Naar inhoud springen

Oude Tibetaanse kroniek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door CommonsDelinker (overleg | bijdragen) op 14 mrt 2011 om 17:37. (Aurel_Stein’s_1907_view_of_Mogao_Cave_16,_with_a_portion.jpg is op Commons verwijderd. Jameslwoodward: Per [[commons:Commons:Deletion r)
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.
Paul Pelliot onderzoekt de manuscripten in de Mogao-grot 17

De Oude Tibetaanse kroniek (Engels: Old Tibetan Chronicle) bestaat uit twee historisch manuscripten die werd gevonden tussen de manuscripten van Dunhuang. De kroniek bevat 536 regels; het laatste deel van de rol is niet bewaard gebleven. Op de achterzijde van de rol staan Chinese boeddhistische teksten.

De kroniek werd gecodeerd als Ms. 250 in de collectie van Paul Pelliot en werd overbracht naar de Bibliothèque nationale de France in Parijs. Het bestaat uit twee verschillende stroken papier met een totale lengte van 6,2 meter. De eerste strook van dun papier bestaat uit de eerste zes hoofdstukken die Pelliot en zijn team van de tekst maakten. De tweede strook bestaat uit sterk papier en bevat vier hoofdstukken.

Ontdekking

Zie manuscripten van Dunhuang voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Begin 20e eeuw werden in grot 17 van de Mogao-grotten bij Dunhuang een zeer groot aantal oude manuscripten gevonden in een groot aantal verschillende talen. De documenten zijn hier vermoedelijk in de 11e eeuw verstopt om in latere instantie te dienen als terma-manuscript. Naast de Oude Tibetaanse kroniek werden de Tibetaanse annalen aangetroffen. De kroniek werd vermoedelijk samengesteld tussen 800 en 840.

Inhoud

De kroniek is voor het grootste deel fictief en begint met de regering van de koning van Tibet Drigum Tsenpo, de zevende koning in de heersergenealogie die gegeven wordt in Ms. 249. Hoewel hij net als zijn zes voorgangers wordt beschreven als een koning die voortkwam uit de hemel, was hij de eerste die in de aarde begraven werd.

De kroniek vervolgt met de regering van Tridu Songtsen (670-704). De beschrijving van deze koning is verwarrend, omdat er gegevens wordt beschreven die duidelijk afkomstig zijn van de regering van Songtsen Gampo.

De kroniek geeft een duidelijke vertelling van een goed georganiseerde feodale samenleving met een gevestigde hiërarchie. Er worden rites in Tibet beschreven vanaf het midden van de 6e eeuw. Ook is er een duidelijke beschrijving over moedigheid en bekwaamheid in het bestuur van de koningen van de 7e en 8e eeuw.

Het is niet duidelijk waarom de verovering van de Vier garnizoenen van Anxi in 670 niet zijn beschreven. Verder ontbreekt een beschrijving van koning Mansong Mangtsen (650-676) onder wie deze veroveringen plaatsvonden.

Noch de Oude Tibetaanse kroniek, noch de Tibetaanse annalen maakt melding van boeddhisme tijdens de regering van Songtsen Gampo. De kroniek meldt bijvoorbeeld wel dat tijdens de regering van Trisong Detsen (755 tot 797) de onvergelijkbare religie van de Boeddha was ontvangen en dat er zowel in het centrum als de grensregio sprake was van vestigingen van viharas (Tibetaanse kloosters).