Turing-test
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Turing-test is een benaming die voor het eerst is gebruikt in 1936 door Alan Turing. De test is verder uitgewerkt in zijn artikel Computing Machinery and Intelligence uit 1950 om proefondervindelijk vast te stellen of een machine menselijke intelligentie vertoont.
De test komt erop neer dat als een computer iemand voor de gek kan houden en deze kan laten geloven dat hij een mens is (dus hetzelfde gedrag vertoont als een mens), de computer intelligent moet zijn. Voor zo'n test moeten dan de omstandigheden zodanig worden gemaakt dat de proefpersoon niet ziet met wie hij praat, bijvoorbeeld door via een toetsenbord met iemand in een andere kamer te converseren (het woord chatten bestond in deze betekenis in Turing's tijd nog niet).
Een iets striktere formulering is dat een persoon via een terminal herhaaldelijk met één of meer mensen en computers praat, zonder te weten wie zijn gesprekspartner is. Als deze persoon niet consistent kan vertellen wie mens en wie machine is, doorstaat de machine de Turing-test. Tot nu toe is dat onmogelijk gebleken.
Tijdens de Loebner prize, een jaarlijkse wedstrijd, worden chatbots aan de Turing-test onderworpen. De machine die het meest menselijk lijkt wint daarbij een geldprijs.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- Computing Machinery and Intelligence Volledige tekst (en)
- Artikel in de Stanford Encyclopedia of Philosophy (en)

