Étiemble

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

René Étiemble (Mayenne, 26 januari 1909 - Vigny, 7 januari 2002), bekend onder zijn schrijversnaam Étiemble, was een Frans hoogleraar, schrijver, linguist, sinoloog en polemist.

Levensloop[bewerken]

Behorende tot een familie afkomstig uit Dieppe, was hij een zoon van de handelsreiziger Ernest Étiemble en de modiste Angèle Falaise. Hij werd vroeg wees. Hij trouwde tweemaal. In 1963 was dit met Jeannine Kohn bij wie hij een dochter had, Sylvie Étiemble. Rachel Étiemble is een kleindochter uit zijn eerste huwelijk.

Na lagere en middelbare studies in Mayenne en Laval, trok hij naar Parijs en studeerde vanaf 1929 aan de École normale supérieure in de Rue d'Ulm. Eenmaal afgestudeerd begon hij aan zijn publieke leven.

Van 1933 tot 1936 was hij bursaal van de Fondation Thiers. In 1934 reisde hij naar Moskou. Hij werd politiek actief als lid van de cryptocommunistische Association des écrivains et artistes révolutionnaires, een groepering van antifascistische schrijvers. Hij was echter al snel ontgoocheld door het communisme, waar hij in 1936 mee brak en verklaarde alles verkieslijker te achten dan het stalinisme, met zijn grote politieke processen die in Moskou plaatsvonden. Om aan de Parijse kringen te ontsnappen aanvaardde hij een leraarspost in Beauvais.

Na zijn leraarschap in Beauvais en een reis naar Mexico, werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Chicago en dit tot in 1943. Hij werkte vervolgens gedurende enkele maanden voor de Office of War Information in New York.

Einde 1943 verhuisde hij naar Egypte en werd er hoofd van de Franse afdeling aan de universiteit van Alexandrië. Samen met de rector, Taha Hussein, stichtte hij in 1945 het tijdschrift Valeurs. In 1948 werd hij hoogleraar aan de universiteit van Montpellier. In 1955 werd hij aangesteld als hoogleraar vergelijkende literatuur aan de Sorbonne en bleef er doceren tot in 1978.

Etiemble was een groot reiziger: Antillen, Mexico, Verenigde Staten, Egypte, Sovjet-Unie, Hongarije, China, Japan, India enz. De reizen openden zijn ogen en hij verloor veel van zijn socialistische en al zijn communistische overtuigingen. Hij beschreef zichzelf voortaan als een linkse humanist.

China[bewerken]

Vanaf de jaren dertig stortte Étiemble zich op de studie van de Chinese taal, filosofie en politiek.

In 1934 stichtte hij, samen met Louis Laloy, André Malraux en Paul Vaillant-Couturier, de vereniging Les Amis du peuple chinois en steunde hij Mao Zedong. Ondanks zijn breuk met het stalinisme, bleef hij vele jaren een aanhanger van Mao.

Er kwam uiteindelijk een breuk in de jaren zestig. Étiemble polemiseerde met Philippe Sollers en diens maoïstisch tijdschrift Tel Quel. Hij loofde ook de kritische geschriften van Simon Leys. In 1976 publiceerde hij Quarante ans de mon maoïsme dat hij beschreef als "een gewetensonderzoek vanwege een van die dommeriken die in 1934 een vereniging oprichtte ter ondersteuning van Mao".

In zijn talrijke werken over China, onder meer in zijn Confucius heeft hij zijn grote bewondering voor de Chinese cultuur tentoongespreid, een cultuur die hij beschouwde als ten onrechte ondergewaardeerd in de westerse wereld.

Literatuur[bewerken]

De kennismaking met Jean Paulhan betekende het begin van zijn literaire activiteiten. Onder de schuilnaam Jean Louverné publiceerde hij in NRF van april 1934 een artikel onder de titel Conversion? gewijd aan André Gide. Hij hernam dit artikel vele jaren later in de oorspronkelijke versie, die volgens hem door de tiran Paulhan in grote mate was verminkt en vertekend.

In 1937 verscheen zijn eerste roman onder de titel L'Enfant de chœur.

Tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten bezocht hij vaak de staat Arizona en interesseerde zich sterk voor de cultuur van de indianen. Hij vond er materie in voor een toneelstuk dat hij onder de titel Cœurs doubles na de oorlog vergeefs aanbood voor uitvoering.

De comparatieve literatuur[bewerken]

Étiemble was een pionier van wat de 'vergelijkende letterkunde' is genoemd. Hij kreeg hiervoor in 1988 de Balzanprijs die als motivatie voor deze toekenning schreef: "Omdat hij in zijn opzoekingen en zijn talrijke essays, de theoretische problematiek van de vergelijkende letterkunde heeft bestudeerd en omdat hij met grote intellectuele eerlijkheid de persoonlijke kwaliteiten van enkele grote auteurs uit verschillende culturen heeft tot hun recht laten komen."

