Sangha (boeddhisme)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dhamma wiel

Boeddhisme

Concepten
Geschiedenis
Stromingen
Geschriften
Personen
Tempels
Devotie
Per land
Termen
Van A tot Z
Dhamma wiel

Sangha (wordt uitgesproken als san-gaa) (pali en sanskriet) is een belangrijk begrip in het boeddhisme. Het verwijst naar de heilige dimensie van het zich als boeddhisten in gemeenschap gedragen, en sangha representeert daarmee ook heiligheid. Meerdere interpretaties en niveaus bestaan. De meest strikte zin is de 'Arya sangha', degenen die de bevrijding van wedergeboorte hebben bereikt zoals een Arhat. Zie bijvoorbeeld Majjhima Nikaya 118,[1] In een meer dagelijks gebruik van het woord verwijst het naar de kloosterorde van monniken (bhikkhu)s en nonnen (bhikkhuni)s, of - op zijn breedst genomen - gewoon naar een gemeenschap van mensen die samenkomen om boeddhistische meditatie te beoefenen.

De Sangha is één van de 'Drie Juwelen' (Tiratana) in het boeddhisme, waar elke boeddhist toevlucht in neemt. Het heeft een centrale rol in alle boeddhistische religies en stromingen.

In de meest ware betekenis van het woord verwijst het naar alle wezens die een bepaalde graad van verlichting behaald hebben. In het Theravada bestaat de Sangha uit de vier soorten verlichte personen: de Sotapanna, Sakadagami, Anagami en Arahant. In het Mahayana behoren ook de Bodhisattvas tot de Sangha. Leken kunnen ook lid zijn van deze 'echte' Sangha. Monniken die (nog) geen graad van verlichting bereikt hebben, vallen buiten deze meest essentiële betekenis van het woord Sangha.

In een meer dagelijks gebruik van het woord Sangha verwijst het naar de Bhikkhu-Sangha ofwel de Orde van Boeddhistische Monniken. De Bhikkhuni-Sangha is de Orde van Boeddhistische Nonnen. Als het woord op deze manier gebruikt wordt horen de leken, ook al zijn ze verlicht, niet tot de Sangha. Ze zijn immers geen monnik of non en hoeven zich dus ook niet aan die regels en conventies te houden waar monniken en nonnen zich wel aan dienen te houden. De Sangha van boeddhistische monniken en nonnen bestaat al meer dan 2500 jaar en is waarschijnlijk de oudste instelling ter wereld.

Doordat er in het boeddhisme niet zoiets bestaat als een 'kerk', is de Sangha in kloosters bijzonder belangrijk in het voortzetten van de traditie. Vooral in de Theravada traditie gaat men ervan uit dat enkel monniken of nonnen een grote spirituele ontwikkeling kunnen realiseren, en de meeste gekwalificeerde boeddhistische leraren zijn monnik of non. Verder worden de boeddhistische teksten in kloosters bewaard, en vaak worden er (vooral binnen het Mahayana en Vajrayana) tradities van mondelinge overdracht van leringen en instructies voor beoefeningen binnen de kloosters in stand gehouden.

Tegenwoordig wordt in de westerse landen het woord Sangha vaak gebruikt om losjes te verwijzen naar alle boeddhisten, of een groep leken en/of monniken die regelmatig met elkaar contact onderhoudt, te vergelijken met het woord 'parochie'. Dit is niet de traditioneel gangbare betekenis van het woord in Azië, maar kent eveneens zijn bronnen in de Pali-canon; bijvoorbeeld Anguttara-Nikaya II.1.vii.[2] Vanzelfsprekend geldt voor de betekenis van Sangha als het derde juweel voor toevlucht dat pakweg het 'Arya sangha' niveau hier veel meer op de voorgrond staat dan het niveau van 'een gemeenschap van boeddhisten'.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn.118.than.html
  2. 4:1 Bhandagamavaggo - English