Sociale innovatie
Sociale innovatie is een vernieuwing van de wijze waarop het werk in ondernemingen is georganiseerd, en wel op een zodanige wijze dat zowel arbeidsproductiviteit als kwaliteit van de arbeid daarmee gebaat zijn. De term sociale innovatie is geïntroduceerd om onderscheid te maken met het traditionele begrip innovatie, waarmee meestal technologische innovatie wordt bedoeld.
Hoewel de term sociale innovatie enigszins is ingeburgerd, worden ook vaak de termen "innovatief organiseren", organisatorische innovatie en slimmer werken gebruikt.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
Er zijn tenminste drie redenen waarom sociale innovatie in Nederland in de belangstelling staat:
- De Strategie van Lissabon: In Europees verband is afgesproken dat de EU in 2010 de meest concurrerende economie moet zijn van de wereld. Innovatie wordt algemeen gezien als een belangrijke manier om concurrentiekracht te vergroten.
- De innovatieparadox: Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse bedrijven veel kennis ontwikkelen. Het succes van innovatie wordt echter slechts voor 25% bepaald door R&D investeringen en voor 75% door factoren op het gebied van mens en organisatie. Volgens onderzoekers als prof. dr. H. W. Volberda zouden bedrijven meer moeten inzetten op organisatie- en managementvernieuwing.
- De arbeidsproductiviteitparadox: De arbeidsproductiviteit in Nederland ligt op een hoog niveau, maar de arbeidsproductiviteitstijging is mager.
[bewerken] Begripsverkenning
Het verschil tussen het traditionele denken over innovatie en sociale innovatie is dat de laatste stroming de mens in het centrum van de vernieuwing stelt. Dit in tegenstelling tot de mainstream innovatieliteratuur, waarbij het vaak gaat om technologische vooruitgang (zoals het ontwikkelen van nieuwe producten, diensten en processen). De stelling die sociale innovatie feitelijk poneert is dat door investeringen in mensen en de manier waarop zij samenwerken (systeemtheorie), gunstige voorwaarden worden gecreëerd waarin innovaties en prestatieverbeteringen sneller tot stand komen. Hiermee wordt - vaak impliciet - teruggegrepen naar theorie en concepten rondom de lerende organisatie en strategisch personeelsbeleid. Jaarlijks onderzoek van de Erasmus Universiteit (RSM) wijst inmiddels ook uit dat bedrijven die investeren in sociale innovatie een betere concurrentiepositie hebben. Ondanks dit feit is sociale innovatie niet voor alle bedrijven vanzelfsprekend. Het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI) inventariseerde samen met stakeholders argumenten voor en tegen sociale innovatie voor organisaties en publiceerde deze in een Argumentenkaart [1].
[bewerken] Verschillende percepties
Over een sluitende definitie van sociale innovatie bestaat geen communis opinio. Verschillende actoren in het werkveld vullen het begrip op hun eigen wijze in. Hieronder volgen een paar voorbeelden:
- Vanuit de wetenschappelijke wereld zijn het vooral prof. dr. Volberda en prof. dr. Van den Bosch (Erasmus Universiteit) die zich met het onderwerp bezig houden. Zij zien sociale innovatie als het samenspel tussen het ontwikkelen van nieuwe managementvaardigheden (dynamisch managen), het hanteren van innovatieve organisatieprincipes (flexibel organiseren), en het realiseren van hoogwaardige arbeidsvormen (slimmer werken) om het concurrentievermogen en de productiviteit te verbeteren [2].Daarnaast is ook het aan de Universiteit verbonden instituut AIAS actief op het gebied van sociale innovatie. Het AIAS richt zich daarbij met name op de kwaliteit van de arbeidsverhoudingen op macro-, meso- en micro-niveau.
- Werkgeversvereniging AWVN introduceerde een aantal jaren terug het begrip slimmer werken, een voorloper van sociale innovatie. Bij slimmer werken gaat het om het verhogen van arbeidsproductiviteit via afspraken in cao's. Voorbeelden daarvan zijn afspraken over prestatiebeloning, employability, verzuimpreventie en werktijdenmanagement. Meer recentelijk is er vanuit AWVN ook aandacht voor intern ondernemerschap als belangrijke voorwaarde voor innovativiteit. Het verhogen van de arbeidsproductiviteit staat centraal.
- Werknemersorganisaties zien sociale innovatie vooral als instrument om de kwaliteit van arbeidsverhoudingen te verbeteren en om zaken als arbeidsmarktbeleid, employability en levensfasebewust personeelsbeleid op de cao-agenda te plaatsen. Investeren in de werknemer en de lange termijn blik op de organisatie staan centraal.
- Het Nederlands Centrum voor Sociale innovatie (NCSI) formuleerde samen met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de vakbonden en de werkgeversorganisaties de volgende definitie van sociale innovatie: een vernieuwing in de arbeidsorganisatie en in arbeidsrelaties die leidt tot verbeterde prestaties van de organisatie en ontplooiing van talenten. In de zogenaamde Definitiekaart[3] beschrijft zij de verschillende doelen van sociale innovatie en enkele kenmerkende werkwijzen.
- Sinds een paar jaar is de belangstelling vanuit de organisatieadviesbureaus voor sociale innovatie duidelijk aan het toenemen. De oproep van SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan tijdens de Heijmans Lezing in 2006 heeft hier zeker aan bijgedragen (de Heijmans Lezing is is een initiatief van de Raad van Organisatie-Adviesbureaus (ROA)). Tot voldragen nieuwe inzichten en concepten is de advieswereld nog niet gekomen. Noemenswaardig zijn het TOP-model van onderzoeksbureau TNO Kwaliteit van Leven en de Medezeggenschapsdialoog van adviesbureau Berenschot.
[bewerken] Sociale innovatie in de praktijk
Enkele concrete voorbeelden van sociale innovatie zijn:
- Innovatie van onderop
- Managen op basis van vertrouwen
- Individueel roosteren
- Slimmer werken
Het NCSI verzamelt cases, artikelen, boeken, onderzoeken en andere informatie over sociale innovatie in de Kennisbank Sociale Innovatie. Het NCSI biedt daarnaast inzicht in wat er regionaal speelt op het gebied van sociale innovatie via een nteractief overzicht van regionale initiatieven[4]. Dit levert een dynamische mindmap van regionale initiatieven[5] op. Hierin kunnen partijen eenvoudig zoeken op betrokken partijen, op thema's of op subsidies.
[bewerken] Externe links
- SER-advies 'Welvaartsgroei door en voor iedereen', Themadocument sociale innovatie
- FNV Bondgenoten, dossier slimmer werken
- CNV Vakmensen, missie sociale innovatie
- Stimuleringsfonds voor Sociale Innovatie in NLse bedrijven
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Argumentenkaart Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI). Bezien 29 november 2010.
- ↑ Volberda, H.W., Van den Bosch, F.A.J. & Jansen, J.J.P. (2006), "Slim Managen & Innovatief Organiseren", Eiffel ism Het Financieele Dagblad, AWVN, De Unie & RSM Erasmus University.
- ↑ Definitiekaart Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI). Bezien 29 november 2010.
- ↑ interactief overzicht van regionale initiatieven
- ↑ dynamische mindmap van regionale initiatieven