Tudeh Partij van Iran

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Tudeh Partij van Iran (d.i. "Partij van de Massa") is een Iraanse marxistisch-leninistische partij. In 1920 werd de Iraanse Communistische Partij opgericht, met Haidar Amou Oghly, een revolutionair en intellectueel, als secretaris-generaal. Oghly werd echter kort daarna vermoord. Dr. Taghi Arani werd daarna de nieuwe partijsecretaris, maar de partij werd in 1929 verboden. Dr. Arani vormde daarop de ondergrondse "Groep van 53", die in 1936 met de arrestatie van Arani, ter ziele ging. Dr. Arani werd later in de gevangenis vermoord.

In 1941 werd Iran door de Britten en Russen bezet. Noord-Iran werd een Sovjet-Russische bezettingszone en Zuid-Iran een Britse bezettingszone. In de Russische zone werd in augustus 1941 de Tudeh-partij ("Partij van de Massa") opgericht. De partij was niet communistisch, maar eerder een brede coalitie van progressieve groepen. In tegenstelling tot de vroegere Iraanse communistische partij, werd de Tudeh-partij als een legale partij erkend. Op 29 september 1941 werd Soleiman Eskandari. Een partijcel van betekenis was in de beginperiode alleen te vinden in Teheran. In 1942 werden acht partijleden van de Tudeh-partij in de 14de Majlis (parlement) gekozen. In 1945 en 1946 groeide de partij en stond zij welwillend tegenover de eisen voor autonomie in Iraans Azerbeidzjan en Iraans Koerdistan.

In februari 1949 werd de Tudeh-partij verboden omdat enkele leden mogelijk betrokken waren bij een moordcomplot tegen sjah Mohammed Reza Pahlavi van Iran. De (illegale) Tudeh-partij steunde de nationalisatie van de Anglo-Persian Oil Company in 1951 door premier Dr. Mohammed Mossadeq. Na de val van Mossadeq (1953), werden partijleden van de Tudeh-partij vervolgd.

In de jaren zestig en zeventig opereerde de partij ondergronds en vonden er afsplitsingen plaats. In 1966 werden een aantal leiders ter dood veroordeeld, maar deze straf werd omgezet in gevangenistraffen, vanwege wereldwijde protesten.

Na de Islamitische Revolutie in 1979, die Ayatollah Khomeini aan de macht bracht, werd de Tudeh-partij gelegaliseerd. De Tudeh-partij steunde openlijk het beleid van Khomeini en de islamitische revolutionairen en steunden de oprichting van de Islamitische Republiek Iran (1980). De Tudeh-partij steunde de onderdrukking van linkse groeperingen als de Volks Fedayan ("Volksmeerderheid") en de Mujaheddin e-Khalq ("Moedjaheddin van het Volk"). Hoewel de Tudeh loyaal was aan Khomeini, werd de partij in februari 1982 verboden. Partijleden werden vervolgd en velen ter dood gebracht of veroordeeld tot lange gevangenisstraffen (sommige partijleden werden tot gevangenisstraffen van 700 jaar veroordeeld!).

De Tudeh-partij in ballingschap opereerde tot de val van de muur in 1989, in de DDR.