Zonnewiel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Zonnerad)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het zonnewiel in combinatie met de zespuntige en achtpuntige ster of kruis, ook zonnerad genoemd, stond in de volkscultuur, de heraldiek en in de Christelijke traditie, symbool voor Christus, het onvergankelijke licht der wereld. Dit gebeurde in navolging van de Romeinse Sol Invictus en de Divius Iulius keizersiconografie en ook de Hellenistisch-Ptolemäische en Germaanse beeldcultuur van de ster.

Het gaat om symbolen die in het verleden bij een groot deel van de bevolking bekend waren. Vooral in een grotendeels analfabetische samenleving hebben deze tekens vroeger veel mensen aangesproken. De kennis van mythische tekens en het al dan niet daaraan verbonden bijgeloof, werd generatie op generatie overgedragen. Dat kon leiden tot interpretatie-schommelingen en wijzigingen in betekenis. De vorm van de symbolen en de gebruiken bleven veelal dezelfde. Maar de inhoudelijke betekenis is vergeten of veranderde in de loop van de tijd, afhankelijk van plaats en culturele context.

Inhoud

Sinds de 18e eeuw [bewerken]

Sinds ongeveer de 18e eeuw zijn de zonnewielen en meervormige sterren en kruisen tekens geworden met een decoratieve functie of uiting van folklore. Soms blijft een notie van een kernwaarde van een symbool bewust of onbewust een rol spelen. Een duidelijke echo van de oorspronkelijke betekenis ‘bezwering van gevaar’ is nog steeds terug te vinden in het schuinkruis en in diverse verkeersborden. Zoals in 'pas op, spoorwegovergang', het matrixbord boven de autoweg met een rood kruis, en het vingers kruisen achterop de rug als kinderen een leugentje vertellen.

Ook toen de inhoudelijke (Christelijke of bijgelovige) betekenis vanaf ongeveer de 17e eeuw op de achtergrond raakte of werd vergeten, bleven deze symbolen veelvuldig terugkomen, soms nog met een notie van oorspronkelijke kernwaarde: bescherming tegen onheil. In bepaalde streken wordt het gebruikt als uiting van culturele identiteit. Opvallend is hoe vaak de vier-, zes-, acht- of meer puntige sterren en zonneraderen terugkomen, juist in de bovenste ramen van gebouwen en boven deuren. Vaak creatief uitgewerkt. Het is dan een traditionele vorm geworden.

Christelijke traditie [bewerken]

Romeinse, Germaanse en nog oudere symbolen werden gekerstend en krijgen door het gebruik voor de Christelijke doelgroep een andere betekenis. Zo wordt Christus in de iconografie uitgebeeld als de opvolger van Apollo, de zon Helios de hoofdgod van het Romeinse rijk, met de zelfde achtpuntige stralenkrans en zonnewiel als Apollo. En in navolging van de Romeinse Sol Invictus en de Divius Iulius keizersiconografie, afgebeeld met dezelfde zes- of achtpuntige stersymbolen. Zo staat het zesspakig zonnerad voor het Christusmonogram (Chi-Rho teken). Het stelt het zonnewiel voor, gecombineerd met de eerste twee letters (X (Chi) en P (Rho) van Christus in het Grieks ΧΡΙΣΤΟΣ (Christos). Daarnaast wordt de zespuntige ster, gecombineerd met het zonnewiel, ook als monogram gebruikt voor het Griekse woord ICHTHUS (ΙΧΘΥΣ). Dat is een afkorting van de zin: Jezus Christus, Gods zoon, Redder.

De zespuntige en achtpuntige ster en het zonnerad kan in Christelijke context worden gezien als teken van het eeuwige leven, het goddelijke en de hoogste macht. Het had ook de functie van onheil afweren en geluk te brengen. Duidelijk herkenbaar in deze context zijn dan de ster van de Driekoningen (ster van Bethlehem), het zonnerad in imposante roosvensters in Gothische, Romaanse en hedendaagse kerken en het gebroken rad waarmee de H. Catharina van Alexandrië wordt afgebeeld.

Later, vanaf de zeventiende eeuw, kunnen bepaalde symbolen op geveltekens of stiepeltekens, m.n. in de Achterhoek en Twente worden beschouwd als uiting van Christelijk zelfbewustzijn en culturele identiteit. Dan gebruikt men het teken om bepaalde gedachten op te roepen waarin men gelooft of waarop men trots is.

Keizerlijke zonnecultus bij de Romeinen [bewerken]

Het oude Rome was bekend met de Hellenistisch-Ptolemeïsche beeldcultuur van de ster, waarbij in de propaganda heersers werden afgebeeld met een zespuntige ster om hun absolute koninklijke heerschappij aan te duiden. In de Romeinse iconografie werden deze sterren gebruikt om kometen te verbeelden die een goddelijke status en een nieuwe betere tijd aankondigen van hoop (zoals de Pax Romana). Na de moord op Imperator Gaius Iulius Caesar divus (44 v. Chr.) werden er munten - het massamedium van de oudheid - verspreid met de heerser vergezeld met een zes- of achtpuntige ster, met het opschrift DIVVS IVLIVS. In de heerserpropaganda werd een komeet, die werd geduid als Caesars ziel in de hemel, de ster van Julius, sidus Iulium genoemd. Op het Forum Romanum was er ook een tempel van Caesar toegewijd aan de divus Julius, met in de timpaan weer de achtpuntige ster.

