserij is gemiddeld 578 euro per zeedag hoger dan in de traditionele boomkorvisserij (jaar 2012). Vooral het lagere brandstofverbruik en daarmee ook lagere brandstofkosten per zeedag, maar ook de relatief hogere opbrengst aan tong dragen bij aan dit resultaat. De ongewenste bijvangst in de pulskorvisserij is lager dan in de traditionele boomkorvisserij. Per uur worden minder ondermaatse schollen gevangen en ook het aantal bodemdieren in de vangst is lager.

Vergelijking puls- en boomkortechniek, pk-klasse 1.500-2.000 pk, gemiddelden voor het jaar 2012.[3][2]
Pulskorvisserij Boomkorvisserij met kettingen
Vissnelheid 5,5 zeemijl/uur 6,5 zeemijl/uur
Brandstofverbruik 4.100 liter/zeedag

2,21 liter gasolie/kg vis

7.400 liter/zeedag

2,36 liter gasolie/kg vis

Aanlanding vis 1.900 kg vis/zeedag 3.100 kg vis/zeedag
Opbrengst vis 2,17 euro/liter gasolie 1,23 euro/liter gasolie

Vangstsamenstelling pulskorvisserij[bewerken]

Met de pulstechniek wordt minder vis gevangen in vergelijking met de boomkor. De samenstelling van de vangst verschilt aanzienlijk: het grootste verschil in vangstsamenstelling is de verhouding tong/schol. Bij puls is tong goed voor 34% van de aanlandingen, bij traditionele boomkor is dat 12%. De pulstechniek leent zich dus relatief goed voor het vangen van tong. In 2012 hebben 25 pulskorvissers een jaar lang hun vangstsamenstelling bemonsterd, onder begeleiding van IMARES.[4] Tussen schepen, seizoenen en gebieden waren veel verschillen. Het gemiddelde beeld is dat de vangst bestaat uit: 31% aanlandingen, 10% ondermaatse schol en tong, 7% overige visdiscards, 18% bodemdieren en 34% dood en levenloos materiaal.

Verschillende effecten van puls onder verschillende omstandigheden[bewerken]

Het elektrisch veld dat met puls opgewekt wordt heeft niet onder alle omstandigheden en voor alle vis (en andere organismen) dezelfde effecten.[5][6][7] De geleidbaarheid en de sterkte van de stroomstoot onder water hangt onder andere af van:

  • Het verschil in geleidbaarheid van de zeebodem en die van zeewater;
  • De bodemsamenstelling: een slibrijke bodem heeft een betere geleidbaarheid dan een zandrijke bodem;
  • Het zoutgehalte van het water: zout water geleidt beter dan zoet water;
  • De watertemperatuur: warm water geleidt beter dan koud water.

Het effect van de puls verschilt al naar gelang:

  • De geleidbaarheid van de vis en anatomie;
  • De intensiteit (μs en Hz) en de veldsterkte (V/cm) van de puls;
  • De snelheid waarmee de vis gevangen wordt met het puls vistuig: als een schip sneller vist, dan staat de vis minder lang bloot aan het elektrische veld;
  • De lengte en optuiging van geleidende en isolerende electrodedelen;
  • De afstand tot de geleider: hoe dichter bij de geleider, hoe sterker de stroomstootjes;
  • De vorm en de lengte van de vis en/of de spiermassa: hoe langer de vis en/of hoe meer spiermassa, hoe krachtiger de spieren samentrekken als gevolg van stroomstootjes;
  • De oriëntatie van de vis: het maakt uit of een vis parallel of loodrecht ligt/zwemt ten opzichte van het elektrische veld. Het potentiaalverschil over het lichaam is bepalend.

Ecologisch effect van de pulskorvisserij[bewerken]

Het elektrische veld dat met puls wordt opgewekt kan effect hebben op alle dieren die ermee in aanraking komen. De effecten verschillen afhankelijk van de omstandigheden en de diersoort. De manier waarop vissen, haaien en bodemdieren reageren op visserij met puls verschilt van soort tot soort. De volgende effecten zijn onderzocht in het laboratorium en/of op zee:

