Schachtbok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De driepotige schachtbok uit 1963 te Winterslag, ter vervanging van een exemplaar uit 1915

Een schachtbok is een constructie die in steenkoolmijnen gebruikt wordt voor het vervoer van de mijnwerkers en steenkool. Het zijn visuele merktekens in het landschap.

In het Kempens steenkoolbekken zijn ze uit staal vervaardigd met uitzondering van de schachtbokken van gewapend beton in de steenkoolmijn van Eisden. Ze vervingen de houten boortorens die gebruikt werden om de mijnschachten af te diepen. De houten boortorens gebruikten een eenvoudige afdiepton (Fr: cuffat) voor het vervoer van mensen en materiaal.

Staal versus beton[bewerken]

Stalen schachtbokken zijn goedkoper voor zo ver ze niet hoger zijn dan 50 m. Fouten in een stalen constructie zijn gemakkelijker te verbeteren dan in een betonnen exemplaar. Ze zijn lichter en vragen dus minder fundering. Hun constructie kan onderbroken worden omwille van slecht weer of werkonderbrekingen.

Schachtbokken uit beton zijn beter bestand tegen trillingen en windkracht. Beton is makkelijker beschikbaar dan staal en de prijs is minder onderhevig aan schommelingen.

Het Koepesysteem[bewerken]

De Duitser Carl Friedrich Koepe ontwikkelde het Koepesysteem in de 19e eeuw, een techniek die ook in de Limburgse mijnen voor het transport in de mijnschachten werd toegepast.

In de 45 tot 85 m hoge schachtbokken hingen schachtwielen met een diameter van zeven tot acht meter. Daarover liepen kabels met een totaal gewicht tot 35 ton waaraan per mijnschacht vier liftkooien waren bevestigd. De schachtwielen werden in beweging gebracht door een ophaalmachine die in een belendend gebouw werd ondergebracht. De ophaalmachinist bediende de liften via belsignalen. De ophaalmachine bestond uit een gelijkstroommotor met een kracht tot zes megawatt die een Koepeschijf aandreef.

Iedere liftkooi was voorzien van vijf tot zes verdiepingen. Aan de liftkooien hing men grote materiaalstukken die ondergronds nodig waren. De licht hellende losvloer bevond zich daarom tot vijftien meter boven de grond, ook omdat men bovengronds zo de geladen mijnwagentjes via hun eigen gewicht naar beneden kon laten rollen.

De schachtbok die voor de steenkoolmijn van Winterslag in 1963 werd opgetrokken, staat op drie poten. Hierdoor staan op de mijnterreinen van Winterslag de oudste (1915) en de jongste schachtbok (1963) van het Kempens bekken. De jongste schachtbok werd in 1963 gebouwd over de oude schachtbok waarna deze laatste werd afgebroken. Dat is de reden waarom tussen beide schachtbokken zo een groot hoogteverschil is.

Bronnen, noten en/of referenties
  • De Koolputters, een uitgave van Waanders met teksten van Bert Van Doorslaer, Jef Habex, Emiel Tys, Jan Kohlbacher, Guy Coppieters, Luc Minten, Bart Delbroek, Chris Nelis en Leen Beyers