Vrachtwagencabine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een vrachtwagencabine, ook wel bestuurderscabine, is de behuizing vanwaaruit de vrachtwagenchauffeur zijn vrachtwagen bedient.

Men kan onderscheiden:

  • torpedocabine: de cabine is achter de motor, die zich boven de vooras bevindt, geplaatst.

De motor is voor onderhoud via de motorkap van buitenaf bereikbaar.

  • frontstuurcabine: de cabine is vóór of boven de vooras geplaatst. Hierdoor bevindt de stuurkolom zich ook vóór of boven de vooras. Vroeger was de motor voor onderhoud via een demontabele de motorkap van binnenaf bereikbaar, bij moderne vrachtwagens is de cabine kantelbaar om de motor bereikbaar te maken.

De meeste moderne vrachtwagens hebben een frontstuurcabine om een maximale laadruimte te creëren binnen de wettelijke eisen voor de voertuiglengte. Torpedocabines worden vooral toegepast voor voertuigen waar niet de lengte, maar het voertuiggewicht bepalend is (bijvoorbeeld kiepwagens).

Sommige vrachtwagenchauffeurs hebben in de cabine veel apparatuur, zoals een magnetron, koffiezetapparaat of televisie. Soms is er ook een slaapgelegenheid.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Geschiedenis van de vrachtauto.

In de beginjaren van de vrachtauto was de bestuurdersplaats vergelijkbaar met die van een koetsier op de bok bij een koets of rijtuig. Terwijl de lading met een zijl droog werd afgedekt, had de bestuurder geen enkele bescherming tegen de weersomstandigheden. De term 'op de bok zitten' is echter hopeloos ouderwets geworden. Tegenwoordig zitten chauffeurs 'achter het stuur'.