  • Bodemberoering – de elektrokor is lichter dan het traditionele boomkor, waardoor het zich minder diep de bodem in graaft. Daarnaast leggen pulskorvissers per uur kortere afstanden af, door de lagere vissnelheid. Dat maakt dat het totaal beviste zeeoppervlak lager ligt.
  • Bodemdieren – de effecten van de puls op sterfte van verschillende bodemdiersoorten in laboratoriumproeven waren klein. Naar verwachting is de hoeveelheid directe sterfte van bodemdieren die achterblijven na bevissing met puls daarom lager dan in de traditionele boomkorvisserij. Voor zagers, strandkrabben en mesheften bleek uit laboratoriumproeven wel dat ze een verlaagde overlevingskans hebben nadat ze in aanraking kwamen met een elektrisch veld zoals dat ook gebruikt wordt in de pulskorvisserij.
  • Kabeljauw – in de pulskorvisserij zijn kabeljauwen met gebroken ruggenwervels aangetroffen. Ook in de laboratoriumproeven bleek dat de pulskorvisserij kan zorgen voor een verhoogd risico op breuken bij volwassen kabeljauw.
  • Haaien en roggen – voor haaien en roggen zijn er nog weinig effecten aangetoond; in een laboratoriumonderzoek werd geen letsel gevonden bij hondshaaien als gevolg van puls. Onderzoek naar mogelijke effecten op het elektrische zintuig van haaien en roggen wordt op dit moment uitgevoerd.
  • Overlevingskansen schol- en tongdiscards – proeven op zee toonden aan dat de elektrokor minder beschadiging aanbrengt bij gevangen vis ten opzichte van het traditionele boomkor. De betere kwaliteit van de vis door pulsvissen zou de overlevingskans van schol en tong kunnen vergroten. Dit is echter nog niet onderzocht.
Overzicht van de effecten van puls op kabeljauw, wijting, haaien en bodemdieren.
Onderzoek Resultaat
Ruggengraat kabeljauw en wijting opengelegd na vangst op zee[8]
  • Breuken in ruggengraat bij 8% van de 45 gevangen kabeljauwen
  • Breuken in ruggengraat bij ~2% van de 47 gevangen wijtingen
  • Geen breuken in kabeljauwen gevangen met boomkortuig
Effecten op 20 kabeljauwen in laboratoriumomstandigheden[9] Effect op kabeljauw die dichter dan 10 cm bij de elektrode komt:
  • 4 dood kort na stimulering (20%)
  • 2 dood in observatieperiode na stimulering (10%)

Van de 16 vissen die in eerste instantie overleefden hadden er:

  • 5 bloedingen dicht bij de wervelkolom (31%);
  • 4 een breuk in de wervelkolom (25%);
Effecten op hondshaaien in laboratoriumomstandigheden[10]
  • Geen sterfte
  • Lichamelijke reacties dichtbij elektroden zoals spiercontracties
  • Weinig effecten op gedrag en voedselopname na proeven
  • Eiproductie niet aangetast
Effecten op bodemdieren in laboratoriumomstandigheden[11]
  • Reactie afhankelijk van soort
  • Lagere overlevingskans voor zager, strandkrab en mesheft
  • Verminderde (5-15%) voedselopname strandkrab
Overlevingskansen bodemdieren in trawlspoor[12] Sterke aanwijzingen dat bodemdieren in het trawlspoor een grotere overlevingskans hebben bij de pulsvisserij dan bij de boomkorvisserij

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verordening (EG) Nr. 850/98 van de raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen
  2. a b Taal, C., M.N.J. Turenhout, J.A.E. Oostenbrugge, R. Beukers en A.J. Klok, Visserij in cijfers 2013. Internetpublicatie
  3. Quirijns, F.J., Strietman, W.J., Marlen, B. van, Rasenberg, M., 2013. Platvis pulsvisserij, Resultaten onderzoek en kennisleemtes. IMARES rapport C193/13.
  4. Rasenberg, M., Van Overzee, H., Quirijns, F., Warmerdam, M., Van Os, B., Rink, G., 2013. Monitoring catches in the pulse fishery. IMARES Report C122/13
  5. Vibert, R. (1963) Neurophysiology of Electric Fishing. Transactions of the American Fisheries Society 92:3, 265-275
  6. Vibert, R. (Ed.) (1967) Fishing with Electricity - Its Application to Biology and Management. Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO). Fishing News (Books) Ltd., London
  7. Soetaert, M., Decostere, A., Polet, H., Verschueren, B., Chiers, K. (2013) Electrotrawling: a promis-ing alternative fishing technique warranting further exploration. Fish and Fisheries, 1-2
  8. Van Marlen, B., Wiegerinck, J.A.M., van Os-Koomen, E., van Barneveld, E., Bol, R.A., Groeneveld, K., Nijman, R.R., Buyvoets, E., Vandenberghe, C., Vanhalst, K. (2011). Catch comparison of pulse trawls vessels and a tickler chain beam trawler. IMARES rapport C122b/11
  9. De Haan, D., Van Marlen, B., Kristiansen, T.S., Fosseidengen, J.E. (2009) The effect of pulse stimu-lation on biota - Research in relation to ICES advice - Progress report on the effect to cod
  10. De Haan, D., Van Marlen, B., Velzeboer, I., van der Heul, J.W., van de Vis, J.W. (2009). The effects of pulse stimulation on biota - Research in relation to ICES advice - Effects on dogfish
  11. Van Marlen, B., de Haan, D., van Gool, A.C.M., Burggraaf, D. (2009). The effect of pulse stimulation on marine biota - Research in relation to ICES advice - Progress report on the effects on benthic in-vertebrates. IMARES report C103/09
  12. Van Marlen, B., Bergman, M.J.N., Groenewold, S., Fonds, M. (2001). Research on diminishing impact in demersal trawling – The experiments in The Netherlands. ICES CM2001/R:09