Hij mag als de initiatiefnemer aanzien worden die de vergelijkende letterkunde in de Franse letteren binnenbracht. Een eerste voorbeeld hiervan was zijn Le Mythe de Rimbaud, die de literaire receptie van Rimbaud analyseerde: hoe het oeuvre gelezen en de persoon van de auteur bekeken werden, begrepen werden, geïnterpreteerd of vervormd werden tot "mythe" zowat overal ter wereld.

Hij zette zich in voor het beschrijven van de geschiedenis van de culturele banden tussen China en Europa door de eeuwen heen.

Ook op veel andere domeinen heeft hij de comparatieve literatuur met concrete voorbeelden tot leven gebracht. Een aantal van deze inspanningen werden bijeengebracht in zijn Essais de littérature universelle.

Zijn studies baseerde hij op de overtuiging die al door Goethe was verwoord van de Weltliteratur. Literatuur en cultuur waren geen zuivere en van elkaar afgesloten entiteiten. Sinds altijd beïnvloeden de culturen en de ideeën elkaar, soms zelfs zonder dat men het merkt.

Vooral wat betreft de grote categorieën van de poëzie worden de taalgrenzen volgens hem overschreden en krijgen de geschriften slechts hun volle betekenis bij een universele benadering. Een van zijn voorbeelden was de absurditeit die er in bestond de Europese heldendichten te bestuderen, zonder ze te vergelijken met de epische literatuur in het Perzisch, het Chinees, het Indisch enz.

Hij heeft tot het literaire mondialisme bijgedragen door zijn activiteiten als auteur, als vertaler, als criticus, als collectie-directeur en als hoogleraar. Hij onderhield ook onophoudelijk contacten met intellectuelen en schrijvers uit alle werelddelen en moedigde zijn studenten aan om studies te ondernemen in het kader van de vergelijkende letterkunde.

Literair directeur en criticus[bewerken]

Étiemble heeft op een aantal domeinen richting gegeven door als literair directeur en verantwoordelijke op te treden. Hij was onder meer:

  • literair directeur voor de éditions du Scarabée,
  • directeur van de collectie « Connaissance de l'Orient » bij Gallimard, die tot doel had de Aziatische literatuur (Chinese, Japanse, Vietnamese, Indische) beter te leren kennen in Frankrijk.

Hij publiceerde veel teksten met literaire kritiek in:

Verdediger van de taalzuiverheid[bewerken]

In zijn bekendste boek, Parlez-vous franglais? (1964), verdedigde Étiemble de zuiverheid van de taal en hield voor dat Frans en Engels elkaars terrein niet moesten bezoedelen, maar zich elk volgens hun eigen aard moesten ontwikkelen.

Hij aanvaardde wel dat sommige woorden een eigen leven waren gaan leiden in de andere taal. Hij gaf voorbeelden uit het Engels, zoals bowling green, dat in het Frans boulingrin werd, packet-boat dat paquebot werd en riding-coat dat redingote werd.

Hij was echter zeer gekant tegen anglicismen. Door het uitvinden van het neologisme "franglais" gaf hij een herkenbaar gezicht aan hetgeen waar hij tegen streed, namelijk de opdringerige import van Angelsaksische woorden in het Frans.

Publicaties[bewerken]