Germaanse symboliek [bewerken]

In de Germaanse symboliek verzinnebeelde het zonnewiel, het schuinkruis (Gebo-rune) en de zespuntige ster, of Hagal-rune, god, de onvergankelijke hoogste macht. Deze tekens werden door mensen veelal gebruikt om bescherming tegen het kwade, boze geesten, demonen en onheil, dan wel om voorspoed over zich zelf af te roepen.

Het zonnewiel was een symbool van Wodan (Odin), de Noord Germaanse oppergod (1500 v Chr.). De oud Noorse of Scandinavische Hagalaz-rune vinden we bijvoorbeeld als de zogenaamde donderbezem op een gevelteken terug, als bescherming tegen de woede van de god Donar, de West Germaanse god van de donder, ook genaamd Thor. Verwantschap bestaat met de Keltische god Taranis (Jupiter), de god van de donder, die vaak een achtspakig zonnerad in zijn hand houdt. Bekend zijn de vele votiefwieltjes van Taranis.

Bij voorwerpen had het teken de functie van een amulet. Dit soort gebruik loopt door tot ca. de 17e eeuw. metseltekens met deze symbolen werden aangebracht op kerken, abdijen, kastelen en hoeves van de 13de tot de 17de eeuw.

Oorspronkelijke betekenis [bewerken]

Oorspronkelijk is de zespuntige of achtpuntige ster in een wentelend zonnerad vermoedelijk aan te duiden als een symbool van de steeds terugkerende kringloop van het jaar en, vanuit de aarde gezien, de reis die de zon aan de hemel maakt gedurende een jaar. En als zodanig een symbool voor het onvergankelijke.

Een van de hypotheses is dat het symbool een weergave is van de momenten waarop dag en nacht even lang zijn (zonne-evening of equinox), de zonnewende (solstitium) voor de langste en kortste dag in het jaar, en de posities waarop de zon boven de evenaar staat. Wat de werkelijke betekenis van deze tekens was, valt nu vaak nauwelijks objectief te achterhalen, omdat deze vaak zo vanzelfsprekend was dat men deze niet beschreef. Soms zijn ze af te leiden uit gebruiken, de context of zegswijzen.

Variaties op de vormen van de symbolen [bewerken]

Het symbool van het zonnerad bestaat uit twee onderdelen: de cirkel en de vierpuntige, zespuntige of achtpuntige ster of kruis (hier is uitdrukkelijk niet bedoeld het Christelijk of Latijns kruis of de vijfpuntige ster). Het teken van de ster resp. het kruis lijkt het belangrijkste, omdat deze zowel zelfstandig als in verbinding met het zonnewiel voorkomt en een belangrijke betekenis meegeeft. Variaties op het zonnewiel of zonnerad zijn: Andreaskruis, St. Andrieskruis, Christusmonogram, Ichthus teken, schuinkruis, wagenwiel of wagenrad, wielkruis, zonnekruis en zonnerad. Als ook de runentekens Gebo en Hagalaz (donderbezem), etc..

Ze komen voor in de basisvorm van een wiel, rad, ster of kruis. In de iconografie lopen de tekeningen van een rad of ster in een cirkel door elkaar heen. Het zijn variaties voor het kunstenaarsoog. In de bovenlichten van voordeuren en in de imposante roosvensters van kerken kun je nog steeds zien dat kunstenaars met hun fantasie hierop oneindig hebben gevarieerd.

Voorwerpen en gebouwen, dragers van symbolen [bewerken]

De symbolen met cirkel en ster komen voor op voorwerpen , zoals: adventskrans, amulet, apostelkruis of apostelsymbool, nimbus van Christus met de 8 stralen, Catherinawiel, doopkruis, Driekoningen ster, hagelkruis, hangers, hoepel die wordt voortgedreven met een stok, insignes, kerstkrans, militaire standaard (labarum) met een omkranste Christusmonogram (Chi-Rho teken), palmpasenstok (dat verdacht veel lijkt op een labarum), meiboom, rad van fortuin, raddraaiers, runenkalenders, schilden, sieraden, spelden, talisman, wapens, en vuurrad).

Veel voorkomende locaties voor de symbolen op gebouwen waren: bovenlichten van ramen en deuren in huizen, gevelteken op daken, luiken (vaak een schuinkruis in de vorm van een zandloper), muren met metseltekens, figuren op pannendaken, ramen van kerken (later – niet meer als symbool begrepen - ook genoemd een rozet met zes, acht of nog meer bladeren, ook bloemmotief of flowers of life, levensbloemen), smidstekens op muurankers, stalramen, stiepeltekens, en wolfseinden op daken.

Gebruiken, rites en folklore [bewerken]

Volksgebruiken en rites met het zonnewiel en kruis zijn activiteiten met bovengenoemde objecten of symbolen. Bekend zijn: brood met mes zegenen, dansen om de meiboom (met achtspakig rad), Joelfeest, Palmpasen optocht met zonnewiel aan de palmpasenstok; klompen kruislings voor elkaar zetten, spelen met hoepel (als 8 spakig rad), vingers kruisen achter de rug (Vgl. ook duimen), en het rollen van het vuurrad. Zo ook het plaatsen van een bezem schuin tegen gevel. Meester Hendrik Willem Heuvel schreef in Oud-Achterhoeksch Boerenleven (1927) dat zijn buurvrouw, als ze het huis verliet, een bezem schuin tegen de deur plaatste. "Nou könt er gin spöke of dieve in huus kommen."

Externe link [bewerken]