Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin aangegeven wordt welke soorten en welke typen natuurgebieden (als leefgebieden voor soorten, habitats) beschermd moeten worden door de lidstaten.

De Vogelrichtlijn, 2 april 1979, bevat een lijst van 187 zeldzame of bedreigde vogelsoorten. Voor deze vogelsoorten en voor belangrijke overwinteringsgebieden van trekvogels moeten Speciale BeschermingsZones (Vogelrichtlijngebieden) worden aangewezen.

De Habitatrichtlijn dateert uit 1992. Hierin staat de bescherming van natuurlijke en half-natuurlijke habitats centraal. In de bijlagen van de Habitatrichtlijn worden 500 plantensoorten, 200 diersoorten (geen vogels, omdat die al onder de vogelrichtlijn vallen) en 198 habitats genoemd. Ze worden bovendien verdeeld over verschillende biogeografische regio's en in prioritaire en niet prioritaire soorten. Ook voor Habitatrichtlijn moeten Speciale beschermingszones (Habitatrichtlijngebieden) worden aangewezen.

De gebieden die vallen onder de beide richtlijnen moeten uitgroeien tot een Europees netwerk van natuurgebieden. Dit netwerk wordt Natura 2000 genoemd.

Aanwijzing van een gebied tot SBZ betekent dat er een speciale beschermingsstatus van toepassing is. Er dient bij projectontwikkeling nabij dit soort gebieden rekening te worden gehouden met de zogenaamde "externe werking" met "significante effecten" van de bouw- en gebruiksactiviteiten van de projectlocatie. Deze begrippen komen voort uit artikel 6 van de Habitatrichtlijn, maar worden niet nader omschreven. Deze hebben echter al diverse malen tot rechtszaken geleid. Het is daarom belangrijk dat voordat een bouwproject nabij een SBZ wordt gerealiseerd "Habitatonderzoek" (onderzoek naar de effecten van dit bouwproject op de SBZ) wordt uitgevoerd. Maar het is natuurlijk altijd raadzaam op op grotere bouwlocaties zelf ook flora- en faunaonderzoek uit te laten voeren. Want ook nationale wetgeving zoals de Nederlandse Flora- en faunawet kan van toepassing zijn.

Een groot verschil met de Nederlandse Ecologische Hoofd Structuur (EHS) is naast het boven-nationale karakter vooral de doelstelling: De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn bieden aanknopingspunten om tot een wettelijk beschermingskader te komen. In Nederland zijn de bepalingen uit de twee richrlijnen in de Natuurbeschermingswet 1998 verwerkt. De Ecologische Hoofdstructuur brengt weinig wettelijke bescherming, maar is vooral een van financiering en uitvoeringsinstrumenten voorziene taakstelling voor aankoop van natuurterreinen om te komen tot een ruimtelijk gezien robuust en samenhangend netwerk.

Implementatie van de richtlijnen in Nederland[bewerken]

De uitvoeringsinstrumenten voor de Vogelrichlijn en de Habitatrichtlijn in Nederland zijn de Natuurbeschermingswet 1998 (of kortweg Nb-wet 1998) en Flora- en faunawet (Ff-wet). De Nb-wet regelt gebiedsbescherming, terwijl de Ff-wet de soortbeschermingsaspecten van de Nederlands natuur beschermt.

In het geval de wet of richtlijn wordt overtreden, dan hebben Rijk (AID) en Provincie hun taak tot handhaving.

Implementatie van de richtlijnen in Vlaanderen[bewerken]

De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn worden in Vlaanderen vertaald door artikel 36 van het Decreet betreffende het Natuurbehoud en het Natuurlijk milieu wat betreft de gebiedsbescherming (habitats), ook natuurdecreet genoemd, wat betreft instandhoudings en compensatiemaatregelen. De soortenbescherming was tot 1 september 2009 geregeld bij Koninklijk Besluit. Sinds genoemde datum is dit laatste vervangen in het Vlaams Gewest door het zogenaamd Soortenbesluit, een Besluit van de Vlaamse regering dat gekoppeld is aan het natuurdecreet.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • VAN HOORICK, G., Natuur- en Landschapsbeschermingsrecht, Vakgroep Bestuursrecht en Belastingsrecht RUG, Gent, 2008, 191