Resin transfer molding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Resin transfer molding (RTM) ofwel Reaction injection molding (RIM) is een lage druk vormgeefproces waarbij twee harsen (resin) in een vorm (mold) polymeriseren.

Vaak wordt, ter versteviging van het product, in de vorm een geweven (glas)mat toegevoegd. Ook kunnen allerlei inlagen, ter bevestiging en/of versteviging van het product, worden toegevoegd.

Resin transfer molding maakt het mogelijk om grote complexe vormen met aan beide zijde een zeer glad oppervlak te maken. Het proces wordt vaak toegepast bij voertuigen welke in kleine serieproducties worden gemaakt.

Resin Transfer Molding is een vormgeefproces waar het proces zich afspeelt in een gesloten mal. Dit in tegenstelling tot het handlamineerproces wat zich in een open mal afspeelt.

Proces[bewerken]

RTM proces. (1) Bovenvorm (2) Ondervorm (3) Gereedschapklem (4) Mengkop (5) Weefselmat (6) Vloeistofvloei en:moldflow (7) Hars (8) Harder

In een gereedschap, bestaande uit een boven- (1) en een ondervorm (2), is een holte in de vorm van het eindproduct uitgespaard. In de holten wordt een lossingsmiddel en een gelcoat opgebracht. In de gelcoat zitten pigmenten en vulstoffen die de kleur en het uiterlijk van het eindproduct bepalen. Het lossingsmiddel zorgt ervoor dat het eindproduct niet aan de vorm blijft plakken. Na de weefselmat (5) te hebben geplaatst wordt het gereedschap gesloten en met klemmen (3) vergrendeld. De klemmen moeten de polymerisatiekrachten die de vormen uit elkaar willen drukken kunnen weerstaan. De harsen A en B worden uit de containers (7) en (8), onder druk, naar de mengkop (4) verpompt. Nadat de harsen in de mengkop zijn gemengd worden deze in het gereedschap geïnjecteerd. De vloeistof vloeit (6) ( moldflow) in de holten van het gereedschap. Tegelijkertijd begint de polymerisatie. Tijdens de polymerisatie komt warmte vrij die al dan niet geforceerd via koelkanalen wordt afgevoerd. Nadat de polymerisatie is voltooid wordt het gereedschap geopend en het gevormde RTM deel verwijderd.

Afkortingen[bewerken]

De volgende afkortingen worden vaak gebruikt;

  • RTM Resin transfer molding. Hars (resin) vormgeefproces (transfer) in een vorm (mold). Deze benaming wordt in Amerika veel gebruikt.
  • VARTM Vacuum assisted resin transfer molding. Is als het RTM proces echter met behulp van vacuüm wordt het hars in de vorm gezogen.
  • RIM Reaction injection molding. Is gelijk aan het RTM proces. Deze benaming wordt veel in de EEG gebruikt.
  • SRIM Structural reaction injection molding. Is gelijk aan het RIM proces echter met toevoeging van een materiaal (meestal een glasmat) wat aan het eindproduct een structuur geeft.
  • VARI Vacuum assisted resin injection. Is de EEG versie van VARTM
  • RRIM Reinforced reaction injection molding. Een vormgeefproces RIM waarin als versteviging (reinforced) en om de uitzettingen te beperken korte glas-, koolstof- of minerale vezels aan de hars worden toegevoegd.
  • LIM Liquid injection molding. Een algemene verzamelnaam van vormgeefprocessen waarbij een vloeistof (liquid) in een vorm (mould) wordt geïnjecteerd.
  • Skinrit Is een lagedruk RTM proces waarbij een folie (skin) vooraf in de vorm wordt gelegd. Hierdoor is een zijde van het product voorzien van een folie.

Harsen[bewerken]

Vaak toegepaste harsen zijn: Epoxy, Polyurethaan, Polyester hybrides, Fenol en Vinylesters.

Voordelen[bewerken]

  • kleine series. Voor kleine series ( 500 – 10.000 stuks per jaar) is het een economisch vormgeefproces om grote gladde complexe vormen te maken.

Nadelen[bewerken]

  • Duur gereedschap. Van elk product dient er eerst een dure vorm (mal) gemaakt te worden.
  • geen zicht (controle) op de injectie.