  • Rimbaud, Parijs, Gallimard, 1936, herzien en vermeerderd in 1950, 1966 en 1991.
  • L'Enfant de chœur, roman, Parijs, Gallimard, 1937.
  • Notre paix, 1941.
  • Proust et la crise de l'intelligence, ed. Valeurs, 1945.
  • Six Essais sur trois tyrannies, Éditions de la Revue Fontaine, 1947.
  • Peaux de couleuvre, roman, Parijs, Gallimard, 1948.
  • Le Mythe de Rimbaud : Structure du mythe , Parijs, Gallimard, 1952 herziene druk in 1961 met correcties en toevoegingen die in 1952 door de uitgever waren gecensureerd.
  • Hygiène des lettres, I : Premières notions, Parijs, Gallimard, 1952.
  • Le Mythe de Rimbaud : Genèse du mythe (1869-1949), Parijs, Gallimard, 1954, herziene uitgave in 1968.
  • Hygiène des lettres, II : Littérature dégagée, Parijs, Gallimard, 1955.
  • Confucius, Parijs, Gallimard, 1956.
  • Hygiène des lettres, III : Savoir et goût, Parijs, Gallimard, 1958.
  • Tong Yeou Ki ou Le Nouveau Singe pèlerin, Parijs, Gallimard, 1958.
  • Supervielle, Parijs, Gallimard, 1960.
  • L'Orient philosophique au XVIIIe siècle, 3 volumes, Parijs, Centre de documentation universitaire, 1961.
  • Blason d'un corps, Parijs, Gallimard, 1961.
  • Le Mythe de Rimbaud: l'année du Centenaire,Parijs, Gallimard, 1961, herziene en vermeerderde uitgave in 1968.
  • L'écriture, Parijs, Gallimard, 1961, nieuwe uitgave 1973.
  • Connaissons-nous la Chine?, Parijs, Gallimard, 1964.
  • Parlez-vous franglais?, Parijs, Gallimard, 1964, herziene en vermeerderde drukken in 1973 en 1980.
  • Hygiène des lettres, IV : Poètes ou faiseurs?, Parijs, Gallimard, 1966.
  • Hygiène des lettres, V : C'est le bouquet!, Parijs, Gallimard, 1967.
  • Le Babélien, 1968.
  • Le Jargon des sciences, 1968.
  • Le Sonnet des voyelles: De l'audition colorée à la vision érotique, Parijs, Gallimard, 1968.
  • Retours du monde, Parijs, Gallimard, 1969.
  • Correspondance avec Jules Supervielle (1936-1959), Parijs, Seyes, 1969.
  • Essai sur l'érotisme et l'amour dans la Chine ancienne, 1969.
  • L'Art d'écrire, 1970.
  • Les Jésuites en Chine: La querelle des rites (1552-1773), Parijs, Gallimard, 1973.
  • Essais de littérature (vraiment) générale, Parijs, Gallimard, 1974, vermeerde druk in 1975.
  • Mes contre-poisons, Parijs, Gallimard, 1974.
  • Quarante ans de mon maoïsme: 1934-1974, Parijs, Gallimard, 1976.
  • Comment lire un roman japonais?, 1980.
  • Le Kyoto de Kawabata, 1980.
  • Trois femmes de race, Parijs, Gallimard, 1981.
  • Quelques essais de littérature universelle, Parijs, Gallimard, 1982.
  • Rimbaud, système solaire ou trou noir?, Parijs, PUF, 1984.
  • Le Cœur et la Cendre : Soixante ans de poésie, 1985.
  • Racismes, précédé de Les racismes vécus par Jeanine Kohn-Étiemble, 1986.
  • L'Érotisme et l'Amour, Arléa, 1987.
  • Ouverture(s) pour un comparatisme planétaire, Parijs, Christian Bourgois, 1988.
  • Lignes d'une vie: Naissance à la politique ou Le Meurtre du Père, Arléa, 1988.
  • L'Europe chinoise, I: De l'Empire romain à Leibniz, Parijs, Gallimard, 1988.
  • L'Europe chinoise, II: De la sinophilie à la sinophobie, Parijs, Gallimard, 1989.
  • Lignes d'une vie 2: Le meurtre du petit père, Arléa, 1990.
  • Vingt-cinq ans après, 1991.
  • Nouveaux essais de littérature universelle, Parijs, Gallimard, 1992.
  • Propos d'un emmerdeur: Entretiens sur France Culture avec Jean-Louis Ezine, Arléa, 1994.
  • Du haïku, Kwok On, 1995.

Andere uitgaven[bewerken]

  • Publicatie van twee volumes in de Pleiade, Les romanciers du XVIIIe siècle.
  • Publicatie in de Pleiade van Les Philosophes taoïstes, 1980.
  • Vertalingen van Giuseppe Antonio Borgese en T. E. Lawrence.

Literatuur[bewerken]

  • Jeannine KOHN-ETIEMBLE (ed), 226 lettres inédites de Jean Paulhan à René Étiemble, gepubliceerd en geannoteerd door Jeannine Kohn-Étiemble, Klincksieck, 1975.
  • Adrian MARINO, Étiemble ou le comparatisme militant, Pariojs, Gallimard, 1982.
  • Etiemble, un bilan, in: Le Monde, 3 maart 1990.
  • Paul MARTIN (dir.), Pour Étiemble, Picquier, 1993, Huldeboek met teksten van Etiemble, Simon Leys en Jacques Dars.
  • Edouard Marc KAYSER, "L'emmerdeur" ou le nègre de Gide, in: Revue luxembourgeoise de littérature générale et comparée, 1995.
  • Claire DEVARRIEUX, Mort du professeur, essayiste et pamphlétaire, célèbre pour « Parlez-vous franglais ? », in: Libération, 8 januari 2002.

Externe links[bewerken]