Naar inhoud springen

Abraham Ledeboer (1842-1897)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Abraham Ledeboer
Persoonlijke informatie
Geboortedatum 27 mei 1842
Geboorteplaats Enschede
Overlijdensdatum 11 januari 1897
Overlijdensplaats Enschede
Regio Twente
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep Textielfabrikant, grootgrondbezitter
Bedrijf Van Heek & Co.
Titel(s) ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1895)
Functies
1873–1887 Lid gemeenteraad van Enschede
1887–1897 Wethouder van Enschede
1888–1897 Voorzitter Nederlandsche Heidemaatschappij (afdeling Enschede)
Portaal  Portaalicoon   Economie

Abraham Ledeboer (Enschede, 27 mei 1842[1] – aldaar, 11 januari 1897[2]) was een Nederlands textielfabrikant en grootgrondbezitter. Hij speelde een sleutelrol in de sociaaleconomische ontwikkeling van Twente en was betrokken bij de ontginning van heidegronden in Noord-Brabant.

Jeugd en opleiding

[bewerken | brontekst bewerken]

Abraham Ledeboer werd geboren op 27 mei 1842 in Enschede als zoon van Abraham Ledeboer sr. en Maria Geertruid van Heek. Zijn vader was fabrikant in Enschede. Zijn moeder was dochter van Helmich van Heek, die samen met zijn broer Gerrit Jan de textielfabriek Van Heek & Co. in Enschede leidde. Toen Ledeboer 8 jaar oud was, overleed zijn vader op 34-jarige leeftijd.[3]

Carrière in de textielindustrie

[bewerken | brontekst bewerken]

Na zijn opleiding trad Ledeboer in dienst bij de textielfabriek Van Heek & Co, waar hij uitgroeide tot een invloedrijk figuur binnen het bedrijf. Naast zijn werkzaamheden in de textielsector was hij actief in het openbaar bestuur. Zo was hij vanaf 1873 lid van de gemeenteraad van Enschede en werd hij in 1887 benoemd tot wethouder.[4] Politiek was hij aangesloten bij de Liberale Unie.

Betrokkenheid bij de Heidemaatschappij

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 5 januari 1888 werd naar Deens voorbeeld de Nederlandsche Heidemaatschappij opgericht, met als doel de ontginning van Heidegronden. Ledeboer was mede-initiatiefnemer en werd voorzitter van de Enschede-afdeling en werd voorzitter van deze lokale tak.[4] In mei 1893 verwierf hij in Gemert ongeveer 400 ha van de Stippelberg, eigendom van de gebroeders Van de Ven en weduwe Laurentius. Later dat jaar kocht hij ook het aangrenzende gebied De Sijp, dat in handen was van J.A. Carp. Hij droeg ontginning van deze gronden op aan de Nederlandse Heidemaatschappij, waarmee hij in totaal ruim 800 hectare in bezit kreeg. In 1895 breidde hij zijn landbezit verder uit met een aankoop van heidegrond van de gemeente Gemert.

Erkenning en overlijden

[bewerken | brontekst bewerken]

Voor zijn bijdraen aan de samenleving werd Ledeboer in 1895 werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw[4] Op 11 januari 1897 overleed hij op 54-jarige leeftijd aan de gevolgen van een ongeluk met een dogkar (een door één paard getrokken rijtuig met twee wielen), waarbij hij een beenwond had opgelopen. Zijn landgoederen werden voortgezet door de erfgenamen, met zijn oudste zoon Abraham Hendrik als prominent woordvoerder.

Persoonlijk leven

[bewerken | brontekst bewerken]

Ledeboer trouwde in 1876 met Christine Catharina Nordbeck (1850-1879). Het paar kreeg twee zonen:

  • Abraham Hendrik (7 januari 1877)
  • Gerhard Theodoor (9 november 1879)

Een maand na de geboorte van zijn tweede zoon, overleed zijn vrouw Christine op 28 december 1879. Hun zoontje Gerhard Theodoor stierf op 13 februari 1882 op 4-jarige leeftijd aan difterie.

In mei 1882 hertrouwde Ledeboer met Auguste Friederieke Charlotte Hartung. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren:

  • Maria Pauline (14 februari 1885)
  • Paul Arnold (12 januari 1889)
  • Jan Georg Gerhard (4 juli 1891)
  • Helmich Bernard Nikolaas (6 december 1892)