Wintertijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Voorjaar: Omschakeling van wintertijd naar zomertijd
Najaar: Omschakeling van zomertijd naar wintertijd

De Wintertijd, standaardtijd of het winteruur, is de tijd die wordt aangehouden van de laatste zondag in oktober tot de laatste zondag in maart. Steeds geldt: wintertijd is standaardtijd, zomertijd is de afwijkende tijd.

De wintertijd (en daarmee de zomertijd) heeft een afwijking ten opzichte van de zonnetijd. De grootte van die afwijking is afhankelijk van de plek waar men zich bevindt: in het meest oostelijke deel van het Nederlandse taalgebied in Nederland (Nieuweschans in Groningen) staat de zon 's middags om 12:31 u op haar hoogste punt terwijl dat in het meest westelijke deel van het Nederlandse taalgebied in België (De Panne in West-Vlaanderen) pas om 12:50 u het geval is.

Inhoud

[bewerken] Winter- versus zomertijd

De Belgische en Nederlandse regeringen hebben zich aangesloten bij het besluit van de Europese Commissie (mei 2007) om de zomertijd in elk geval tot en met 2010 te laten ingaan.

Bij de overgang naar de wintertijd schuift de daglichtperiode een uur op, waardoor het 's ochtends vroeger licht en 's avonds vroeger donker wordt. Het weer stoort zich uiteraard niet aan de verandering van de tijd, zodat ook de gemiddelde dagelijkse gang van weersverschijnselen een uur naar voren schuift. Zo wordt de hoogste temperatuur van de dag meestal enkele uren na het middaguur bereikt. In de winter valt het warmste moment gemiddeld tussen 15 en 16 uur, maar omdat de invloed van de zon 's winters kleiner is dan 's zomers kan het warmste moment van de dag ook op een heel ander tijdstip vallen. Hartje winter wordt de hoogste temperatuur bij stormachtig weer soms midden in de nacht gemeten.

[bewerken] De wintertijd in de geschiedenis

In Nederland is het onderscheid tussen zomer- en wintertijd in 1977 opnieuw ingevoerd; ook van 1916 tot 1945 was de zomertijd van kracht. Tot aan het begin van de 20e eeuw had vrijwel elke plaats zijn eigen tijd, omdat voor de tijdbepaling werd uitgegaan van de hoogste stand van de zon. Omdat de zon in het oosten opkomt en in het westen ondergaat werd de hoogste zonnestand in het oosten van Nederland een kwartier eerder bereikt dan in het westen, in België is het verschil nog wat groter.

In Nederland maakte de komst van spoorwegen de invoering van een landelijke standaardtijd noodzakelijk. Van 1909 tot 1940 kende Nederland daarom de "Amsterdamse tijd", die 20 minuten voorliep op de Europese tijd. Overgang naar de huidige Midden-Europese Tijd vond plaats op 16 mei 1940: op bevel van de Duitse bezetters werd de klok toen één uur en 40 minuten vooruit gezet. Die zomertijd gold ook gedurende de winters van 1941 en 1942. Pas in november 1942 werd de klok weer één uur teruggezet. In de jaren 1943-1945 gold alleen 's zomers de zomertijd, maar in 1946 werd de zomertijd voor een periode van ruim dertig jaar geheel afgeschaft.

[bewerken] Tijdzones

Voor de tijdrekening die we nu kennen is de aarde verdeeld in 24 tijdzones, waarin een standaardtijd geldt. Als maatstaf (universele tijd) wordt de tijd van Greenwich in Engeland genomen, dit is de Greenwich Mean Time. Nederland en het grootste deel van Europa liggen in de zone ten oosten daarvan, waarin het een uur later is dan in Greenwich, de Midden-Europese Tijd.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • De tekst op deze pagina, een eerdere versie daarvan of een deel van de tekst is afkomstig van de website van het KNMI. [1]
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen