Symfonie in d (Bruckner)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie in d
Vroege foto van Bruckner (± 1860)
Vroege foto van Bruckner (± 1860)
Componist Anton Bruckner
Soort compositie Symfonie
Toonsoort d
Opusnummer WAB 100
Andere aanduiding "de nulde"
Compositiedatum 1869
Première 1924
Duur 45 min.
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De Symfonie in d mineur, ook bekend als "Die Nullte" (WAB 100), is een symfonie voor orkest uit 1869 van de Oostenrijkse componist Anton Bruckner.

Ontstaan[bewerken]

Bruckner componeerde dit werk in 1869. Toen de Wiener Philharmoniker bezig waren het openingsdeel te repeteren, draaide dirigent Felix Otto Dessoff zich naar de componist met de vraag "waar het eerste thema toch bleef". Voor de altijd onzekere Bruckner zou deze opmerking de reden geweest zijn waarom hij deze symfonie, zijn derde, die hij geschreven had na de Studiesymfonie van 1863 en de "officiële" Eerste, niet wilde opnemen in de rij van genummerde symfonieën.

Toen Bruckner kort voor zijn dood in 1895 zijn symfonieën herzag kreeg hij ook die in d mineur weer onder ogen. Hij verklaarde de symfonie ongeldig en zette een nul op de partituur. Hij heeft ze nochtans aan de Landesbibliothek in Linz geschonken met de opmerking: "Diese symfonie ist ganz ungültig". Daardoor kreeg de symfonie de bijnaam "de Nulde".

Betekenis[bewerken]

Pas in 1924 vond de première plaats in Klosterneuburg, waar een jaar eerder ook de Studiesymfonie voor het eerst had geklonken. Sindsdien is het belang van de "Nulde" symfonie wel ingezien. Zij wordt regelmatig uitgevoerd en opgenomen. Doordat het werk tientallen jaren opgeborgen was geweest, heeft Bruckner het nooit onderworpen aan de talloze revisies die zijn andere symfonieën ondergingen. Daardoor geeft deze symfonie, meer dan de omringende Eerste van 1866 en Tweede van 1871 waaraan hij lang is blijven schaven, een verhelderend inzicht in zijn vroege compositorische ontwikkeling.

Vergeleken met latere symfonieën is deze symfonie relatief kort en eenvoudig. Toch hoort men hier reeds in de kern tot welke persoonlijkheid Bruckner zich later zou ontwikkelen

Delen[bewerken]

  1. Allegro - poco meno mosso (in d)
  2. Andante sostenuto (in Bes)
  3. Scherzo: Presto - Trio: Langsamer und ruhiger
  4. Finale: Moderato - Allegro vivace (in d)

Instrumentatie[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Renate Ulm (red.): Die Symphonien Bruckners. Entstehung, Deutung, Wirkung. Bärenreiter, Kassel, 2002. ISBN 3761815905
  • Harenberg Konzertführer 2001 blz 179 Dortmund